Joost Ramaer is freelance journalist en schrijver van het boek De Geldpers – De teloorgang van het mediaconcern PCM (Prometheus, 2009). Over beleggen schreef hij eerder een wekelijkse column in NRC Handelsblad (2011-2013).

Nieuws

De bankierseed: roe of gard?

Medewerkers van banken en vermogensbeheerders moeten een eed of belofte afleggen. Hoe ervaren zij de eed?

De medewerkers van Nederlandse banken en aanverwante bedrijven, zoals vermogensbeheerders, moeten sinds 1 april vorig jaar een eed of belofte afleggen. Zij beloven of zweren onder meer hun functie integer en zorgvuldig uit te oefenen, en het belang van de klant centraal te stellen in hun werk.

Hoe ervaren zij de eed? Er werken zo’n negentigduizend mensen in de Nederlandse financiële sector. Bij de vier grootbanken krijgen zij pas een naam en een gezicht tijdens een persoonlijk contact met de klant. Tot dat moment blijven hun doorkiesnummers en emailadressen geheim. Vragen van buiten mogen zij ook niet zelf beantwoorden.

“Eigenlijk is dat gek,” zegt Peter van der Slikke, mede-oprichter van Topcapital en iBeleggen, voormalig ABN Amro-man en auteur van het boek Ontmaskerd, waarin hij onthulde hoe de grootbanken hun particuliere beleggers jarenlang een oor aannaaiden.

“Integriteit kan niet bestaan zonder vrijheid.” Toch is hij positief over de eed, die hij zelf ook heeft afgelegd. “Het maakt je meer bewust van wat je aan het doen bent. En als je publiekelijk zulke toezeggingen doet, voel je je ook veel meer verplicht om ze na te komen.”

Gedragscode en klachtenprocedure

De eed individualiseert; het geeft bankiers eerder een gezicht dan velen van hen lief is. Mensen die zich gedupeerd voelen door een bankier konden tot voor kort alleen diens werkgever aanklagen.

Ga daar maar eens aanstaan: in schril contrast tot de gemiddelde particulier hebben de grote banken oneindig diepe zakken, waarmee zij de beste advocaten kunnen betalen en procedures eindeloos kunnen rekken. Dankzij de eed kan de klant nu ook een individuele bankmedewerker aanklagen en wel via een veel goedkopere en laagdrempeliger route dan een rechtszaak.

Aan de bankierseed is een gedragscode verbonden en een klachtenprocedure. Bij een nieuwe Stichting Tuchtrecht Banken kunnen klanten klagen wanneer zij vinden dat hun financiële dienstverlener de eed heeft geschonden. Krijgen zij gelijk, dan maken zij met die uitspraak meer kans bij de echte rechter, bijvoorbeeld met een schadeclaim.

Klager is geen partij

Bovendien voorspellen juristen dat ook in dit nieuwe tuchtrecht klagers de krachten zullen gaan bundelen in collectieve acties, zoals ze dat ook hebben gedaan tegen bijvoorbeeld de woekerpolissen. De tuchtcommissie heeft tot dusver 57 van zulke klachten ontvangen, waarvan er veertien in behandeling zijn genomen.

Veruit de meeste van de 43 afwijzingen betroffen klachten over gebeurtenissen van vóór 1 april 2015, toen de eed nog niet verplicht was. De uitspraken op de toegelaten zaken volgen later dit jaar en zullen worden gepubliceerd. De tuchtcommissie kan boetes en berispingen opleggen, of de beklaagde verplichten zich te laten bijscholen.

De zwaarste sanctie is een beroepsverbod van maximaal drie jaar. Voorzitter is Toon Huydecoper, voormalig advocaat-generaal bij de Hoge Raad en daarvoor dertig jaar lang advocaat bij het vooraanstaande Zuidas-kantoor De Brauw Blackstone Westbroek.

Verantwoordelijkheid nemen

Een opmerkelijke eigenaardigheid van het tuchtrecht rond de eed is dat de klager geen partij wordt in zijn eigen zaak. Als een soort openbaar aanklager fungeert de stichting Dutch Securities Institute (DSI), al heeft zij wel de verplichting om de klager goed op de hoogte te houden van de vorderingen.

Nog opmerkelijker is dat zich onder de veertien klagers die zijn toegelaten tot de tuchtcommissie ook banken bevinden. Die zijn dus in het geweer gekomen tegen eigen medewerkers. De Stichting Tuchtrecht, die inwoont bij DSI op Beursplein 5 in Amsterdam, wil niet zeggen hoeveel van de veertien toegelaten klachten door banken zijn ingediend.

Eén ervan is in ieder geval een klacht van ING tegen een ING’er, zo laat het concern zelf weten in een schriftelijk antwoord op vragen. “Deelnemen aan een tuchtsysteem en het handhaven van integriteit in algemene zin betekent verantwoordelijkheid nemen. Banken zullen verdenkingen van voldoende ernstige feiten op basis van die verantwoordelijkheid, ook gelet op de bedoeling van de wetgever, melden.”

Wat de klacht precies behelst en tegen wie hij is ingediend, wil ING “uit het oogpunt van privacy” niet zeggen.

Bijzonder beheer

Bij vermogensbeheerders en beleggingsadviseurs moeten alleen sleutelfunctionarissen de eed afleggen. Maar bij banken geldt de verplichting voor alle medewerkers – of ze nou bankier zijn, boekhouder, marketeer of IT’er. Vooral medewerkers van de beruchte afdelingen Bijzonder beheer bij de grootbanken maken zich zorgen over de eed, zo bleek vorig jaar uit een artikel van Joris Heijn op Follow the Money.

De bijzonder beheerders moeten de probleemkredieten van hun bank oplossen, en dat doen zij vaak op weinig zachtzinnige wijze. FtM had eerder al enkele schrijnende casussen uit de doeken gedaan uit deze bancaire baggerkelder – de omschrijving is van bedrijvenhorzel Pieter Lakeman.

Veel bijzonder beheerders zijn bang dat hun toch al boze en teleurgestelde klanten met de eed een stok in handen krijgen, waarmee ze hard zullen gaan uithalen. De Nederlandse Vereniging van Banken trachtte hen te sussen: zolang zij het beleid van hun bank uitvoeren, zijn zij niet vatbaar voor tuchtklachten.

Lijkt veel op DSI-toets

De Stichting Tuchtrecht sprak dat echter meteen tegen. Veel is nog onduidelijk; de stichting wordt platgebeld door advocaten. “We zijn sitting ducks,” concludeerde een bijzonder beheerder dan ook tegen FtM. Anderen maken zich echter geen zorgen: “Ik kan al mijn klanten recht in de ogen kijken.”

ING bespeurt evenmin paniek bij haar medewerkers. “Over het algemeen wordt de eed wel ervaren als een manier om aan de samenleving te laten zien dat we ons bewust zijn van de rol die we spelen en daar zorgvuldig en uitlegbaar mee om willen gaan.”

Peter van der Slikke is het daar dus mee eens. Maar hij plaatst ook een tweede kanttekening. “Inhoudelijk komt de eed grotendeels overeen met de integriteitstoets van het DSI. Die leggen wij periodiek af. Al jaren, vanaf lang vóór de kredietcrisis. Kennelijk heeft dat geen zier geholpen tegen de perps, renteswaps en veel te dure beleggingsproducten."


De bankierseed

Ik zweer/beloof binnen de grenzen van mijn functie die ik op enig moment in de bancaire sector vervul:

  • Dat ik mijn functie integer en zorgvuldig zal uitoefenen.
  • Dat ik een zorgvuldige afweging maak tussen de belangen van alle partijen die bij de onderneming zijn betrokken, te weten die van de klanten, de aandeelhouders, de werknemers en de samenleving waarin de onderneming opereert.
  • Dat ik in die afweging het belang van de klant centraal zal stellen.
  • Dat ik mij zal gedragen naar de wetten, de reglementen en de gedragscodes die op mij van toepassing zijn.
  • Dat ik geheim zal houden wat mij is toevertrouwd.
  • Dat ik geen misbruik zal maken van mijn kennis.
  • Dat ik mij open en toetsbaar zal opstellen en mijn verantwoordelijkheid voor de samenleving ken.
  • Dat ik mij zal inspannen om het vertrouwen in de financiële sector te behouden en te bevorderen.

Zo waarlijk helpe mij God almachtig!/Dat verklaar en beloof ik!


Dit artikel is ook verschenen in IEXProfs Magazine 2, 2016

Joost Ramaer is freelance journalist en schrijver van het boek De Geldpers – De teloorgang van het mediaconcern PCM (Prometheus, 2009). Over beleggen schreef hij eerder een wekelijkse column in NRC Handelsblad (2011-2013). De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Lees meer

Duurzaam beleggen