Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Nieuws

Het informatietoezicht mag echt beter, AFM

Er is nog zoveel in de informatievoorziening naar beleggers te verbeteren. Gerben Everts van de AFM mag zijn werk dagelijks als dynamisch en vol adrenaline ervaren, voor een slecht geïnformeerde belegger geldt dat in nog ergere mate, aldus Marcel Tak.

Elke dag is dynamiek en adrenaline. Zo ervaart Gerben Everts, bestuurslid bij AFM, zijn werk als toezichthouder. Rob Stallinga interviewde Everts, die zijn licht liet schijnen op de situatie van de financiële markten, tien jaar na de crisis.

In het interview word ik direct getriggerd door de opmerking dat in economisch goede tijden informatieverschaffing en koersvorming op de beurs minder reden tot zorg zijn. Wat een rare uitspraak. Juist informatievoorziening is onder alle omstandigheden van groot belang. Ook, en misschien wel juist in tijden dat het goed gaat.

Onder economisch en financieel gunstige condities is de kans groot dat beleggers zich wat gemakkelijker laten verleiden in producten te beleggen die voor hen niet geschikt zijn. In slechte tijden ontploffen die verkeerde keuzes dan dubbel zo hard in het gezicht van de belegger.

Prioriteit nummer een

Het spreekt wat mij betreft voor zich dat het beleid van AFM altijd gericht moet zijn op kwalitatief hoogwaardige informatievoorziening. Het zou prioriteit nummer één moeten zijn voor de toezichthouder. Het is zorgelijk dat Everts meent dat de informatievoorziening momenteel, er is immers sprake van gunstige financiële en economische omstandigheden, minder prioriteit heeft.

In mijn analyses van met name ETF’s kom ik vaak gebrekkige informatie tegen waarvan ik mij afvraag waarom de toezichthouder daar niet tegen optreedt. De AFM heeft, zo lees ik ook in het interview, maar liefst 700 medewerkers in dienst. Desondanks lijkt het er op dat, als het om informatievoorziening gaat, alleen algemene, lang niet altijd goed uitpakkende maatregelen worden genomen.

Ik heb al vaak aandacht besteed aan de onzinnige eis dat alle producten, ook die in het buitenland genoteerd zijn, een Nederlandstalige brochure moeten hebben. Hiermee ontzegt AFM Nederlandse beleggers interessante financiële producten en blokkeert zij effectief een gezonde concurrentie. Een onaanvaardbare situatie. Ook de algemene eisen die aan de verplichte informatiedocumenten zijn gesteld, leiden er in veel gevallen niet toe dat beleggers betere informatie krijgen.

Slechter dan de index

Ik geef een paar voorbeelden die aangeven dat de AFM veel meer kan doen ten aanzien van informatievoorziening. Veel ETF’s vergelijken het rendement met de netto-index die ze volgen, dus exclusief de ingehouden bronbelasting. Dat geeft een vertekend beeld over de werkelijke relatieve prestatie ten opzichte van de index. Neem bijvoorbeeld de iShares Core EURO STOXX 50 ETF. Op de website van de indexaanbieder lijkt het alsof het fonds jaarlijks beter presteert dan de te volgen index.

In 2017 bijvoorbeeld heeft het fonds een rendement behaald van +9,70%. De website geeft aan dat de onderliggende index een plus van 9,15% scoorde. In werkelijkheid was het echte (bruto)rendement van de index +10,05%. Dat betekent dat het fonds 0,35% slechter scoorde, hoger dan de opgegeven kosten van 0,10%.

Ik begrijp werkelijk niet waarom AFM geen regel stelt waarin wordt bepaald dat ETF’s alleen nog maar vergeleken mogen worden met de bruto-indexrendementen. Hoe moeilijk is het invoeren van een dergelijke regel?

Te weinig informatie

Onlangs analyseerde ik een aantal wereldwijd beleggende fondsen met een duurzame index als onderliggende waarde. Er is een behoorlijk groot aanbod van dergelijke fondsen, maar een goede vergelijking is nauwelijks mogelijk. Het Actiam Verantwoord Beleggen fonds bijvoorbeeld, geeft helemaal geen informatie over de prestatie van de gevolgde index.

De belegger kan op geen enkele wijze het rendement van het fonds ten opzichte van de index beoordelen. Bij de Think Sustainable World ETF is dat wel het geval en er wordt zelfs netjes het brutorendement van de benchmark gegeven.

Aan de andere kant geeft Think (net als Actiam overigens) geen enkele informatie over de belangrijkste fundamentele gegevens van de index zoals de gemiddelde koerswinst verhouding (actueel en verwacht) en het dividendrendement. Actiam en Think geven wel uitgebreide informatie over de criteria voor selectie op basis van duurzaamheid, hoewel Think dat uitsluitend in het Engels doet…

Risico-indicator werkt niet

Vanguard geeft op dit gebied met zijn SRI Global Stock Fund helemaal geen informatie. Beleggers moeten er maar op vertrouwen dat de toegepaste criteria overeenkomen met wat zij zelf als belangrijk zien. Een ander voorbeeld: beleggen in obligatie-ETF’s is tamelijk complex, omdat de belegger het een en ander moet weten van duration, looptijden en effectieve rendementen.

iShares geeft die kengetallen wel, wat prima is, maar de uitleg over de betekenis daarvan is beperkt. Andere ETF-aanbieders geven daar overigens helemaal geen uitleg over. Minstens zo belangrijk is dat de naam van de ETF de belegger (soms) op het verkeerde been kan zetten. De iShares € Govt Bond 10-15yr ETF bijvoorbeeld suggereert een (brede) spreiding van overheidsobligaties over de verschillende EU debiteuren.

Niets is minder waar. De onderliggende index bevat slechts obligaties uit vijf eurolanden, waarvan 52% uit Italië en Spanje, en nog eens 32% van Frankrijk. Nog ernstiger is dat voor de iShares € Govt Bond 0-1yr ETF de, door AFM verplichte, risicometer het laagste risicoprofiel van een (op de schaal van zeven) aangeeft. Deze ETF bestaat echter voor 43% uit Italiaanse en Spaanse overheidsobligaties Is dit een goede manier om informatie over risico met de particuliere belegger te delen?

Informatievoorziening verbeteren

Tot slot geef ik een voorbeeld met betrekking tot een grondstoffen-ETF, bijvoorbeeld de Lyxor Commodities Thomson Reuters/Core Commodity ETF. Alle informatie over deze ETF is in het Engels, behalve de KIID. Die is in onze taal opgesteld, zodat de ETF aan Nederlandse beleggers verkocht mag worden. Weten deze beleggers dat een belegging in grondstoffen via het doorrollen van futures gebeurt?

En wat de effecten daarvan zijn op het rendement van de index? Dat op langere termijn dit soort ETF’s misschien wel gehalveerd worden in waarde ten opzichte van de ontwikkelingen van de onderliggende grondstofprijzen? Welnee, of het moet een zinnetje in de KIID zijn dat door het gebruik van futures de waarde van de ETF significant negatief beïnvloed kan worden.

Waarom stelt de AFM niet als eis dat bij grondstoffen ETF’s de ontwikkeling van de spotprijzen van de onderliggende grondstoffen vergeleken moet worden met de prestatie van de index? Zoals ik onlangs vaststelde met betrekking tot de PowerShares DB Oil Fund, dat de WTI future-index volgt zonder hefboom.

Sinds 2008 is de olieprijs niet veranderd, maar dit indexfonds slaagde er in tien jaar tijd in 70% van zijn waarde te verliezen! Kortom, er is nog zoveel in de informatievoorziening te verbeteren. Everts mag zijn werk dagelijks als dynamisch en vol adrenaline ervaren, voor een slecht geïnformeerde belegger geldt dat in nog ergere mate. Dat kan toch niet de bedoeling zijn!

Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Lees meer

Fintech