Nieuws

Waarde-aandelen waren nog nooit zo goedkoop

Groeiaandelen zijn dit jaar nog duurder geworden en waarde-aandelen nog goedkoper. Hoe lang kan dat zo nog doorgaan?

De coronacrisis heeft dit jaar op de beurs gezorgd voor nog grotere verschillen tussen groei- en waarde-aandelen.

Dat geldt voor zowel Europa als de VS. Met name de grote groeiaandelen zijn daardoor historisch gezien in beide regio's extreem duur geworden. Denk bijvoorbeeld aan de FAANG-aandelen in de VS.

Waarde-aandelen waren daarentegen zelden zo goedkoop. Volgens Brian Chingono van vermogensbeheerder Verdad is daarmee het perfecte moment aangebroken voor een grote rotatie van groei- naar waarde-aandelen, want de historie wijst uit dat in de twee jaar na grote economische crises waardebeleggingen het vrijwel altijd beter doen dan groeibeleggingen.

Eigen parochie

Verdad preekt wel een beetje voor eigen parochie, want het huis is zelf waardebelegger, maar de analyse van Chingono, daar is geen speld tussen te krijgen.

Wat Chingono gedaan heeft, is de aandelenmarkt in Europa en de VS opdelen in vijf segmenten oplopend van heel goedkoop (deep value) tot heel duur. In het eerste segment (deep value) zitten de 20% goedkoopste aandelen op de beurs.

Als maatstaf voor de waardering neemt hij de marktwaarde van een bedrijf gedeeld door de nettowinst, vergelijkbaar met de koers-winstverhouding. In het tweede segment zitten de volgende 20%. Et cetera, tot het vijfde segment dat bestaat uit de 20% duurste aandelen.

Lekker goedkoop

De waarden die daar uitkomen (de koers-winstverhouding), heeft hij vergeleken met die van de laatste 20 jaar. En wat blijkt?

In zowel Europa als de VS zitten de goedkoopste aandelen nu qua waardering duidelijk onder hun langetermijngemiddelde.

In Europa ligt de k/w bij 5,2 versus een LT-gemiddelde van 5,7. In de VS is het 5,7 versus 6,9. Dat betekent een discount van 13% in Europa en 17% VS.

Discount en premie

Ook in de segmenten 2 en 3 is er sprake van een discount tegenover het LT-gemiddelde. In het vierde segment is sprake van een kleine premie, terwijl er in het vijfde segment sprake is van een relatief grote premie.

In Europa bedraagt die premie 18,6 versus het LT-gemiddelde van 16,3 en in de VS 18,4 versus 17,6.

Chingono concludeert daaruit dat er in de koers van waarde-eaandelen duidelijk de angst verwerkt zit voor een lange diepe recessie, terwijl beleggers er bij groeiaandelen blijkbaar vanuit gaan dat deze daar niet of nauwelijks last van hebben.

Patroon herhaalt zich

Chingono acht dat onwaarschijnlijk. Natuurlijk zijn er bedrijven die minder last hebben van een recessie, maar dat geldt niet voor alle groeibedrijven.

Hij wijst op een patroon dat bij vrijwel alle crises van de laatste decennia optrad. Vóór de crisis is er een groot gat tussen de waardering van waarde- en groeiaandelen, maar in de paar jaar erna wordt die kloof in noodtempo geslecht.

Met die kennis in het achterhoofd adviseert Chingono iets te doen dat op de lange termijn altijd heeft gewerkt: beleg in goedkope bedrijven met een sterke balans die winstgevend zijn en veel cash genereren.

Op basis van de laatste tien jaar is dat misschien een moedige call, omdat waarde-aandelen het zo verdomd slecht hebben gedaan, maar het is zoals het Romeinse spreekwoord zegt: fortes fortuna adiuvat, ofwel het geluk is met de dapperen.

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Lees meer

Amerikaanse verkiezingen 2020