Nieuws

Energietransitie heeft grote gevolgen voor opkomende markten

De energietransitie kent in opkomende markten grote winnaars en grote verliezers. Over het algemeen zijn olie-exporteurs het haasje, terwijl metaalexporteurs profiteren, aldus Schroders.

Opkomende markten zijn ofwel grote exporteurs van fossiele brandstoffen of juist importeurs. Sommige emerging markets zijn bovendien rijk aan metalen en zeldzame grondstoffen die nodig zijn om zonnepanelen, windmolens en accu's te bouwen.

Voor vermogensbeheerder Schroders was het aanleiding om de studie te schrijven: Welke emerging markets zijn winnaars en welke verliezers van de energietransitie?

Dutch Disease

Tot de verliezers behoren typische oliestaten als de Verenigde Arabische Emiraten, Koeweit, Oman, Saudi-Arabië, Katar, Azerbeidzjan, Rusland en Angola. Deze landen verliezen niet alleen hun belangrijkste handelsinkomsten.

Ook de hele structuur van de economie moet worden aangepast naar aanleiding van de energietransitie. Net als de overheidsfinanciën.

Nederland kent het probleem uit de vorige eeuw, toen aardgasbaten ervoor zorgden dat de gulden meer waard werd, waardoor andere nationale industrieën het moeilijk hadden te concurreren met het buitenland. Internationaal werd dat  de Dutch Disease genoemd.

Overheidsbegroting

Maar het zijn niet alleen de landen die netto-exporteurs zijn die het lastig krijgen. Ook bijvoorbeeld een land als Mexico - een netto-importeur - heeft een probleem omdat de staatsoliemaatschappij Pemex een belangrijke steunpilaar is onder de overheidsbegroting.

Pemex is bovendien een van de grootste crediteuren van het land. Het heeft een schuld ter waarde van 10% van het Mexicaanse bbp. Hoe moeten die schulden ooit worden terugbetaald?

Ook andere Latijns Amerikaanse landen zitten in dit Mexicaanse schuitje. Denk aan een energiereus als Petrobras of YPF. Beide zijn van groot belang voor de overheidsfinanciën van respectievelijk Brazilië en Argentinië.

Minimumprijs

Al deze olieproducerende landen moeten er rekening mee houden dat niet alleen de vraag naar olie daalt, maar ook de prijs. Tot ergens een punt bereikt wordt dat het geen zin meer heeft het zwarte goud op te pompen. Waar die grens ligt, is per land verschillend.

De Nigeriaanse staat heeft bijvoorbeeld een prijs van ongeveer 100 dollar nodig om de begroting op orde te houden. Bij de Arabische landen is dat met 60-70 dollar een stuk minder. Momenteel schommelt de olieprijs rond de 70 dollar.

Een aantal staten is zo slim geweest om hun oliedollars niet allemaal uit te geven, maar in staatsfondsen te stoppen. Noorwegen is een bekend voorbeeld, net als een aantal Arabische staten. De staatsfondsen kunnen helpen de klap van verloren inkomsten op te vangen. Het spaargeld kan bovendien worden gebruikt om andere industrietakken te ondersteunen.

Columbia, Nigeria en Rusland waren wat dat betreft minder visionair. Omdat olie zo belangrijk is voor het huishoudboekje, worstelen deze landen continue met de vraag of ze hun krappe financiële middelen investeren in nieuwe boorputten die nu gelijk wat opleveren, of in sectoren waar dat langer gaat duren, maar die wel duurzaam zijn.

De winnaars

Tot zover de verliezers. Winnaars zijn er gelukkig ook. Dat zijn allereerst landen die niet zoveel olie, gas en kolen hebben. Daarnaast zijn er de twijfelgevallen. China heeft bijvoorbeeld wel veel kolen, maar olie en gas zijn schaars.

Toch zijn lagere prijzen voor fossiele brandstoffen een duidelijke plus voor de Chinezen. Hetzelfde geldt voor India, Zuid-Afrika, Taiwan en Zuid-Korea. Als deze landen er ook nog in slagen zelf veel groene energie op te wekken, dan ziet het er volgens Schroders goed voor ze uit.

Sommige opkomende markten zijn bovendien rijk aan metalen die nodig zijn voor de energietransitie. Denk bijvoorbeeld aan aluminium, koper, nikkel, lithium en zeldzame grondstoffen waar accu’s van worden gemaakt, of worden gebruikt in zonnepanelen en windturbines. China, Peru, Chili, Gabon, Guinea en Zuid-Afrika zijn enkele landen die er qua metalen uitspringen.

Voor deze landen geldt het omgekeerde van de oliestaten. Zij krijgen te maken met een groeiende vraag en een stijgende (expot)prijs. Dubbele winst dus. Tegelijkertijd moeten deze landen - net als de olielanden vroeger - oppassen voor de Dutch Disease, het geld goed investeren en niet over de balk smijten.

Plussen en minnen

Het plaatje is niet altijd even helder bij grondstoffen. China heeft bijvoorbeeld relatief veel metalen in de bodem, maar het is ook een hele grote ver/gebruiker en zal per saldo waarschijnlijk nog heel lang importeur blijven.

Ondertussen moeten ze ook nog van hun kolenindustrie af, wat veel geld gaat kosten. Daar staat weer tegenover dat China, net als Taiwan en Zuid-Korea, een belangrijke producent is van machines, chips en onderdelen die van belang zijn voor windmolens, zonnepanelen, elektrische auto’s en accu’s.

Zo heeft elk land wel zijn plussen en minnen met betrekking tot de energietransitie. Schroders moet verder als belegger ook nog rekening houden met andere factoren op bedrijfsniveau zoals corporate governance, winstgevendheid en waardering.

Diagram

Toch heeft Schroders geprobeerd de landen voor wat betreft de grondstoffen in een diagram te plaatsen. In absolute zin komen daar Guinea en de Democratische Republiek Congo uit als de grootste winnaars van de energietransitie.

Maar omdat dit voor beleggers niet de meest toegankelijke markten zijn, moet waarschijnlijk eerder gedacht worden aan Chili, Peru en misschien enkele Oost-Europese landen. Polen heeft bijvoorbeeld relatief veel koper. 

Tot de grootste verliezers horen landen als Nigeria, Angola, Oman, Irak, Brunei en Katar die de olie-inkomsten zien dalen en metalen moeten importeren. 

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Lees meer

China; opnieuw lieveling van beleggers?