Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Nieuws

Eén factor van belang

Hoe zitten factor-ETF's in elkaar en behalen ze echt betere rendementen dan gelijk gewogen-indexproducten?

De populariteit van indexbeleggen neemt almaar toe. Dat is niet verwonderlijk. Het argument wordt telkens weer naar voren gehaald en blijft ijzersterk. De passieve belegger behaalt op lange termijn doorgaans een beter rendement dan de actieve belegger.

De voordelen van research wegen kennelijk niet op tegen de hogere kosten. Ik moet overigens enigszins terughoudend zijn met mijn enthousiasme over passief beleggen.

In de veldslag van de passieve Index 20+ tegen IEX Fonds 40, een portefeuille met actief beheerde beleggingsfondsen, kijkt passief dit jaar tegen een flinke achterstand aan. Gelukkig is er over meerdere jaren nog een plus, vandaar mijn toevoeging lange termijn in mijn inleidende woorden van deze column.

Gelijke gewichten

De passieve fondsindustrie is, ondanks het succes, niet tevreden met de eenvoudige benchmark index als beleggingscategorie en introduceerde de afgelopen jaren, met veel succes, de slimme index.

De slimme index wordt anders samengesteld dan de traditionele kapitaalgewogen index. Een eenvoudig voorbeeld van smart bèta-indices, zoals ze worden genoemd, zijn die welke samengesteld worden op basis van een gelijk gewicht van elk geselecteerd aandeel.

iShares heeft onlangs een drietal ETF's op slimme indices geïntroduceerd: de FactorSelect fondsen. De fondsen volgen de MSCI Diversified Multiple Factor Indices, die gebaseerd zijn op de MSCI standaardindices.

Niet veel wijzer

Eén fonds is gericht op de Europese index, terwijl de andere twee aan de VS en World indices zijn gekoppeld. De drie standaard indices zijn kapitaalgewogen samengesteld, maar de slimme Multiple Factor index selecteert uit de domme indices de aandelen op basis van vier factoren:

  1. kwaliteit: aandelen van kwalitatief goede bedrijven, bijvoorbeeld op basis van continue winstgroei, zullen in de (nabije) toekomst ook goed presteren.
  2. waarde: goedkope aandelen, in relatie tot de fundamentele positie van het bedrijf, presteren relatief beter dan dure aandelen.
  3. momentum: aandelen die het de afgelopen periode goed hebben gedaan, zullen ook de komende tijd bovengemiddeld presteren.
  4. omvang: aandelen van kleinere bedrijven presteren gemiddeld beter dan die van grotere bedrijven.

Leidt deze selectiemethode inderdaad tot betere resultaten? Op de site van iShares word ik niet veel wijzer. Indexbouwer MSCI geeft echter een maandelijkse factsheet met informatie over de index en de prestaties over de afgelopen jaren.

In eerste instantie lijken de resultaten van de aangepaste index indrukwekkend. Sinds 2009, het dieptepunt van de kredietcrisis, tot en met november 2015 heeft de slimme Europese index een eurorendement behaald van 211%.

Omvang van belang

De minder intelligente benchmark variant bleef over dezelfde periode steken op een plus van 131%. Dat lijkt een overtuigende score om op basis daarvan voor de smart beta index te kiezen.

Echter, als ik kijk naar de prestatie van een andere benchmarkindex, de domme MSCI AC Europe Small Cap, dan heeft deze een rendement gerealiseerd van maar liefst 296%. De kleine bedrijven hebben de grote bedrijven in rendementsopzicht ver achter zich gelaten.

De omvang van de bedrijven lijkt meer rendementsbepalend dan de combinatie van de vier factoren. Een tweede aanwijzing dat de omvang van de bedrijven veel te maken heeft met de uiteindelijke prestatie, komt uit de vergelijking tussen de slimme MSCI USA Small Cap Diversified Multiple-Factor Index en de domme MSCI USA Small Cap index.

Marginaal verschil

Als kwaliteit, waarde en momentum rendementsverhogende factoren zijn, moet de Multiple Factor index tot (veel) betere prestaties komen. Dat blijkt marginaal het geval.

In dollars gemeten heeft de slimme index over de eerder genoemde periode een rendement behaald van 217%, waar de benchmark Small Cap index een resultaat van 207% scoorde.

Toegegeven, de slimme index doet het beter, maar het verschil in resultaat is beperkt. Het komt vooral tot stand door de relatief uitstekende prestatie gedurende het lopende jaar.

Goed analyseren

Mijn conclusie is dat de belegger de soms grote outperformance van slimme indices goed moet analyseren alvorens te besluiten een positie in te nemen. In dit geval lijken de door de Multiple Factor tot stand gekomen indices voornamelijk te outperformen omdat de kleine(re) bedrijven het de afgelopen jaren goed hebben gedaan ten opzichte van de grotere.

Misschien is het zelfs een structureel fenomeen dat aandelen van kleine bedrijven een beter rendementsperspectief hebben, eenvoudigweg omdat de risico's van deze bedrijven groter zijn.

Zolang de ETF op slimme indices nagenoeg vergelijkbare kosten heeft ten opzichte van de reguliere ETF's, kan een keuze voor een slimme index te rechtvaardigen zijn.

In dit geval is de TER van de iShares FactorSelect ETF 0,45%. De ETF's op reguliere indices liggen zeker 0,1% lager. Wat mij betreft blijft een keuze voor de grote benchmark indices, gespreid over de verschillende categorieën aandelen (groot midcap, smallcap, maar ook verdeeld naar regio) de superieure beleggingsstrategie met de laagste kosten.


Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Lees meer

De impact van het coronavirus