Nieuws

Monetaire verkrapping geen probleem

Het ruime monetaire beleid van centrale banken is volgens LGIM NIET verantwoordelijk geweest voor de aandelenrally van de laatste jaren. Dat maakt de beloofde verkrapping meteen minder eng.

Lars Kreckel, wereldwijd aandelenstrateeg van LGIM, heeft de verschillende oorzaken die bijdragen aan de stijging van de gemiddelde aandelenkoers sinds het dieptepunt van de kredietcrisis geanalyseerd. Het beleid van centrale banken blijkt nauwelijks invloed te hebben gehad.

Aandelenkoersen (S&P 500) zijn sinds maart 2009, toen ze hun dieptepunt bereikten na het uitbreken van de kredietcrisis, met 260% gestegen. Om de invloed van het beleid van centrale banken te berekenen kijkt Kreckel eerst naar een aantal andere factoren die een zekere bijdrage hebben geleverd.

Stijgende winstgevendheid

Allereerst is daar de winstgevendheid van bedrijven. De winst per aandeel van het gemiddelde Amerikaanse bedrijf is sinds begin 2009 met 130% gestegen . Dat verklaart volgens Kreckel dus de helft van de koersstijging die datum. Deze winststijging heeft diverse redenen. De aandeleninkoop van bedrijven, gefinancierd met goedkope schuld, zou kunnen hebben geholpen, maar dit heeft slechts een bijdrage geleverd van 1,5% per jaar. Verreweg de belangrijkste invloed op de winstgevendheid is de betere operationele gang van zaken, aldus Kreckel.

Stijgende schulden

Maar heeft de lage rente dan niet geholpen het getal onder streep op te voeren? Omdat de gemiddelde schuld van bedrijven is gestegen, bleven de gemiddelde rente-uitgaven van bedrijven gelijk. Ofwel, de dalende rente en de stijgende schuld hebben elkaar in evenwicht gehouden.

Stijgende waardering

Kreckel ziet ook dat de waardering van aandelen omhoog is gegaan. Dat is volgens hem niet meer dan normaal als de economiche gang van zaken verbetert. "De koers-winstverhouding verandert altijd tijdens de opgaande fase van de economie. Dat is een wetmatigheid.

Op basis van het verleden concludeert Kreckel dat gemiddeld 70% van de koersstijging het gevolg is van een (normale) hogere waardering. Ook dat heeft dus niets met centrale banken te maken. Daarmee is dus al 200% van de 260% beursstijging verklaard, vervolgt Kreckel.

Verkrapt u maar!

De rest van de stijging kan dus verklaard worden door de lagere rente. Maar is deze wel het gevolg van het ruimhartige beleid van de centrale banken? Volgens Kreckel is dit niet het geval. Hij denkt dat lagere groei en lagere inflatie belangrijkere aanjagers waren.

Alles bij elkaar optelleng schat Kreckel dat slechts 10% tot 20% van de koersstijging kan worden toegeschreven aan het beleid van centrale banken. Daardoor is volgens hem de kans klein dat het terugdraaien van monetaire verruiming tot grote beursellende leidt. De downside voor aandelen (S&P 500) bedraagt volgens Kreckel 4% tot 8% als het ruime monetaire beleid totaal wordt afgeschaft. 

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Lees meer

Alternatieve beleggingen