Nieuws

Yale-model is toe aan een upgrade

De beleggingsmethode van Yale werkt goed voor het universiteitsvermogen van die universiteit, maar niet voor iedereen.

De beleggingsmethode van Yale werkt goed voor het universiteitsvermogen van die befaamde universiteit, maar niet voor iedereen, merkt de blogschrijver op RP Seawright op. Volgens cijfers van 831 colleges en universiteiten in de VS blijft het rendement steken op een negatieve 0,3% in de twaalf maanden tot juni 2012. Over de laatste vijf jaar was het universiteitsvermogen goed voor een schamele 1,1% rendement.

Niet vreemd dat er een werkgroep in het leven is geroepen om het ‘Yale Model’ van een update te voorzien. De werkgroep kreeg als startvraag mee: hoe zou jij een portefeuille vormgeven als je kon beginnen met een blanco schoolbord? Maar voordat men tot enige asset allocatie overging moet er gedegen onderzoek worden gedaan. Methode en processen werden onder de loep genomen. Vrijheid was een belangrijk thema om de beleggingsdoelstellingen te behalen, want wat vandaag werkt kan morgen niet meer werken.

Het beleggingsteam moet de mogelijkheden hebben om uit te vinden wat waarschijnlijk gaat werken en daarmee aan de slag gaan. Als het op asset allocatie aankomt, dan beseft de werkgroep dat eerst de doelstellingen gekozen moeten worden en daarna de assets op basis van hun onderliggende risk premia.

Het is goed om te beleggen op basis van doelstellingen, het is alleen niet zo eenvoudig uit te voeren. De werkelijkheid komt ook niet altijd overeen met de intenties. De conclusie van de groep is dat het beleggingsproces het belangrijkste is. De reis is bepalend, niet de eindbestemming. Maar alleen het proces vastleggen is volgens de blogschrijver niet genoeg. De problemen liggen dieper.

Achterblijvers
Onderzoek wijst uit dat prestaties van institutionele portefeuilles en beleggingsfondsen achterblijven bij hun benchmark. Die matige prestaties zijn niet de enige reden om het beleggingsproces ter discussie te stellen. De laatste 35 jaar blijkt dat geld voornamelijk stroomt naar fondsbeheerders die het recent erg goed hebben gedaan en wordt weggehaald bij de beheerders die magere jaren achter de rug hebben. Een andere tendens is dat geld vloeit naar assets die in prijs stijgen en wegvloeit waar de prijzen dalen. 

Het beleggingsproces is verstoord aan de kant van de beleggingsinstituten. Institutionele beleggers zouden beter af zijn als er niets gedaan werd, al is het alleen al vanwege het kostenplaatje wat ermee gemoeid is. Veel verdwijnt in de zakken van de adviseurs, die wel schermen met de prestaties uit het verleden, terwijl die geen garantie zijn voor de toekomst. Maar dit is volgens de blogschrijver geen probleem in het proces, maar een falen in geloof en van overkoepelende beleggingsfilosofie.

Twee simpele uitgangspunten werken wel:

  1. Passief beheer moet de standaardinstelling zijn, actief beheer alleen in uitzonderlijke gevallen als aanvulling.
  2. Lage kosten zijn cruciaal.

De bewijzen voor de werking van deze beleggingsfilosofie zijn vele, maar zijn nog niet echt doorgedrongen tot de wereld van de institutionele beleggers. Ook krijgt het nauwelijks aandacht in de uitkomst van de werkgroep die zich over de ‘methode Yale’ boog. Robert Schiller zei het al: money management is een beroep waar een hoop bedrog bij komt kijken. Mensen beweren de markt te kunnen verslaan, maar in werkelijkheid lukt het hun niet.

 

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Lees meer

MiFID II