Jorge Groen is freelance journalist. Hij was voorheen hoofdredacteur van IEXProfs en IEXGeld en werkte onder meer als journalist voor het Financieele Dagblad en voor RTL Z. Tevens is hij oud-hoofdredacteur van Nederlands Pensioen- en Beleggingsnieuws (NPN). Hij schrijft over financiële markten, beleggen, fondsen en pensioenen.

Nieuws

Doe eens smart, obligatiebeleggers

Het aantal mogelijke strategieën is enorm, het aantal producten nog beperkt. Wordt dit het jaar van vastrentende smart bèta?

Het aantal smart bèta-strategieën dat kan worden losgelaten op de obligatiemarkt is bijkans oneindig; het aantal beschikbare ETF’s is daarentegen beperkt. 2016 kan een kenterjaar worden als obligatiebeleggers afstand durven te nemen van de geijkte benchmarks.

Hoewel obligaties en smart bèta het afgelopen jaar de snelst groeiende segmenten zijn geweest van de Europese ETF-markt, geldt dat niet voor smart bèta obligatie-ETF’s. In de vergeleken met Europa volwassener Amerikaanse markt nemen slimme vastrentende ETF’s 1,4% van het totale vermogen voor rekening dat in vastrentende trackers is belegd en bedraagt het aantal beschikbare producten een fractie van het totale aanbod.

Aan dat geringe marktaandeel liggen twee redenen ten grondslag, zegt Olivier Trienes van Deutsche Asset Management, in Nederland verantwoordelijk voor db-x trackers. “Smart bèta is bij aandelen begonnen en heeft in de VS sinds kort vaste voet aan de grond gekregen. In Europa wordt mede door lage effectieve rendementen pas nu naar obligaties gekeken. Doordat obligatiebeleggers echter meer dan aandelenbeleggers gericht zijn op traditionele benchmarks wordt vrij traditioneel belegd. Er is een sterke overtuiging nodig om af te wijken van de benchmark.”

Buiten de paden

Heel lang hoeft niet gezocht te worden naar redenen om wel buiten de geijkte paden te treden, want obligatie-indices worden op merkwaardige wijze samengesteld, schrijft Lombard Odier Investment Managers in een whitepaper over smart bèta.

De vermogensbeheerder heeft vorig jaar met ETF Securities een serie fundamenteel gewogen smart bèta obligatie-ETF’s op de markt heeft gebracht. In breed samengestelde obligatiebenchmarks voeren langlopende obligaties vaak de boventoon en hoe hoger de schuld, hoe zwaarder de weging is van een overheid en/of bedrijf.

De Barclays Aggregate U.S. Bond Index bestaat daardoor voor circa 90% uit renterisico en slechts 10% uit kredietrisico, volgens opgave van Reuters. “Het wegen van de schuld van een land op basis van de omvang van het bbp is in economisch opzicht logischer dan de grootte van de uitstaande schuld te nemen als uitgangspunt,” aldus hoofd fundamentele obligaties Kevin Corrigan van Lombard Odier Investment Managers. 

Alpha genereren moeilijk

Bij staatsobligaties wordt gekeken naar factoren als de verhouding van de staatsschuld in relatie tot het bbp en de fiscale en politieke stabiliteit. Bij bedrijven wordt de schuldenlast, de kasstroom en kwaliteit van de activa gewogen. Dit moet leiden tot een gunstigere verhouding tussen risico en rendement.

“De liquiditeit van de obligatiemarkt staat onder druk en meerdere ronden kwantitatieve verruiming hebben het obligatielandschap flink verstoord. Landen die aan QE hebben gedaan wegen zwaar mee in traditionele obligatie-indices. Dat ziet er niet goed uit, vinden wij,” aldus Corrigan.

“Of je het nu smart bèta of fundamentele kwaliteitsbenadering noemt; het is een meer systematische manier om rendement te vangen. In deze ongebruikelijke omgeving voor obligaties is het moeilijk echte alpha te generen en concentreren wij ons liever op het behalen van een betere bèta.”

Kwaliteit en liquiditeit

Eind december heeft Deutsche Asset Management in samenwerking met Markit de eerste slimme obligatie-ETF op de markt gebracht, die staatsobligaties op basis van kracht van de economie van het uitgevende land opneemt. Gekeken wordt naar onder andere de werkloosheid, staatschuld als percentage van het bbp, groei, inflatie, kans op een faillissement en concurrentiekracht.

Het zorgt voor een overmatige exposure aan landen als Duitsland, Nederland, Oostenrijk en Ierland, terwijl die aan Italië lager is dan bij een reguliere index waarin Europese staatsobligaties zijn opgenomen.

“Het spectrum Franse staatobligaties is groter dan die van Nederland of Oostenrijk, maar de kwaliteit ervan is lager. Als ik voor de hoogste kwaliteit zou gaan, kies ik voor schatkistpapier uit Luxemburg, maar daarvan is weer te weinig omloop en dat kan liquiditeitsproblemen opleveren,” legt Trienes de keuze voor een benchmark uit die zowel oog heeft voor kwaliteit als liquiditeit.

Fundamentele waarden overhand

Corrigan vindt dat beleggers slimme vastrentende ETF’s als een lange termijnbelegging moeten zien doordat er periodes van ondermaatse prestaties kunnen optreden.

“Toen Draghi zei dat hij alles zou doen om de euro te redden deed bijna ieder denkbare obligatie mee aan de rally, die volgde. In die omgeving wordt smart bèta vaak over het hoofd gezien. Maar in 2015 deden onze opkomende markten smart bèta-ETF’s het 500 basispunten beter dan de reguliere benchmark. Smart bèta kan helpen als fundamentele waarden de overhand hebben.“

Jorge Groen is freelance journalist. Eerder werkte hij voor het Financieele Dagblad en RTL Z en hij is oud-hoofdredacteur van IEXProfs, IEXGeld en Nederlands Pensioen- en Beleggingsnieuws (NPN).

Lees meer

Pensioen