Nieuws

Geduld is een schone zaak, maar verdomde moeilijk

De meeste beleggers hebben volgens Larry Swedroe te weinig geduld. Als een strategie een paar jaar achterblijft, dan proberen ze iets anders, hetgeen automatisch resulteert in een lager rendement.

Beleggers moeten niet zenuwachtig worden van periodes met underperformance. Of een belegger nou kiest voor waarde-aandelen, momentum-aandelen of een andere factorstrategie, er zijn altijd periodes waarin de resultaten tegenvallen en de ene strategie het beter doet dan de andere.

Hetzelfde geldt voor fondsmanagers. Ook die kennen hun goede jaren, waarin alles lukt, en slechte jaren waarin keuzes juist verkeerd uitpakken.

De grote kunst is geduld hebben, zegt Larry Swedroe. Maar dat is wel makkelijker gezegd dan gedaan, aldus het hoofd onderzoek bij vermogensbeheerder Buckingham Strategic Wealth, die een erkend voorstander is van passief beleggen.

Drie jaar is niks

Het vervelende is dat de meeste beleggers drie jaar al een eindeloze periode vinden voor een fase van outperformance. Laat staan als het gaat om periodes van vijf of tien jaar.

Toch zijn dit historisch gezien helemaal geen gekke tijdsafstanden, zegt Swedroe. Het komt regelmatig voor dat een actieve fondsmanager, of een bepaalde factorstrategie, het jarenlang slechter (of beter) doet dan de index die als benchmark dient.

Wetenschappelijk onderzoek

Dat werd onlangs bevestigd door Chris Tidmore en Andrew Hon van Vanguard met hun studie Patience with Active Performance Cyclicality: It’s Harder Than You Think.

Zij namen 2600 actieve fondsen onder de loep die een strategie hadden, gebaseerd op een van de volgende factoren: waarde, momentum, lage volatiliteit, omvang of multifactor. Er werd gemeten over een periode van 25 jaar en de fondsen moesten allemaal een trackrecord hebben van tenminste tien jaar.

Grote verschillen 

Over de volle 25 jaar hadden de fondsen behoorlijk succes. Maar zo concluderen de onderzoekers: “Bijna alle actieve managers en factoren kenden geregeld periodes met underperformance, die soms lang duurden en groot waren, en soms kort en klein.” Op de lange termijn middelde het zich redelijk uit.

Voor beleggers zou het uiteraard aantrekkelijk zijn om precies op tijd te wisselen van factorstrategie of fondsmanager. Een jaartje waarde en dan weer momentum, bijvoorbeeld. Maar juist dat is een extra kuil waar beleggers vaak in vallen, zeggen de onderzoekers.

"U heeft geduld nodig wanneer datgene waarin u belegt slecht presteert, maar u heeft het ook nodig wanneer datgene waarin u niet hebt belegd, goed presteert.” 

Voorbeeld: Fondsmanager Klaas Vaak heeft twee jaar achter elkaar geweldig gepresteerd met zijn momentumfonds. Het lijkt logisch naar hem over te stappen. Maar de geschiedenis wijst uit dat twee jaar geen enkel bewijs is dat Vaak het ook in jaar drie, vier en vijf goed doet.

Theorie en praktijk 

Swedroe voegt hieraan toe dat de meeste beleggers zeggen dat ze het geen enkel probleem vinden als ze het een tijdje slechter doen dan de benchmark. Dat hoort er nou eenmaal bij. Dat hebben ze geleerd in de schoolbanken.

Maar de praktijk ziet er anders uit. Swedroe heeft het vaak genoeg zien gedurende zijn 25 jaar als beleggingsadviseur. Zelfs voor professionele beleggers zoals pensioenfondsen en verzekeraars is het buitengewoon lastig om niet van het ene fonds naar het andere te hoppen, of van de ene strategie naar de andere.

Het is zoals beleggingsgoeroe Benjamin Graham ooit zei:

"The investor’s chief problem — even his worst enemy — is likely to be himself"

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Lees meer

China; opnieuw lieveling van beleggers?