Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Nieuws

Dienstverlening klopt van geen klant

Waar ken ik u van? Er zijn kennelijk nogal wat (private) bankiers en vermogensbeheerders die dat tegen hun klant zeggen.

Waar ken ik u van? Er zijn kennelijk nogal wat (private) bankiers en vermogensbeheerders die dat tegen hun klant zeggen bij de eerstvolgende afspraak. Althans, dat is de conclusie uit het onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) naar de kwaliteit van de beleggingsdienstverlening in 2015.

De toezichthouder onderzocht vier grootbanken, vier privaat banken en twaalf vermogensbeheerders naar de mate waarin zij de gegevens van de klant inventariseerden. Voor de klanteninventarisatie scoorden de onderzochte instellingen een krappe voldoende (2,95 op en schaal van 5). AFM streeft echter naar een gemiddeld cijfer van vier.

Dat het met de kwaliteit van klanteninventarisatie nog een stuk beter kan (en moet) blijkt uit het feit dat 40% van de ondernemingen een onvoldoende behaalden. Ik vind het uitstekend dat AFM dit soort zaken onderzoekt, maar ik moet een paar kritische punten bij het AFM rapport plaatsen. Misschien wel het belangrijkste kritiekpunt is de wijze waarop de toezichthouder het totaalcijfer berekent. AFM onderzoekt vier zaken ten aanzien het in kaart brengen van de klant:

  cijfer (maximaal 5) gewicht
Financiële positie 3,7 30%
Doelstelling 3,7 30%
Risicobereidheid 1,9 30%
Kennis en ervaring 2,5 10%
Gemiddeld 3,04 100%

 

Risicobereidheid heel erg belangrijk

Alle vier zijn deze punten relevant, maar risicobereidheid lijkt mij toch wel de kern van de klanteninventarisatie. Als op dat onderdeel onvoldoende is gescoord, zou het wat mij betreft onmogelijk zijn voor de gehele score op een positief cijfer uit te komen. De toezichthouder geeft zelf aan dat "risicobereidheid een essentieel element van de cliëntinventarisatie is."

In ieder geval zou ik aan dit onderdeel een veel groter gewicht toekennen, bijvoorbeeld 50%. In feite zou wat mij betreft ook kennis en ervaring een groter gewicht moeten hebben. AFM geeft aan dat dit onderdeel weergeeft of de onderneming weet of de cliënt de beleggingsmaterie begrijpt. Ook juist ook op dit onderdeel is de score onvoldoende.

Als kennis en ervaring even zwaar zou wegen als financiële positie en doelstelling, komt het gemiddelde cijfer uit op 2,6. Misschien nog wel te hoog, maar het reflecteert beter de slechte score op het gebied van risicobereidheid en kennis en ervaring. In feite is de conclusie uit het onderzoek dat de ondernemingen wel de financiële positie en de doelstellingen met de klant doorneemt, maar geen idee heeft welke risico's de klant kan en wil dragen en of de klant snapt waar het over gaat.

Voldoende in ander daglicht

De krappe voldoende als samenvattend oordeel komt op deze manier wel in een ander daglicht. Dat AFM soms een te softe positie inneemt, blijkt ook uit één van de aandachtspunten uit de vele dossiers die zijn bestudeerd. De toezichthouder stelt dat in enkele gevallen defensieve portefeuilles voornamelijk uit high yield-obligaties, perpetuals en andere achtergestelde leningen bestaan.

De AFM vindt dat het in principe onwenselijk is deze producten als risicomijdend te beschouwen. Hier zou een veel harder oordeel niet misstaan. Een portefeuille die nagenoeg alleen uit dergelijke obligaties bestaat, mag natuurlijk nooit als defensief worden gekarakteriseerd. Dat is niet onwenselijk, maar het oordeel onaanvaardbaar moeten luiden.

Op het gebied van obligaties is er overigens wel een probleem, want AFM beschouwt een verzameling investment grade-obligaties als risicomijdend. Ik vraag me af of een portefeuille 10-jaars staatsobligaties met Nederland en Duitsland als debiteur, met rendement tegen de 0%, wel als zodanig kan worden gekwalificeerd. Met een mogelijk flinke rentestijging voor de deur, valt het risicomijdende karakter van dergelijke obligaties nog te bezien.

 

Risico's uitleggen

AFM geeft in het rapport voorbeelden van goede informatie als het om risicobereidheid gaat. We zien bijvoorbeeld een grafiek met drie hoofdscenario's, optimistisch, pessimistisch en een conform marktverwachting. Daarnaast is er nog een veelheid aan alternatieve scenario's ingetekend. Onder de grafiek staat nog dat er een 5% kans is op een slechter resultaat dan het pessimistische scenario.

AFM vindt dit goede informatie, maar dit zijn naar mijn mening juist zaken waar je als klant weinig aan hebt. Alleen al de gelijkmatig verlopende lijntjes geven een misleidend beeld van de werkelijkheid. Al komt u in 2035 op het optimistische scenario uit, wat gebeurt er met de klant als in 2025 de portefeuille nog op het pessimistische scenario, of nog veel lager, zit?

En wat betekent 5% risico op een zeer slecht resultaat. Hoe kan de klant daar een oordeel over geven? Hier wreekt zich de neiging om risico alleen maar in cijfers, modellen en statistieken uit te drukken. Een klant heeft er veel meer aan als risico's worden uitgelegd en zichtbaar gemaakt. Dat is wat ingewikkelder, maar is wel belangrijk om echt goed inzicht in risico te verkrijgen.

Tot slot is het belangrijk dat de AFM zelf stelt dat het onderzoek niet representatief is. De gemiddelde cijfers zijn rekenkundig en niet naar het aandeel van de onderneming in de totale markt. Daar is niets mis mee, maar dan zou ik als toezichthouder voorzichtig zijn met algemene conclusies als beleggingsondernemingen moeten hun klanten beter leren kennen. 


Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Lees meer

China; opnieuw lieveling van beleggers?