Nieuws

Financiële ethiek voor dummies

"Onethisch gedrag ontstaat in kleine, alledaagse hoekjes." Michael McMillan wapent de haute finance met praktische ethiek. Geen overbodige luxe, want het vertrouwen in de financiële sector is nog altijd niet hersteld.

Stel, je bent Director of Research bij een grote vermogensbeheerder en je moet een nieuwe medewerker kiezen uit een reeks sollicitanten. Een van hen heeft een droom-cv: summa cum laude afgestudeerd aan de beste universiteit, ruime werkervaring opgedaan bij de beste bedrijven in hun soort, en ook nog eens een waslijst aan extracurriculaire bezigheden. Er is alleen één probleem. Wanneer je hem google’t, ontdek je dat hij grossiert in ongepaste foto’s en berichten op de sociale media. Wat doe je? Neem je hem toch aan, of niet?

“Er is geen goed of fout antwoord op deze vraag”, zegt Michael McMillan, die deze casus onlangs voorlegde aan studenten in Tilburg en Utrecht. “Ik wil er mensen vooral mee aan het denken zetten. Over waarom je sollicitanten wel of niet aanneemt. En over hun eigen gedrag op Twitter, Facebook en Instagram.” McMillan is Director Ethics Education van CFA Institute, zeg maar het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen van de wereld der Chartered Financial Analysts (CFA’s) ofwel beleggingsanalisten.

Michael McMillan
naam voor SEO

McMillan toert de wereld over om studenten, werkgevers en toezichthouders een beter besef bij te brengen van ethische problemen op de werkvloer. Een meer praktisch besef, vooral. “Heel veel universiteiten eisen tegenwoordig van studenten in allerlei studierichtingen dat ze colleges volgen in ethiek. Dat is heel goed, maar die worden meestal gegeven door hoogleraren Management of Filosofie. Zij besteden vooral aandacht aan de theorie en de beginselen van de ethiek. Bij CFA Institute proberen wij beter aan te sluiten bij de praktijk.”

Niet slecht van nature

Onethisch gedrag schuilt namelijk in een klein hoekje, weet de CFA, Certified Public Accountant (CPA) en Chartered Investment Counsellor (CIC) uit eigen ervaring. McMillan begon als analist en portefeuillemanager bij vermogensbeheerders in Californië, waarna hij tien jaar lang hoogleraar Accounting and Finance was aan de business schools van Johns Hopkins en George Washington University. In die laatste hoedanigheid werd hij lid van het Council of Examiners van CFA Institute voordat hij daar in 2008 tot directeur werd benoemd.

“Wat ik in mijn loopbaan heb geleerd, is dat er een groot verschil is tussen onethisch gedrag en onethische personen”, vertelt hij. “Bernie Madoff was een slecht mens. Maar het gros van de mensen in de financiële sector is niet slecht van nature. Zij gaan zich onethisch gedragen onder druk van de omstandigheden, vaak zonder dat zij er aanvankelijk erg in hebben.”

Vooral jongeren zijn kwetsbaar voor zo’n sluipend proces. “Zij willen graag laten zien wat zij in huis hebben. They are often only too eager to please their bosses.” Als de baas hen een opdracht geeft, dan voeren zij die uit.

Reputatieschade

Please first stop to think before you take action”, is een les die McMillan niet moe wordt te herhalen tijdens zijn talloze voordrachten en workshops overal op aarde. “De klant komt op de eerste plaats”, leren alle bedrijven hun medewerkers. Maar de praktijk is anders. Bedrijven prikkelen én straffen hun personeel op allerlei averechtse manieren. “Met botte productienormen bijvoorbeeld”, zegt McMillan. “Gij zult iedere maand X producten of diensten verkopen.” Met name dodelijk is dat in combinatie met verkeerde financiële incentives.

“Als je mensen alleen maar beloont op basis van hun output, zet je de deur wagenwijd open voor onethisch gedrag.”

Een mooi – of liever: slecht – voorbeeld is het recente schandaal met hypotheekadviseurs van ABN AMRO, die handtekeningen van klanten vervalsten om hun productienormen te halen. “Zo scheppen bedrijven een klimaat waarin hun medewerkers zich alleen nog maar afvragen: kom ik hier juridisch mee weg?”, observeert McMillan.

Fout, vindt hij. “Veel belangrijker is de vraag: heb ik hier een goed gevoel bij? Zo niet, láát het dan alsjeblieft.” Het belang van de klant gaat namelijk hand in hand met het eigenbelang van de medewerker, én van zijn bedrijf. “Als wangedrag uitkomt, lopen beide enorme reputatieschade op. En de meeste bedrijven tillen tegenwoordig zwaarder aan hun imago dan aan financiële risico’s. Zij weten dat de percepties bij de buitenwacht vaak veel meer schade kunnen toebrengen dan de waarheid.”

Dilemma's

Met zijn wereldwijde zendingswerk probeert McMillan zijn toehoorders te helpen dit besef te vertalen in concrete preventieve actie op de werkvloer. Zijn belangstelling voor praktische ethische problemen werd gewekt toen hij als examiner begon met testvragen te formuleren voor CFA Institute. “Tijdens onze examens moeten de studenten multiple choice-vragen beantwoorden. Daarbij is steeds maar één antwoord goed.”

Hij kreeg algauw door dat praktische ethiek vraagt om een meer genuanceerde benadering. En zo kwam hij tot zijn dilemma’s – geanonimiseerde versies van reële, alledaagse problemen waar hij zelf en anderen tegenaan liepen. “Die presenteer ik alleen in mijn workshops.”

Casus 2

Hij legde de studenten in Tilburg en Utrecht nog een tweede casus voor. Een bedrijf organiseert een party op de laatste dag voor de vakantie. Om de medewerkers niet dronken naar huis te laten rijden, biedt het hen taxivergoedingen aan. Eén medewerker incasseert de vergoeding, maar rijdt toch zelf naar huis. Onderweg wordt hij beboet wegens rijden onder invloed. “Wat moet deze persoon doen?”, zo tart McMillan welbewust zijn gehoor. “Moet hij het voorval meteen opbiechten aan zijn werkgever? Hij heeft niemand aangereden. Zelfs geen blikschade veroorzaakt. Waarom een storm in een glas water creëren?”

Alweer: er is niet één antwoord goed of fout. Wat McMillan met dit soort kwesties wil bereiken, is dat wij onze ethisch georiënteerde hersencellen harder laten werken. Zo is er in deze casus sprake van twee ethische kwesties. De medewerker is niet alleen dronken achter het stuur gekropen, waarmee hij zowel zijn eigen reputatie als die van zijn werkgever op het spel heeft gezet. Hij heeft ook nog eens een paar tientjes geïncasseerd waar hij geen recht op had. “Als hij zich al zo misdraagt in zo’n onnozele kwestie”, zo formuleert McMillan een mogelijke overweging voor de werkgever in de omgang met deze deugniet, “hoe zal hij zich dan gedragen als er echt grote belangen op het spel staan?”

Richtlijn

Om terug te komen op de eerste casus, over de sollicitant die zich te buiten ging op sociale media: de werkelijk bestaande, maar anoniem gelaten werkgever besloot hem niet in dienst te nemen, onthult McMillan. “Die realiseerde zich namelijk wat dit zei over diens karakter. Over diens slechte beoordelingsvermogen. En welke schade de kandidaat daarmee aan de bedrijfsreputatie zou kunnen toebrengen.”

Als uitsmijter geeft McMillan zijn toehoorders vaak een fraai citaat mee. Van Aldo Leopold (1887-1948), een Amerikaanse auteur, filosoof en wetenschapper die vooral bekend werd als milieu-activist avant la lettre. Leopold betrok ook de ethiek in onze omgang met Moeder Aarde, en formuleerde deze als volgt: “Ethisch gedrag is het goede doen wanneer niemand anders meekijkt – zelfs wanneer het verkeerde doen volstrekt legaal is.”

Joost Ramaer is freelance journalist en schrijver van het boek De Geldpers – De teloorgang van het mediaconcern PCM (Prometheus, 2009). Over beleggen schreef hij eerder een wekelijkse column in NRC Handelsblad (2011-2013). De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Lees meer

MiFID II