Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Nieuws

Hoe dom kan een index zijn?

"De smart bèta-gedachte is vreemd en past volgens mij niet bij de gedachte achter indexbeleggen."

 Er zitten twee indices in een aandelenportefeuille. Zegt de één tegen de ander: "ben ik nou zo slim of ben jij nou zo dom?"

De mogelijk slimme vragensteller weet dat het antwoord volkomen irrelevant is. In alle gevallen wordt bevestigd dat de al dan niet slimme index in ieder geval intelligenter is dan de ondervraagde. Maar voor alle zekerheid heeft de brutale vragensteller zich een duidelijk zichtbaar etiket opgeplakt: smart bèta.

De smart bèta-index is helemaal verguld van zichzelf. Al die boerenkinkel-indices, die zich met de saaie naam capital-weight tooien, daar moet hij niks van hebben. De smart bèta gaat door het leven als low vol, equal weight of anders wel high dividend. Ze lijken maar voor één ding op aarde gezet: beter presteren dan de oude domme index.

Laten we eerst eens wat dieper kijken binnenin die oude domme indices. Ze worden samengesteld op basis van de marktkapitalisatie van onderliggende bedrijven. De grootste bedrijven spelen de belangrijkste rol in de index, de minder grote een beperktere. De middelgrote en kleine ondernemen zijn nauwelijks of helemaal niet vertegenwoordigd. Soms wordt de index herwogen om te voldoen aan enkele subcriteria, zoals bijvoorbeeld de maximale omvang van het bedrijf binnen de index.

Het lijkt misschien simpel en zelfs dom om op deze manier via de index te beleggen. In feite selecteer je aandelen alleen maar op omvang, en niet op bijvoorbeeld marktpositie, winstgevendheid en kwaliteit van het bestuur, om maar een paar meer logische criteria te noemen. Het gaat echter om de manier waarop je het brengt. Een beleggingsadviseur zou bijvoorbeeld het volgende verhaal tegen zijn klant kunnen houden. “Meneer Tak, ik heb voor u een uitgekiende beleggingsstrategie. Die uitgebreid is getest en superieure rendementen maakt. Ik selecteer jaarlijks de beste bedrijven die bewezen succesvol zijn. Niet van die eendagsvliegen, maar alleen ondernemingen die een sterke marktpositie hebben en ook door medebeleggers als succesvol worden beoordeeld.”

Wow, zo’n beleggingsadviseur wil iedereen wel. Het lijkt een prima, zelfs slimme strategie, die echter weinig anders belooft dan dat in de aandelen van een grote benchmark-index wordt belegd.

Special Slimme Index

Vreemde kwalificatie
De afgelopen jaren zijn de slimme indices in opmars. De makers ervan menen dat selectie op basis van bedrijfsomvang niet zo intelligent is. Nee, zoek de aandelen met het hoogste dividend, de laagste volatiliteit of kies voor een gelijk gewicht van de deelnemende aandelen. Smart bèta dus. Eigenlijk is dat een vreemde kwalificatie en niet passend bij de gedachte achter indexbeleggen. Immers, smart bèta veronderstelt dat selectie op basis van bijvoorbeeld high-dividend op lange termijn tot een consequent beter rendement leidt dan selectie op basis van marktkapitalisatie.

Degenen die deze mening zijn toegedaan, zouden zichzelf eigenlijk moeten afwenden van indexbeleggen. Als je op basis van actieve toepassing van andersoortige selectiecriteria werkelijk van mening bent dat een systematische outperformance wordt bereikt, is actief beleggen het juiste antwoord op de passieve indexstrategie. Daarnaast zou de hoogdividendbelegger ook een “smart oordeel” moeten geven ten opzichte van andere intelligente indexstrategieën zoals low vol, equal weight of welke andere smartindex dan ook.

Waarom zou je de alternatieve strategie alleen smart noemen ten opzichte van de capital weight-index? Uiteindelijk moet er een smartest bèta-index bestaan, die een outperformance moet laten zien ten opzichte van alle andere strategieën. Ik kan het ook anders stellen. Stel dat de grote benchmark-indices allemaal zouden zijn samengesteld op basis van equal weight. Ik ben er van overtuigd dat we dan indices op basis van capital weight als “smart index” gepresenteerd zouden krijgen.

Niet slimmer
Naar mijn idee gaat het er niet om dat een bepaalde strategie slimmer is dan een andere. Wat wel van toegevoegde waarde kan zijn van alternatieve selectiecriteria bij het samenstellen van een index dan de gebruikelijke capital weight, is dat zo andersoortige ondernemingen worden geselecteerd. Dat is helemaal niet op voorhand smart, maar kan wel handig zijn in een portefeuille om tot een betere spreiding te komen.

Als dat het argument is om andere selectiecriteria te gebruiken om een index samen te stellen, is dat prima en hoeven de aanbieders van smart bèta-indices, en de uitgevers van ETF’s op deze indices, niet zo desperaat aan te tonen dat die intelligente index de afgelopen drie jaar tot wel x% beter presteerde dan de core-index. Dat soort argumenten leidt alleen maar tot nieuwe teleurstellingen bij beleggers. Zelfs als alternatieve indices een paar jaar minder dan de benchmark zouden presteren kan opname in een beleggingsportefeuille zinvol zijn.

Bijvoorbeeld omdat op deze manier aandelen in de portefeuille komen die er anders via de benchmark-indices niet in terechtkomen. Een voorbeeld is de Renaissance IPO ETF. Wat mij betreft is het belangrijkste argument om alternatieve criteria te gebruiken om een index samen te stellen om zo tot een meer gespreide portefeuille te komen. Ik spreek dan ook liever van alternative bèta-indices dan de kwalificatie intelligent daarvoor te gebruiken.

Marktverstorende werking
Voorts wil ik wijzen op mogelijke gevaren die alternatieve criteria ten opzichte van de core-indices met zich mee kunnen brengen. Die gevaren gelden met name bij de equal weight-indices. Stel dit soort indices zouden daadwerkelijk smart zijn en ze zouden de core-indices van het hoogste podium verdrijven. Beleggers stappen dan massaal in de ETF’s gebaseerd op indices met een gelijkgewogen samenstelling. Dat betekent een grote vraag naar aandelen met een relatief kleine omvang en een kleine vraag naar de relatief grote bedrijven.

Dat kan marktverstorend werken, waarbij de grote bedrijven in koers dalen, en de kleinere in koers stijgen. Zo ontstaat overwaardering (van de kleinere bedrijven) en onderwaardering (van de grotere bedrijven). Het merkwaardige effect ontstaat dat de capital weight-indices zo op een natuurlijke wijze transformeren in equal weight-indices...

Mijn conclusie is dat we ons niet te veel moeten voorstellen van het intelligente karakter van de alternatieve indices. Het benadrukken van de betere prestatie van deze indices is een onnodig en onwenselijk marketinginstrument. Het is voorsorteren op een teleurstelling. Alternatieve indices kunnen prima in een portefeuille passen, maar dan uitsluitend om tot een betere spreiding en daarmee risicoreductie te komen. Dat is in mijn ogen wél een intelligente manier om met alternatieve index-ETF’s tot een optimale prestatie van een (index)portefeuille te komen.

Special Slimme Index


Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Lees meer

Online magazine ETF's