Het zijn harde tijden voor ESG-beleggers. Nog niet zo lang geleden was duurzaam beleggen het helemaal, maar inmiddels is de wind gekeerd.
John Ploeg: “Dat zie ik toch wel anders. Hier in Europa, en zeker in Nederland, merk ik niet dat ESG minder populair is geworden. Wel is de kijk op duurzaamheid wat genuanceerder geworden. In plaats van achteruitkijken is het tegenwoordig belangrijker wat een bedrijf van plan is te doen.”
Een belangrijk argument tegen duurzaam beleggen is dat het ten koste van het rendement zou gaan.
Ploeg: “Beleggers die de ESG-risico’s van bedrijven niet meenemen in hun analyse lopen grotere risico’s dan beleggers die dat wel doen. Dat kan het rendement ernstig schaden. In die zin is het weinig verstandig ESG buiten beschouwing te laten. Maar het gaat er ook om wat je verstaat onder ESG. Voor beleggers die met hun beleggingen echt positieve impact willen boeken, kan het rendement wel achterblijven. Hun beleggingsvijver is door hun stringente benadering immers veel minder groot.”
Wat zijn volgens u de belangrijkste risico’s die ESG-beleggers lopen? Waar liggen voor hen de beste kansen?
Ploeg: “Veel risico’s hebben te maken met politiek beleid. Denk aan bijvoorbeeld de automarkt. Dat in de VS, maar ook hier in Europa, subsidies voor elektrisch rijden zijn afgeschaft, heeft elektrisch rijden minder populair gemaakt. Aan de andere kant gaat de transitie naar elektrisch rijden gewoon verder. Welke autoproducenten passen zich het beste aan?”
Inmiddels wordt ervan uitgegaan dat de wereld in de komende decennia met drie graden zal opwarmen. Houden beleggers daar rekening mee?
Ploeg: “Het is natuurlijk een probleem voor iedereen. De fysieke risico’s worden nog te weinig meegenomen. Het probleem is dat de timing en de impact van mogelijke natuurrampen onbekend zijn. Ook met de rimpeleffecten houden beleggers weinig rekening. Productieketens kunnen ernstig worden verstoord als ergens de zaak overstroomt of afbrandt.”
Een eenvoudige manier om het klimaatprobleem aan te pakken is door de obligatieportfeuille te vullen met green bonds?
Ploeg: “Green bonds helpen bedrijven bij hun transitie, tenminste als de plannen goed zijn en de obligaties eraan gekoppeld zijn. Overigens zijn veel van de projecten die worden gefinancierd met green bonds niet nieuw. Vaak gaat het om herfinanciering van een project dat al lang klaar is.
Voor bedrijven bieden green bonds het grote voordeel dat ze kunnen laten zien dat ze iets goeds doen. Inderdaad, het heeft zeker marketingwaarde, wat hen wel dwingt hun plannen uit te voeren. Inmiddels bestaat in Europa bijna 20% van alle schulduitgiftes door kredietwaardige bedrijven uit green bonds. Dat zijn vooral banken, nutsbedrijven en vastgoedbedrijven.”
Dan is er nog AI, dat veel energie nodig heeft. Waar halen we die vandaan? Zijn nieuwe kerncentrales de oplossing?
Ploeg: “AI heeft veel energie nodig, maar airconditioning draagt meer bij aan de wereldwijde groei van de elektriciteitsvraag. Dit omdat steeds meer mensen het nodig hebben of het zich kunnen veroorloven.
Tijdens COP28 is afgesproken dat de hoeveelheid duurzame energie in 2030 moet zijn verdrievoudigd waarbij het energie-efficiëntieniveau moet zijn verdubbeld. De afgesproken groei lijkt haalbaar maar uit gegevens blijkt dat het efficiëntiedoel ver achterblijft.
Dan over de noodzaak van meer nucleaire energie. De voor- en nadelen zijn bekend. Ik zou wel voorzichtig zijn met het bijbouwen van nieuwe centrales vanwege de hoge kosten en lange aanlooptijden. Het is wellicht verstandiger om bestaande centrales te moderniseren of gesloten centrales weer te openen, mits men zich weer kan vinden in de nadelen van kernenergie. Die oplossing is goedkoper en gaat ook veel sneller.”