Theodor Kockelkoren werkte van 2002 tot als bestuurder bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Daarvoor werkte hij als adviseur bij McKinsey & Company en studeerde hij elektrotechniek aan de Technische Universiteit Eindhoven. Sinds 1 september 2016 is Kockelkoren partner bij McKinsey, waar hij zich richt op het snijvlak van strategie en regelgeving. Daarnaast is hij als adjunct-professor verbonden aan TIAS School for Business and Society in Utrecht. Hij schrijft columns op persoonlijke titel.

Nieuws

Economentragiek

De tragiek van de econoom is dat hij een wereld wetenschappelijk wil duiden, die in toenemende mate niet wetenschappelijk te duiden is.

Nieuw als columnist bij IEXProfs: Theodor Kockelkoren. Nu hij (weer) actief is in bedrijfleven en onderwijs, zal hij regelmatig voor ons schrijven over beleggen, economie en markt. 


 

Het is officieel. De zomer is voorbij. Het warme weer ligt achter ons. En de economen hebben hun gebruikelijke discussies weer opgepakt. Het startschot voor het nieuwe seizoen is dit jaar door de economen van ING gegeven.

Zij pakten een oude discussie van de plank, bliezen even het stof eraf en, presto, iedereen was weer meteen bij de les. De ING-economen beweerden, terugkijkend, dat Nederland beter niet had kunnen bezuinigen in de crisis.

Zij vergeleken de economische prestatie van Nederland met de Verenigde Staten en een aantal Europese landen, zoals België, Duitsland en Frankrijk. Zij constateerden dat de economische groei van Nederland achter was gebleven en zij schreven dit, na enige analyse, toe aan de bezuinigingen.

Er waren economen die deze analyse vriendelijk aanvaarden, maar er fijntjes op wezen dat Nederland geen keuze had. Als we niet bezuinigd hadden dan was de rente op de Nederlandse staatsobligaties flink opgelopen en waren we onze triple A rating kwijt geraakt.

Bezuinigingen noodzakelijk

Waarom? Omdat de economen op de kapitaalmarkt van mening zijn dat Nederland beter af is prudent begrotingsbeleid te voeren. Kortom: zonder bezuinigen waren onze leenkosten voor lange tijd omhoog gegaan.

Andere economen hadden moeite om de analyse van ING over te nemen. Zij constateerden dat de achterblijvende groei van de Nederlandse economie plaatsvond vóórdat er bezuinigd werd. Hoe kunnen de bezuinigingen nu de schuldige zijn, als zij na de schade plaats vonden?

Er waren meer economen die de analyse van de ING-economen van tafel veegden. Zij wezen erop dat de fiscale stimulans die uitgaat van niet-bezuinigen weinig effect had gehad, omdat de Nederlandse banken nog ziek waren. Zij baseren zich op onderzoek op Europees niveau waaruit dit blijkt: fiscaal stimuleren werkt niet als het bankwezen niet gezond is.

Lucht in de huizenprijzen

Vier jaar geleden, toen deze discussie ook volop woedde, waren er economen die vonden dat een fiscale stimulans sowieso weinig effect op de economie heeft, als het onderliggende probleem gevormd wordt door te lange balansen.

Deze economen lieten zien dat zowel huishoudens als ondernemingen te veel hadden geleend. Hun conclusie was: een balansrecessie moet je uitzitten. Je kunt je er niet zomaar uit consumeren met ruim fiscaal beleid. Dat brengt, opnieuw, andere economen in beeld, die toen net als nu, zich concentreren op de huishoudens.

Zij laten zien dat in de jaren voor de crisis de Nederlandse huizenprijzen samen met de LTV-ratio’s (loan-to-value) van hypotheken in galop gegroeid waren. Zij steunen op onder meer het IMF om te laten zien dat op het hoogtepunt in de crisis, er zo’n 20 tot 30% lucht in de Nederlandse huizenprijzen zat. De crisis drukte deze lucht er in twee jaar tijd uit.

Wat is waarheid?

De zeepbel in de huizenprijzen liep leeg in dezelfde periode toen de Nederlandse economie relatief achterbleef ten opzichte van Duitsland, België en Frankrijk. Reden voor deze economen om aan te geven dat de oorzaak voor onze achterblijvende prestatie in de huizenbel van Nederland gezocht moet worden.

Overigens is deze huizenbel aangejaagd door de banken, die een goede marge op hypotheken konden maken en bovendien van de overheid en DNB alle ruimte kregen om meer krediet te schrijven tegen relatief minder onderpand.

Wat is waarheid? Zoveel economen, zoveel meningen. De tragiek van de econoom is dat hij een wereld wetenschappelijk wil duiden, die in toenemende mate niet wetenschappelijk te duiden is. Wat moeten wij, niet-economen, hier nu van vinden?

Nieuw seizoen economenkakofonie

Het beste wat we mogen hopen is dat de economen met steeds betere analysemethoden ook complexere patronen kunnen herkennen. Dat zij verschillende hypothesen kunnen opstellen. En dat verschillende scenario’s opstellen.

Als zij dan de onderliggende veronderstellingen kraakhelder zichtbaar maken (‘wat moet je geloven voor dit scenario?’), helpen ze ons in elk geval een goede discussie te voeren. Nu kijken we naar weer een nieuw seizoen ‘economenkakafonie’.

Theodor Kockelkoren werkte van 2002 tot als bestuurder bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Daarvoor werkte hij als adviseur bij McKinsey & Company en studeerde hij elektrotechniek aan de Technische Universiteit Eindhoven. Sinds 1 september 2016 is Kockelkoren partner bij McKinsey, waar hij zich richt op het snijvlak van strategie en regelgeving. Daarnaast is hij als adjunct-professor verbonden aan TIAS School for Business and Society in Utrecht. Hij schrijft columns op persoonlijke titel.

Lees meer

Duurzaam beleggen