Joost Ramaer is freelance journalist en schrijver van het boek De Geldpers – De teloorgang van het mediaconcern PCM (Prometheus, 2009). Over beleggen schreef hij eerder een wekelijkse column in NRC Handelsblad (2011-2013).

Nieuws

Eén factor is niet meer genoeg

Smart bèta- ofwel factorbeleggen breidt zich uit van aandelen naar schuldpapier en multi-factorbeleggen.

Traditionele factoren als waarde, omvang, kwaliteit en momentum krijgen gezelschap van nieuwe – met name duurzaamheid. Mede daardoor komen er steeds meer multifactor-producten op de markt, die bestaande market cap-gewogen indices herwegen aan de hand van een serie factoren. Dat is koren op de molen van de smart bèta-sceptici die stellen dat market-cap indices alle denkbare factoren weerspiegelen.

Het zijn de meest opvallende conclusies van het discussiepanel Advanced Smart Beta: The Cutting Edge of Factor Research op de laatste dag van het congres Inside ETFs Europe in het Amsterdamse Okura Hotel. Moderator Dave Nadig van FactSet ging het thema te lijf met drie indexbouwers – Rolf Agather van FTSE Russell, Sunjiv Mainie van S&P Dow Jones Indices en Mark Adema van Index Efficiency – en twee vermogensbeheerders – Vincent Denoiseux van Deutsche Asset Management en Todd Schlanger van Vanguard.

Smart bèta lijkt oude wijn in nieuwe zakken. Beleggen in smallcaps of aandelen met een lage volatiliteit is factorbeleggen avant la lettre en minstens een halve eeuw oud. Maar de grote aandacht voor de nieuwe naam van het beestje heeft geleid tot veel extra onderzoek, waardoor we nu beter weten welk verschil factoren maken, ten goede en ten kwade. En ook hoe je ze moet toepassen, getuige de tiltmethodiek waarmee FTSE Russell de vijf meest gebruikte factoren verwerkt in bestaande market-cap gewogen indices.

Waarde en kwaliteit

Eerst bepaalt de indexprovider voor ieder aandeel in de index de weging voor elke van de vijf traditionele factoren momentum, omvang, waarde, kwaliteit en volatiliteit. Vervolgens wordt de weging naar marktkapitalisatie vermenigvuldigd met de vijf factorwegingen. Na een herschaling resulteert de Comprehensive Factor-weging (zie tabel). “Veel factorbeleggers herwegen naar bijvoorbeeld alleen waarde en kwaliteit,” aldus Agather. “Zij raken onderbelegd in beiden. Onze methode geeft de juiste exposure naar alle vijf factoren.”

Factorbeleggen

 

Maar er spelen meer dan vijf factoren, betogen de strategen van Vanguard al jaren. “Traditionele naar marktkapitalisatie gewogen indices weerspiegelen alle factoren die van invloed zijn, ook factoren die wij nog niet eens hebben bedacht,” herhaalde Todd Schlanger van de Amerikaanse fondsenreus nog maar eens. Vanguard blijft sceptisch over smart bèta. Adema viel Schlanger bij: “Lage kosten vormen de meest invloedrijke factor. Maar daar hoor je de smart bèta-adepten nooit over.”

Sunjiv Mainie koos een andere invalshoek. “In 1984 spendeerden de bedrijven in de S&P 500 driekwart van hun beschikbare middelen aan nieuwe en bestaande assets, zoals gebouwen en machines. In 2015 was dat nog maar 35%. De rest ging op aan dividenden en inkoop van eigen aandelen.” Oorzaak is de opmars van het kwartaaldenken, aldus Mainie. “Het gevolg is langjarige waardevernietiging. Beleggers moeten weer op zoek naar de bedrijven die langjarig waarde creëren.”

Duurzaamheid

“De beste indicator daarvoor is de mate waarin beursgenoteerde bedrijven naar duurzaamheid streven – voor het milieu, voor de relaties met klanten, afnemers en werknemers, en in hun corporate governance.’ S&P DJI heeft varianten op zijn indices ontwikkeld die zijn herwogen naar deze ESG-criteria. En wat blijkt, aldus Mainie? “De nieuwe factor duurzaamheid laat zich wonderwel verenigen met de oude factor kwaliteit.”

Iets soortgelijks deed Deutsche Asset Management met obligaties, legde Vincent Denoiseux uit. Als voorbeeld nam hij Franse staatsobligaties. Na de kredietcrisis behielden die hun Triple A-status langer dan gerechtvaardigd was, gezien de ongunstige toestand van de Franse staatsfinanciën. “S&P deed er een jaar over om zijn kredietrating te herzien, en Moody’s 22 maanden. Pas in 2012 viel Frankrijk uit de AAA-indices. Indexbeleggers zaten toen natuurlijk goed fout.”

Dat had niet gehoeven. Deutsche AM heeft zijn eigen factorbenadering voor staatsobligaties ontwikkeld. Deze herweegt bestaande indices naar de financiële soliditeit van de daarin opgenomen landen. In zo’n index zou Frankrijk veel eerder door de mand zijn gevallen. “Uit ons onderzoek blijkt dat zulke indices, herwogen naar kwaliteit, het beter dan gemiddeld doen in periodes van grote financiële stress, en iets achterblijven in stijgende markten. En dat alles voor dezelfde risico-rendementsverhouding.”

 

Joost Ramaer is freelance journalist en schrijver van het boek De Geldpers – De teloorgang van het mediaconcern PCM (Prometheus, 2009). Over beleggen schreef hij eerder een wekelijkse column in NRC Handelsblad (2011-2013). De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Lees meer

Duurzaam beleggen met NN Investment Partners