Nieuws

Race naar de bodem gaat door bij ETF's

De vraag groeit naar complexere ETF's die meer doen dan een index volgen. Maar veel willen beleggers niet betalen.

Passieve indexfondsen en ETF’s waren de afgelopen jaren zeer succesvol met het ophalen van geld. Vooral de meest eenvoudige en goedkope varianten waren ongemeen populair bij beleggers. Denk aan fondsen als de iShares Core S&P 500 ETF, de SPDR S&P 500 ETF en de Vanguard Total Stock ETF.

Voor beleggers zijn dat heerlijke fondsen, want de resultaten zijn prima en de beheerkosten zijn laag. Voor fondsbeheerders is het minder prettig.

Zij zouden liever iets complexere producten verkopen, waar ze hogere kosten voor in rekening kunnen brengen.

Van core naar edge

Dit jaar lijkt er voor fondsbeheerders een beetje licht aan het eind van de tunnel, schrijft Elisabeth Kashner, hoofd research bij FactSet. Er is volgens haar een groeiende belangstelling voor ETF's met iets extra's. 

Bijvoorbeeld ETF’s met een ingebouwde ESG-filter, of ETF’s die profiteren van een lage volatiliteit, complexere obligatie-ETF’s en factor-ETF’s die inspelen op bepaalde trends in de markt.

Druk op de marges houdt niet op

Voor fondsbeheerders is dat uiteraard goed nieuws. Hoe complexer hun producten - dat geldt voor zowel actieve als pasieve fondsen - des te hoger de vergoeding die ze kunnen vragen. Dat kan de druk op de winstmarges van de laatste jaren wat wegnemen.

Volgens Kashner hopen fondsbeheerders erop dat ze via hun goedkope core-producten beleggers weten te verleiden ook hun duurdere edge-producten te kopen.

Er is echter wel een maar. Er is weliswaar een trend richting meer complexe ETF’s, maar binnen die trend kiezen beleggers toch ook weer voor de goedkoopste edge-producten.

Value for money

Kashner geeft als voorbeelden de iShares S&P 500 Growth ETF en de iShares 500 Value ETF. Beide ETF’s zagen tot dusver in 2019 beleggers respectievelijk 447 miljoen dollar en 1,39 miljard terugtrekken.

Niet best dus. Wat blijkt, beide ETF’s rekenen voor het beheer 0,18%. Beleggers vonden dat blijkbaar teveel, want ze liepen massaal over naar de concurrerende SPDR Portfolio S&P 500 Growth ETF en Vanguard Value ETF met kosten van slechts 0,04%.

Volgens Kashner is dit beeld vergelijkbaar bij duurzame en sociale ESG-ETF’s en obligatie-ETF’s. Zelfs bij edge-producten kiezen beleggers in toenemende mate voor het goedkoopste alternatief.

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Lees meer

Alternatieve beleggingen