Fleur van Dalsem werkt ruim tien jaar bij IEX en is sinds haar studietijd actief in het wereldje van de financieel economische journalistiek. Als redacteur werkte zij voor verschillende financieel economische tijdschriften en websites.

Fleur schrijft voor meerdere IEX-websites, vooral voor IEXProfs, en voor het IEXProfs magazine en zorgt voor de nodige vrouwelijke versterking op de redactie. Dames beleggen immers beter, toch?

Wat is dit?
Connect is het branded contentplatform van IEX Media, waar we beleggingsprofessionals met elkaar in contact brengen. Van inzicht naar inspiratie. Ook partner worden? Wij vertellen u graag meer. Sluit
Nieuws

Wees contrair in opkomende markten

Beleg in kwalitatief de beste ondernemingen in opkomende markten, maar niet in de duurste, aldus Glen Finegan van Henderson.

Fondsmanager Glen Finegan, hoofd aandelen emerging markets staat een klein jaar aan het roer van het Henderson Gartmore Emerging Markets Fund en hij heeft het erg naar zijn zin. Bij zijn vorige werkgever, First State Stewart, was hij verantwoordelijk voor een veel groter belegd bedrag. Zijn baan bij Henderson lijkt carrièretechnisch gezien een stapje terug. Hij ziet dat niet zo, maar juist als een kans om volgens zijn eigen ideeën het kleinere Hendersonfonds verder uit te bouwen.

De strategie die hij voor het fonds hanteert is die van voorzichtige minderheidsbelegger in aantrekkelijke bedrijven in opkomende markten, waar invloedrijke families nog aan het roer staan. Die families moeten echter wel genoeg oog hebben voor de belangen van de andere aandeelhouders.

Hij legt uit waarom: “Opkomende markten zijn vanwege hun structuur risicovoller dan volwassen markten. Lokale wetten beschermen beleggers vaak onvoldoende, bedrijven zijn relatief jong en worden door families of de overheid, of beiden gecontroleerd. In deze omgeving is het voor kleine, buitenlandse aandeelhouders extra risicovol om te investeren. En we willen met het fonds juist zo min mogelijk risico lopen.”

De index is te gevaarlijk

Finegan en zijn team gaan met dit in het achterhoofd op zoek naar groeibedrijven waarvan de eigenaren anderen ook willen laten meedelen in de winst. Daarbij kijken ze het liefst zo min mogelijk naar de index. “Veel te gevaarlijk, want daar zitten te grote bedrijven in met bijvoorbeeld in China de overheid als grootaandeelhouder en in Rusland veel energiebedrijven. Zij houden meestal geen rekening met onze belangen.”

Het beleggingsproces start bottom-up, gericht op de fundamenten van ondernemingen en met een beleggingshorizon van drie tot vijf jaar. “We houden geen rekening met mogelijke katalysatoren, die kunnen namelijk ook niet optreden en dan heb je als belegger niks. Als bedrijven daardoor saai lijken, prima, dan zijn ze lekker goedkoop. We noemen onszelf ook geen groei- of waardebeleggers, alles draait om de kwaliteit van een onderneming.”

Daarbij let Finegan op de kwaliteit van het management – zijn ze al eerder goed door een crisis gekomen? - en de, zoals hij het noemt, franchise kwaliteit. Een derde criterium zijn goede, degelijke financials. Goede cijfers en balansen dus.

Bedrijven die niet aan het milieu denken, denken ook niet aan aandeelhouders

“Het management moet dezelfde belangen hebben als minderheidsbeleggers en er moet voldoende transparantie in de bedrijfsvoering zijn. Een goed voorbeeld is het Koreaanse LG Corp. Dat bedrijf is omgebouwd van familiebedrijf naar een transparant beursbedrijf. En de baas heeft zelf nooit in de bak gezeten. Dat is al een positieve uitzondering in dit soort corruptiegevoelige landen.” Dat is een van de redenen dat het fonds nu niet zo dol is op China. De corruptie en de aanpak ervan en de belangen van grootaandeelhouders die bepaald niet parallel lopen met die van kleinere aandeelhouders. “Shadow banking in China klink al heel eng en dat is het ook.”

Maar door het bottom-up-selectieproces komen er wel degelijk interessante Chinese bedrijven bovendrijven. Fuyao is zo’n onderneming volgens Finegan. “Dit is een Chinese producent van glas voor auto’s die van lokale speler uit aan het groeien is tot wereldmarktleider met grote klanten in Rusland en de VS. De topman van dit concern is erg vrijgevig aan goede doelen. Zo geeft hij zijn dividend weg aan goede doelen. Dit is voor hem een motivatie om elk jaar dividend uit te keren en daar profiteren aandeelhouders van. Echter, bedrijven met en een goed groeiverhaal en een goede behandeling van aandeelhouders zijn zeldzaam daar. Dus als we er eentje vinden in China, dan kopen we ze.”

Finegan wil wel graag benadrukken dat het fonds geen duurzaam beleggend fonds is, maar dat bedrijven die rekening houden met duurzame criteria beter voorspelbaar bedrag vertonen als het gaat om hun omgang met minderheidsaandeelhouders. “Bedrijven die niet denken aan het milieu of aan hun arbeidskrachten, denken vaak ook niet aan aandeelhouders.”

Inflatie is een fact of life

In opkomende markt Rusland denken ze nog erg slecht om minderheidsaandeelhouder – het wilde westen noemt Finegan het – maar over Brazilië is hij verrassend genoeg wel te spreken. Hij noemt Duratex als voorbeeld van een Braziliaans bedrijf dat het goed doet. “Dit houtbedrijf heeft natuurlijk last van de stevige recessie in het land, maar in plaats van daarin mee te gaan zijn ze tegen de stroom in gaan investeren. Dat kon omdat ze altijd hebben gezorgd voor een sterke balans en daardoor konden ze midden in de crisis goedkoop concurrenten opkopen die wel in de problemen waren gekomen. De familie achter de onderneming denkt op lange termijn en heeft geen boodschap aan kwartaalcijfers. En ze laten andere aandeelhouders meedelen in hun succes.”

En zo zijn er volgens Finegan meer voorbeelden van grootaandeelhouders die profiteren van crises en zichzelf en hun medebeleggers mooie winsten bezorgen. Zoals gezegd is de exposure van het fonds niet gebonden aan een index. Dit om te zorgen voor voldoende diversificatie. En buiten opkomende markten, heeft het fonds mandaat om ook in frontier markets te beleggen.

Finegan heeft ervaring met dit soort markten en noemt als interessant voorbeeld een  Nigeriaanse bierbrouwer. Daar kijk ik naar, als is het nu lastig met de sterke dollar. Wat betreft inflatie, dat noemt Finegan een fact of life voor langetermijnbeleggers in opkomende markten. “Kijk om inflatieproblemen te voorkomen altijd naar ondernemingen met pricing power. En wat betreft valuta, ook een permanent risico voor opkomende makten.

“Kijk of ondernemingen lenen in dezelfde valuta als die ze verdienen. En investeer niet bij mogelijke valuta-hedgeproblemen.” Finegan besluit zijn verhaal met drie tips: “Beleg alleen in kwalitatief de beste ondernemingen in opkomende markten, maar niet in de duurste. Durf daarin contrair te zijn.”

Feiten en cijfers Henderson Gartmore Emerging Markets Fund *

  • Fondsstructuur: SICAV, Luxemburg
  • Oprichtingsdatum: 29 september 2000
  • Fondsmanager Glen Finegan
  • Basisvaluta: dollar
  • Benchmark: MSCI Emerging Markets Index
  • Minimale belegging: 2.500 dollar
  • Fondsomvang: 46,55 miljoen dollar
  • Beheerfee retail sharelass R: 1,5% (Total Expense Ratio is 1,86, per 30-9-14)
  • Rendement: 0,6% ( 1 jaar), 3,5% (5 jaar)

Top 10 holdings

  1. Grupo Herdez 3,7%
  2. Inversiones Aguas Metropolitanas 3,6%
  3. Unilever 3,4%
  4. Standard Bank Group 3,0%
  5. Mahle-Metal Leve 2,9%
  6. Uni-President Enterprises 2,8%
  7. Shoprite 2,8%
  8. Cia Cervecerias Unidas 2,8%
  9. SABMiller 2,7%
  10. Bank Pekao 2,7%

Top 10 landen

  1. India 12,6%
  2. Chile 11,6%
  3. United Kingdom 10,5%
  4. Taiwan 9,3%
  5. South Africa 8,9%
  6. Brazil 8,6%
  7. China 5,3%
  8. Mexico 5,0%
  9. South Korea 4,5%
  10. Poland 2,7%

Cash 4%

*data per 30-11-2015

Fleur van Dalsem is redacteur bij IEX.nl. Fleur van Dalsem neemt posities in op de financiele markten. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Lees meer

De impact van het coronavirus