Nieuws

Robeco: Liquiditeit is geen aandelenfactor

Wetenschappelijke studies vertellen dat illiquide aandelen het beter dan liquide. Dit ter compensatie voor het hogere risico. Volgens David Blitz, hoofd Quant Selection Research van Robeco, is het bewijs voor dit liquiditeitseffect zwak.

Liquiditeit is het gemak om een transactie uit te voeren zonder al te veel kosten te maken. Bij een transactie betalen beleggers expliciet voor de bied-laatspread van dat moment en impliciet voor eventuele negatieve koersbewegingen als gevolg van het onttrekken van liquiditeit aan de markt.

Als alle andere omstandigheden hetzelfde zijn, is het moeilijker en duurder om een illiquide aandeel te verhandelen. Dat maakt deze aandelen minder aantrekkelijk en zouden daarom een premie moeten hebben, of liquide aandelen juist een korting.

Weinig aandacht 

Volgens deze redenatie zouden aandelenrendementen bewijs moeten leveren voor het bestaan van een liquiditeitsfactor. Sommige wetenschappelijke studies beweren inderdaad dat zo’n premie bestaat. Maar in tegenstelling tot andere bewezen factoren hebben institutionele beleggers nooit veel aandacht besteed aan liquiditeit.

Een mogelijke reden hiervoor is dat beleggingsstrategieën die zijn gebaseerd op deze factor, in de praktijk moeilijk te implementeren zijn. Institutionele beleggers moeten zij bij de allocatie vaak al rekening houden met liquiditeitsbeperkingen. Dat maakt een expliciet op illiquide aandelen gerichte strategie minder aantrekkelijk.

Zwak bewijs

Een andere mogelijke verklaring is dat het bewijs voor het bestaan van een liquiditeitspremie niet heel solide is. Hoewel liquiditeit zeker een rol speelt bij de opbouw en implementatie van een portefeuille, is het niet duidelijk of aandelen een hoger rendement realiseren simpelweg vanwege hun illiquide karakter. Met andere woorden: worden aandelenbeleggers wel gecompenseerd voor het nemen van extra illiquiditeitsrisico?

De afgelopen decennia hebben verschillende wetenschappelijke studies bewijs geleverd voor een relatie tussen liquiditeit en aandelenrendement. De robuustheid van deze bevindingen is echter in twijfel getrokken. Studies hebben aangetoond dat het liquiditeitseffect niet stabiel is over verschillende perioden. Bovendien wordt het liquiditeitseffect grotendeels veroorzaakt door microcaps, die zo’n 3% van de totale marktkapitalisatie van de Amerikaanse aandelenmarkt uitmaken, maar wel ongeveer 60% van het totale aantal aandelen.

Wel wisselwerking met andere factoren

Als we hier rekening mee houden, is er eenvoudigweg geen bewijs voor het bestaan van een goedbeloonde liquiditeitsfactor. Het is dus nog maar de vraag of er een opzichzelfstaande liquiditeitsfactor bestaat. Maar er is wel degelijk sprake van een wisselwerking tussen liquiditeit en andere factoren.

Een goed voorbeeld hiervan is de relatie met de size-factor, omdat kleine aandelen over het algemeen minder liquide zijn. Sterker nog, het is heel logisch dat sommige factoren sterker zijn bij illiquide aandelen, omdat illiquide segmenten van de markt minder efficiënt zijn in het bepalen van de marktwaarde. Kleine, illiquide aandelen kunnen daarom worden beschouwd als een katalysator voor andere factorpremies, en niet als een onafhankelijke bron van rendement.

Als er inderdaad sprake is van een wisselwerking tussen de bewezen factoren en liquiditeit, is het aan actieve managers om de effecten daarvan te identificeren en te verwerken in de aandelenselectie en portefeuilleopbouw. Deze aandelen zijn per definitie duurder en moeilijker te verhandelen, dus kan een slimme implementatie van de portefeuille aanzienlijke waarde toevoegen voor beleggers.

Let op de kosten

De verwachte alpha wordt bepaald door de exposure naar factorpremies en niet door de liquiditeit, maar liquiditeit is wel belangrijk voor de transactiekosten en dus voor het nettorendement. Daarom kunnen een geavanceerd proces voor portefeuilleopbouw en een slimme implementatie van de portefeuille veel waarde toevoegen aan het beleggingsproces. Aldus David Blitz.

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Lees meer

Alternatieve beleggingen