Nieuws

"Klimaatrisico niet ingeprijsd in obligaties"

Obligatiebeleggers hebben in vergelijking met aandelenbeleggers minder aandacht voor ESG-integratie. Klimaatrisico is nog nauwelijks verwerkt in de spreads, aldus Stephen Yeats van State Street Global Advisors.

"Bedrijven met een hoge CO2-intensiteit en relatief veel inkomsten uit vervuilende activiteiten [brown revenues] hebben een relatief hoger klimaatrisico. Maar dat zien we niet terug in de obligatiespreads," zegt Stephen Yeats, hoofd European fixed income bij State Street Global Advisors.

"Als de 15% grootste vervuilers uit de Bloomberg Barclays Euro Corporate Bond Index wordt gehaald, dan daalt de CO2-afdruk van de portefeuille met 70%. Maar het kredietrisico van dezelfde portefeuille blijft hetzelfde," merkt Yeats op.

Ook als het gaat om de looptijd van obligaties houden beleggers geen rekening met het klimaatrisico. Dat zou je wel verwachten, want klimaatrisico is vooral een langetermijnrisico. Als een bedrijf het klimaat op een manier belast die op termijn onhoudbaar is (zoals een olieproducent of een producent van kunstmest), dan kan dat het businessmodel in gevaar brengen. Dat gebeurt in de regel niet abrupt, maar geleidelijk.

Geen item

Stephen Yeats SSGA

Daarom zou je verwachten dat klimaatrisico’s sterker worden ingeprijsd in langlopende obligaties van vervuilende bedrijven. Dat lijkt echter niet het geval. Yeats: "We hebben hier niet specifiek naar gekeken, maar als je de meeste vervuilende bedrijven uit de index haalt, dan verandert de totale spread en duratie nauwelijks. Daaruit zou je kunnen afleiden dat klimaatrisico niet echt een item is voor obligatiebeleggers."

Sterker nog, als een Europese obligatieportefeuille nog radicaler wordt ontdaan van CO2-intensieve bedrijven, dan stijgt de spread van de portefeuille zelfs licht. Zonder te beleggen in de 25% bedrijven met de hoogste CO2-intensiteit stijgt de spread met twee basispunten.

Faillissementsrisico staat centraal

Carbonintensieve sectorenDat komt waarschijnlijk vooral doordat dan relatief veel bedrijven worden uitgesloten die door de markt, ondanks een hoge CO2-intensiteit, als relatief veilig worden gezien. Denk aan nutsbedrijven. Toch is het volgens Yeats geen goed idee om hele sectoren dan maar uit te sluiten.

Yeats: "Er bestaat ook binnen sectoren een enorm verschil in CO2-intensiteit. Dat geldt bijvoorbeeld nutsbedrijven, industriële bedrijven en producenten van consumentengoederen."

Klimaatimpact is voor obligatiebeleggers dus minder belangrijk dan voor aandelenbeleggers. Maar is dat eigenlijk niet gewoon terecht? Obligatiebeleggers kijken namelijk alleen naar het faillissementsrisico.

Element van kredietrisico

Yeats: "Er bestaat inderdaad een meer directe relatie tussen klimaatverandering en de winstgevendheid en omzet van bedrijven. Maar die invloed bestaat ook op obligaties. Alle obligaties, die niet door een overheid met een AAA-rating worden uitgegeven, bevatten een element van kredietrisico. Zodra een belegger een obligatie koopt, moet die zich afvragen in hoeverre het businessmodel van de uitgever van die obligatie duurzaam is. Door klimaatrisico te minimaliseren via beleid verlaag je uiteindelijk ook het kredietrisico."

Voor bedrijfsobligatie is het meten van klimaatimpact dus belangrijk en het gaat ruwweg op dezelfde manier als voor aandelenbeleggingen. Maar hoe meet je het klimaatrisico van staatsobligaties?

Vaarwel spreiding

"Je kunt daar op twee manieren naar kijken," legt Yeats uit. "De eerste vraag die je moet stellen is hoe kwetsbaar een land is voor klimaatverandering. De tweede is de vraag in hoeverre de economie van een land bijdraagt aan klimaatverandering. Dan gaat het dus om de vraag hoe vervuilend de bedrijven in een land zijn en hoe duurzaam dus de economie van dat land is."

Maar in de praktijk is het lastig om klimaatimpact ook in portefeuilles met staatsobligaties te integreren, vindt Yeats. "Door klimaatimpact als beleggingscriterium te gebruiken, sluit je al gauw een boel landen uit die hun zaakjes op ESG-gebied niet op orde hebben."

"Je komt dan snel in de knoop met de diversiteit van je portefeuille. De EM local currency index bestaat bijvoorbeeld maar uit 20 landen. Bij bedrijfsobligaties heb je dat probleem niet, omdat die index veel breder is."

Tjibbe Hoekstra is financieel journalist. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Lees meer

Duurzaam beleggen