Nieuws

Onderzoek toont aan: Smart bèta werkt

Wetenschappelijk onderzoek wijst uit: de meest gebruikte smart bèta-factoren hebben aantoonbare gunstige effecten op het rendement.

Grondig wetenschappelijk onderzoek wijst uit: de vijf meest gebruikte smart bèta-factoren – waarde, omvang, laagrisico, momentum en inkomsten – hebben aantoonbare gunstige effecten op rendementen. Slimme smart beta-managers richten zich alleen op deze vijf factoren en laten de ruim 450 andere smart bèta-factoren die geïdentificeerd zijn links liggen.

Dat is de conclusie van grondig wetenschappelijk onderzoek door drie Britse academici, dat is opgenomen in het gezaghebbende Global Investment Returns Yearbook. Voor de studie is gebruik gemaakt van meer dan twintig verschillende aandelenbeurzen, en circa honderd jaar aan koerseninformatie.

Waarde (het idee dat goedkope aandelen outperformen), omvang (aandelen van kleine bedrijven verslaan die van grote bedrijven) en inkomsten (aandelen met een relatief hoog dividend leveren betere rendementen) presteren vrij constant over langere periodes. Een beleggingsportfolio gebaseerd op deze factoren moet niet teveel worden aangepast, aldus het trio.

Laagrisico en momentum

De andere twee factoren – laagrisico en momentum – vereisen regelmatigere ingrepen in portefeuilles. Deze factoren kunnen beter worden benut door zeer actieve beleggers, zoals hedgefondsen. De laagrisico-anomalie levert vooral goede rendementen op als de meest risicovolle aandelen worden vermeden in plaats van dat de minst risicovolle worden gezocht. Sinds 1963 leverde het hoogste kwartiel risicovolle aandelen slechts 4,1% rendement per jaar op, tegen tenminste 10,9% rendement voor aandelen die minder risico droegen.

In het geval van momentum zijn de rendementen grillig op korte termijn maar dragen ze over lange periodes bekeken aanzienlijk bij aan het totaalrendement. Omvang heeft een lange periode geen outperformance laten zien, maar sinds 2000 laten smallcaps iedere maand mondiaal een outperformance zien van 0,45%.

Waarde doet het sinds de financiële crisis van 2008 niet goed, maar laat steeds betere rendementen zien, hoewel niet sprake is van een wereldwijde trend. De wereldwijde premie voor de factor waarde is 2,5% sinds 2000. Dividend heeft het als factor sinds 2000 uitstekend gedaan, maar dat kan volgens het onderzoek te maken hebben met de search for yield als gevolg van de extreem lage rente.

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Lees meer

MiFID II