Nieuws

Zeven lessen bij volatiele fondsen

Vraag uzelf af of u de belegging zo goed doorgrondt, dat u weet wanneer in of uit te stappen binnen uw beleggingshorizon

David Merkel schrijft op zijn AlephBlog regelmatig over het effectief rendement van fondsbeleggers (ook wel bekend als investor return). Dit is het rendement dat beleggers daadwerkelijk ontvangen in een open-end beleggingsfonds, of een ETF. Hierbij wordt rekening gehouden met de timing van beleggingsbeslissingen, in tegenstelling tot de prestaties zoals statistici het rendement berekenen, waarbij zij er gemakshalve van uitgaan dat er gekocht wordt om te houden (buy and hold).

Actieve beheerders maken alleen kans om de markt te verslaan als zij portefeuilles samenstellen die significant afwijken van de markt. Gevolg is dat deze portefeuilles anders zullen reageren dan de markt. Kiest men de juiste aandelen, dan valt op die manier de markt te verslaan. Veel van deze managers hebben geconcentreerde portefeuilles, waarbij een select aantal aandelen, of een bepaalde sector, een groot deel van de portefeuille vormt. De zwakke schakel zit niet in de concentratie, maar in het risicobeheer.

Merkel haalt het Legg Mason Value Trust als voorbeeld aan, dat de portefeuille vulde met goedkope financiële instellingen van mindere kwaliteit, tot de crisis toesloeg. De prestaties kelderden en beleggers liepen weg, wat tot een dominoeffect leidde. Probleem is vooral dat veel beleggers laat instapten en verkochten en zo achter de feiten aanliepen.

Een ander voorbeeld is het Fairholme Fund. De prestaties zijn momenteel minder, maar Merkel wil vooral zijn punt duidelijk maken. Beleggers timen hun aanschaf of verkoop in dit fonds slecht. Toen de ster begon te rijzen van fondsbeheerder Bruce Berkowitz en zijn team, stroomde het geld toe. Na matige prestaties in 2011 stroomde het geld vervolgens weer uit het fonds, iets dat aanhield zelfs toen de prestaties in 2012 en 2013 relatief goed waren.

Het laat instappen en de uitstroom na de slechte prestaties in 2011, leiden tot een matig effectief rendement. Dat ontvangt de gemiddelde belegger en deze doet het daarmee 5,57% minder goed dan de buy-and-hold beleggers.

De lessen hieruit:

  1. De goede managers moeten gekocht en in portefeuille gehouden worden -  als ze al gekocht worden…
  2. Pas op met fondsbeheerders die zulke geconcentreerde portefeuilles hebben dat als meer geld toestroomt dit de prijzen van de onderliggende aandelen opdrijft. Daardoor vormt het fonds eigenlijk de markt voor deze assets en bij verkoop ziet het er extra slecht uit.
  3. Er zit een kostenplaatje aan grote volatiele geconcentreerde fondsen. De managers kunnen sterke knieën hebben, de gemiddelde belegger doet het veel minder goed in kopen en verkopen.
  4. Ook de buy-and-hold belegger loopt risico als hij samen met anderen belegt, die gedreven worden door begeerte of paniek. Dit geldt met name als de uitstroom zo groot is dat ook de fondsbeheerder daardoor op het verkeerde moment beslissingen gaat nemen.
  5. Dwangmatig kopen tegen hoge prijzen moet voorkomen worden, een fondsbeheerder moet dan met nieuwe ideeën komen. Doet hij dat niet en geld blijft toestromen, dan is het mogelijk de tijd om iets anders te zoeken.
  6. Bij de selectie van een beleggingsfonds voor de portefeuille, stel dan de volgende vragen: Ben ik te laat voor het feest? Heeft de manager nog voldoende ruimte om zijn posities uit te breiden? Is hij zo beroemd dat beleggers invloed krijgen op zijn prestaties?
  7. Vraag uzelf af of u de belegging zo goed doorgrondt, dat u weet wanneer in of uit te stappen binnen uw beleggingshorizon. Dit geldt voor elke belegging. 

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Lees meer

De impact van het coronavirus