Nieuws

Obligatie-ETF's zijn wél een goed idee

Over obligatie-ETF's bestaan de nodige vooroordelen. State Street Global Advsiors, zelf een belangrijke ETF-uitgever, haalt de zeven belangrijkste vooroordelen onderuit. Must read voor obligatie-beleggers.

Vooroordeel 1: De markt van obligatie-ETF's is zo groot geworden dat het de obligatiemarkt verstoort.

Realiteit: Op 30 juni 2018 bestond de wereldwijde fondsenmarkt voor 10,2% uit obligatie-ETF's, goed voor 800 miljard dollar. Hoewel het belegd vermogen in obligatie-ETF's sterk is toegenomen, maken passieve obligatieproducten niet meer dan 1,5% van de totale belegbare obligatiemarkt uit. Bovendien gaat de groei van obligatie-ETF's niet automatisch ten koste van andere soorten obligatiebeleggingen. De totale obligatiemarkt is door het gebruik van ETF's namelijk gegroeid.

Vooroordeel 2: Obligatie-ETF's zijn onvoldoende liquide waardoor problemen ontstaan als iedereen op de verkoopdruk drukt.

Realiteit: De unieke structuur van een obligatie-ETF, waarbij de gediversifieerde portefeuille van obligaties wordt verpakt in één verhandelbaar product, levert  beleggers twee bronnen van liquiditeit op. Deze twee bronnen zijn de primaire markt (toegankelijk via een market maker) en de secundaire markt (rechtstreeks toegang via de beurs of een broker).

De grootte van de order, die een belegger plaatst, en het handelsvolume van de ETF bepalen of de secundaire markt geschikt is om de order te verwerken. Als de belegger enkel via de secundaire markt kan handelen, kan het enige tijd duren om een grote order uit te voeren, wat hem gedurende een langere periode zou blootstellen aan de marktrisico's. Om dat mogelijke probleem op te vangen, werken de uitgevende instellingen van ETF's samen met een aantal Autorised Participants (AP's), die via de primaire markt ETF-units kunnen aan- en verkopen.

Maar zelfs als de volatiliteit op de markten door het dak ging, bleek de secundaire markt altijd voldoende liquide om beleggers de mogelijkheid te bieden hun posities tegen een goede prijs te kopen en te verkopen zonder op de primaire markt te vertrouwen.

raex

Klik op de afbeelding voor een grote versie

Vooroordeel 3: Obligatie-ETF's zijn overwogen in bedrijven met een hoger risico, omdat die de meeste schulden hebben uitstaan.

Realiteit: Indices zijn gebaseerd op regels, gericht op diversificatie en liquiditeit om de belegbaarheid te waarborgen. Als gevolg daarvan worden niet alle schulden van een uitgever in een index opgenomen.

Bovendien vormen ondernemingen met een grotere schuldenlast a priori geen groter risico dan ondernemingen met een beperktere schuldenlast. Als een grote schuldenlast een groter kredietrisico zou inhouden, dan zou er in de bedrijfsobligatiemarkt een lineaire relatie bestaan tussen kredietwaardigheid en uitstaande schuld. Maar kredietbeoordelaars nemen naast het totaalbedrag van de schulden nog tal van andere factoren in overweging, zoals - heel belangrijk - de capaciteit van een onderneming om de schulden af te lossen.

Vooroordeel 4: In volatiele markten presteren obligatie-ETF's minder goed dan actieve fondsen.

Realiteit: SPDR ETF's heeft vijf gebeurtenissen van de voorbije 20 jaar onderzocht die flinke turbulentie op de obligatiemarkten hebben teweeggebracht, zoals de wereldwijde financiële crisis in 2008, de Griekse schuldencrisis in 2010 en de forse daling van de olieprijzen in 2016. De prestaties van de Bloomberg Barclays Euro Agg Bond Total Return Index werd naast die van actieve obligatiestrategieën gelegd.

De bevindingen druisen in tegen de fictie dat posities op basis van obligatie-indices minder goed presteren dan actieve strategieën. Sterker, de index deed het gemiddeld beter dan 77% van alle actieve beleggers.

raex

Klik op de afbeelding voor een grote versie

Vooroordeel 5: Obligatie-ETF's zijn enkel nuttig voor beleggingen in grote markten. Voor nichesegmenten, zoals obligaties uit opkomende markten, leveren actieve beleggers een beter rendement.

Realiteit:  Veel beleggers geloven nog altijd dat een actieve aanpak de beste manier is om in obligaties uit opkomende markten (EMD) te beleggen. Dat geloof is gebaseerd op de veronderstelling, dat een index-exposure in emerging markets te duur is om te implementeren. Ook zouden de opkomende markten inefficiënte beurzen kennen waar actieve beheerders handig gebruik van maken.

De realiteit is dat de meeste actieve beleggers in EMD er niet in slagen om op langere termijn beter te presteren dan hun benchmark (zie onderstaande tabel). Zo lijkt er een correlatie te bestaan tussen ondermaatse prestaties van de markt en ondermaatse prestaties van actieve beheerders. De correlatie blijkt het duidelijkst in het EMD-universum in lokale valuta, waar we zien dat hoe slechter de index presteert, hoe groter het percentage actieve beheerders dat ondermaats presteert.

De diversificatie van een ETF helpt om de impact van politieke en door sentiment aangestuurde gebeurtenissen die moeilijk te voorspellen zijn, te matigen. Brede indexblootstelling biedt beleggers mogelijk bescherming tegen enkele inherente gedragsvoorkeuren van actieve managers.

raex

Klik op de afbeelding voor een grote versie

Vooroordeel 6: Obligatie-indices bestaan uit te veel onderliggende schuldtitels, waardoor ETF's niet in staat zijn deze efficiënt te repliceren.

Realiteit: Het is inderdaad niet mogelijk om elke obligatie in een index aan te houden, gezien de enorme hoeveelheid obligaties. De Bloomberg Barclays Euro Aggregate Index bijvoorbeeld bevat maar liefst 5.026 verschillende obligaties. Maar het doel van een indexbeleggingsmanager is om het rendement van de index te volgen met een minimale tracking error en NIET om elke obligatie in de index aan te houden.

Uitgevers van ETF's repliceren de index door middel van van sampling. Dat betekent dat er geprobeerd wordt de duration, de curve en de credit exposure van de totale index te na te bootsen.

Vooroordeel 7: Veel beleggers beschikken niet over de juiste kennis en middelen om in obligatie-ETF's te handelen. Zo is bijvoorbeeld de waardering van obligatie-ETF's lastig te doorgronden.

Realiteit: Sommige beleggers willen misschien inzicht krijgen in de componenten die worden gebruikt om de prijs van een ETF te bepalen, zoals de hoofdsom, de rente, cash of opgebouwde (rente)inkomsten. ETF-uitgevers publiceren over het algemeen dagelijkse verslagen waarin al die componenten verwerkt zitten, zodat elke belegger de prijs van het ETF kan bepalen. Toch blijft de prijszetting dynamisch, omdat deze afhangt van factoren, zoals het moment van de transactie, hedgingkosten en de dealerkosten. 

Lees het hele verhaal: Obligatie-ETF's: Feiten vs. fictie

State Street Global Advisors is een grote partij in de ETF-markt. Het heeft inmiddels 23 jaar ervaring met beleggen in obligatieindices. Het eerste obligatie-indexfonds werd gelanceerd in 1996. Inmiddels biedt State Street Global Advsiors meer dan 90 obligatie-indexstrategieën.

Rob Stallinga is financieel journalist. De informatie in zijn artikelen is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Klik hier voor een overzicht van de beleggingen van de IEX-redactie.

Lees meer

Alles over de rente