Nieuws

De opmars van green bonds

Nog nooit zo populair: de uitgifte van groen schuldpapier zal dit jaar uitkomen op rond de 100 miljard dollar.

Professionele beleggers zoeken steeds vaker naar manieren om op een duurzame manier te investeren. De nieuwe rage: groene obligaties. Duurzaam beleggen is uitgegroeid van een hobby van specialistische fondsen tot focus van traditionele fondsen, schrijft Bloomberg eind mei.

Daarbij lopen vooral Europese beleggers voorop in de verduurzaming. Reeds 59% van de pensioenfondsen screent hun beleggingen op duurzaamheidprincipes, tegen 19% in de VS. Het was een niche-sector, die ondertussen is uitgegroeid en 30% van het wereldwijde vermogen onder beheer heeft.

Binnen dit thema is de markt voor groene obligaties aan een stormachtige opmars bezig, zo kopten diverse media al in april 2014. In dat jaar werd er volgens het Climate Bond Initiative (CBI) 36 miljard dollar aan groene obligaties uitgegeven, bijna drie keer zoveel als de 11 miljard dollar uit het jaar ervoor. Naar verwachting van het CBI kan de uitgifte van het groene schuldpapier dit jaar uitkomen op rond de 100 miljard dollar.

Vijftig tinten groen

Ook in dat geval zou er sprake zijn van een explosieve stijging ten opzichte van vorig jaar, toen er 41 miljard dollar aan obligaties werd uitgegeven. Volgens HSBC is er dit jaar wereldwijd al 18,9 miljard dollar aan groene obligaties uitgegeven. Wat zijn groene obligaties?

Het zijn obligaties waarvan de opbrengst tot doel heeft projecten te financieren met voordelen voor het milieu. Daarbij kan in principe elke uitgevende instelling obligaties aanmerken als een groene obligatie. “Er zijn geen voorwaarden waaraan een financiering moet voldoen om het green label te gebruiken,” aldus Jochen Harkema, analist Duurzaam Beleggen bij ING.Daarmee zijn groene obligaties niet altijd zo groen als u denkt.

Er wordt al van vijftig tinten groen gesproken in het aanbod van groene obligaties, wat bij obligatiebeleggers voor verwarring zorgt. Het gevaar van greenwashing, waarbij uitgevers en beleggers zich groener of maatschappelijk verantwoordelijk voordoen dan ze in werkelijkheid zijn, ligt op de loer.

Risico op greenwashing

Volgens portefeuillemanager Bram Bos van het recent gelanceerde beleggingsfonds NN (L) Euro Green Bond Fund is het risico op greenwashing in Europa veel kleiner dan in andere regio’s. Bos kijkt wel met argusogen naar groene obligaties uit snelgroeiende Aziatische markten, die niet altijd zo groen zouden zijn als ze lijken.

Manuel Adamini, directeur bij het CBI, ziet eveneens dat de ene obligatie groener is dan de ander, maar wil niet direct van greenwashing spreken. “In andere landen is er nu eenmaal een andere blik op duurzaamheid,” aldus Adamini. “Alle landen moeten het duurzaamheidsthema kunnen omarmen op een manier die bij hen past.”

Daarmee blijft wel de vraag staan wat nu onder groen wordt verstaan. Volgens Adamini is vooral keuring door een onafhankelijke partij hier belangrijk. Sinds de komst van de groene obligatie zijn er diverse initiatieven in het leven geroepen om meer duidelijkheid te krijgen in de definitie van green bonds, waarbij de Green Bond Principles en het eerder genoemde CBI eruit springen.

Sectorbreed kader

Met de Green Bond Principles kwam er een sectorbreed kader waarin wordt omschreven wat een groene obligatie inhoudt. Aan de hand van een viertal onderwerpen kunnen beleggers (of externe partijen die dat voor beleggers doen) beoordelen of aan de transparantierichtlijnen voor een groene belegging is voldaan.

Ze moeten op basis van de beschikbare informatie wel zelf beoordelen hoe groen ze de obligatie vinden. Er wordt hierbij onder meer gekeken naar waar de opbrengsten van de obligaties naar toe gaan en hoe de opbrengsten beheerd worden. Ook de manier waarop uitgevende instanties de investeringen selecteren en evalueren speelt een rol.

Maar door de vrijblijvende, flexibele en vrijwillige aard van de Green Bond Principles zijn de richtlijnen niet voor iedereen afdoende. “De Green Bond Principles geven duidelijkheid over het soort projecten dat in aanmerking komt (bijvoorbeeld duurzame energie of energie-efficiëntie), maar duidelijk omschreven criteria voor het milieueffect en de toegevoegde waarde van de projecten zijn er niet,” zo stelt vermogensbeheerder BMO Global Asset Management in een recent rapport.

Groene stempel

Een aantal instellingen heeft zich opgeworpen om zelf te definiëren wat groen betekent, waaronder het CBI. Een van de kerntaken van de non-profitorganisatie is om, in samenwerking met verschillende onafhankelijke ratingbureaus en aan de hand van een eigen standaard, te analyseren welke obligaties donkergroen zijn.

Komt een obligatie door de keuring dan krijgt de belegging een groene stempel, vergelijkbaar met een fairtrade-logo. Daarmee is de uitgever van obligaties er evenwel nog niet. Jaarlijks moet deze partij bewijzen dat de middelen inderdaad worden aangewend voor de gemelde groene doelstellingen.

Pas dan mogen obligatiehouders het keurmerk blijven gebruiken. Dit maakt een groene obligatie eigenlijk een nóg transparanter product dan de reguliere obligaties, omdat er duidelijk moet worden gerapporteerd waar de opbrengsten van de obligaties naar toe gaan en wat de impact daarvan is op het milieu.

Extra betalen voor groen?

“Maar we zijn er nog niet,” aldus Bos. De portefeuillemanager ziet dat de uitgevende partijen allemaal nog op verschillende manieren rapporteren. “Dit maakt het soms lastig om groene obligaties goed met elkaar te vergelijken.” Op dit vlak kan er nog meer standaardisatie plaatsvinden, vindt Bos.

Tegelijk maakt een dergelijke keuring een groene obligatie ook iets duurder dan normale schuldpapieren. Uitgevende instanties betalen extra kosten om te laten bewijzen dat hun product echt groen is. Op termijn willen ze dat uiteraard doorberekenen aan de belegger. Adamini noemt de kosten goed te behappen, maar vraagt zich af of beleggers bereid zijn om extra te betalen voor groen.

“Dit leek aanvankelijk niet het geval, maar daar lijkt nu wat verandering in te komen,” aldus de specialist van het Climate Bonds Initiative, die evenwel stelde dat studies moeten uitwijzen of dit daadwerkelijk het geval is. Op andere vlakken, zoals rendement en kredietwaardigheid, zijn de verschillen tussen groene obligaties en de gebruikelijke obligaties vaak niet eens zo groot, zo stellen de specialisten.

“Er is wat onderlinge diversiteit in de kredietwaardigheid tussen bijvoorbeeld obligaties die door supranationale instellingen worden uitgegeven en die door bedrijven worden uitgegeven,” aldus Harkema. Meer aanbod en diversiteit zal volgens de specialisten leiden tot een professionelere markt voor groene obligaties. Adamini pleit daarbij voor meer gecertificeerde deals, waardoor er meer vertrouwen in groene obligaties kan komen. “We moeten er met z’n allen voor zorgen dat er geen zwarte schapen de markt betreden.”

Lees verder in het Dossier Duurzaam

Justin Doornekamp is freelance-redacteur bij Participaties.nl. Justin Doornekamp kan posities innemen op de financile markten. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Uw reactie aan de auteur is welkom.

Lees meer

Duurzaam beleggen