Interview

Eén op de zeven klanten van Van Lanschot belegt met impact

Vijf jaar geleden deden de klanten van Van Lanschot bijna niet aan impact investing. Nu is doet één op de zeven het wel en gaat er ook steeds meer vermogen in.

Bedrijven beoordelen op ESG-criteria (milieu, sociaal beleid en goed ondernemingsbestuur) is inmiddels gemeengoed geworden. Impact investing gaat nog een stap verder. Naast financieel rendement wil de belegger ook de wereld een beetje beter maken.

Deze vorm van beleggen staat nog in de kinderschoenen, maar lijkt wel bezig met een opmars. In 2013 werd de omvang van deze markt geschat op 46 miljard dollar. Inmiddels is het bijna verdubbeld, naar 114 miljard dollar, zo blijkt uit de meest recente Annual Impact Investor Survey van de Global Impact Investing Network (GIIN).

Aanvankelijk was er vooral interesse van institutionele partijen. Maar nu lijken ook particuliere beleggers impact investing in toenemende mate te omarmen,  merkt van Lanschot. Dit wordt gestaafd door een landelijk onderzoek van de bank onder Nederlandse miljonairs.

Vijf jaar geleden deed nog bijna niemand van de ondervraagden aan maatschappelijk investeren. Nu is dat één op de zeven. Zij besteden er zelfs een toenemend deel van hun vermogen aan.

Gezien de interesse voor impactbeleggen en het maatschappelijk nut ervan, wil Van Lanschot het aanbod aan producten en diensten op dit terrein verder gaan ontwikkelen. Wat zijn de kansen en risico's van impactbeleggen?

Wat is het?

Een impact belegger investeert in bedrijven, organisaties en beleggingsfondsen met de intentie om naast een financieel resultaat ook een positieve maatschappelijke, sociale en/of milieu-impact te realiseren. Daarmee zit het tussen duurzaam beleggen en filantropie in, legt Guido van Aubel, directeur Investment Office bij Van Lanschot, uit.

"Duurzaam beleggen draait vooral om uitsluiten: bedrijven straffen die het niet goed doen. Dat leidt niet per sé tot een betere wereld, maar vooral tot een minder slechte wereld. Impact investing heeft een positieve insteek. Beleggers hebben de intentie om iets goeds te doen, zoals elektrisch rijden bevorderen en daarmee de CO2-uitstoot verminderen."

Tegelijkertijd probeert de belegger wel rendement te behalen, in tegenstelling tot filantropie, waar dit niet of nauwelijks een rol speelt.

Welke vormen zijn er?

Impact beleggen kan in alle soorten en maten: via beleggingen in beursgenoteerde aandelen van bedrijven die voorop lopen op bijvoorbeeld klimaatgebied, participaties in niet-beursgenoteerde ondernemingen (al dan niet geclusterd in een fonds), greenbonds en microfinanciering.

Gezien het ruime aanbod is impact investing niet uitsluitend geschikt voor de happy few, meent Van Aubel. Voor beleggers met een kleinere portemonnee zijn er ook beleggingsfondsen beschikbaar.

Van Lanschot signaleert onder haar klanten momenteel een relatief grote interesse voor het BlueOrchard Microfinance Fund. Het NN Euro Green Bond Fund is wat minder in trek, vanwege de lage rente.

Wat zijn de voordelen?

Beleggers kunnen een bijdrage leveren aan een betere wereld en zelf de thema's selecteren waar ze affiniteit mee hebben, zoals het tegengaan van klimaatverandering, uitbannen van armoede of de levering van schooldrinkwater in ontwikkelingslanden. Een handig hulpmiddel bij de keuze van de doelen vormen de zeventien duurzaamheidsdoelen van de Verenigde Naties.

Tegelijkertijd is er zicht op een stabiel financieel rendement op de lange termijn, al zijn er nog weinig rendementscijfers voorhanden.  "Bewust ondernemen levert vaak een hoger rendement op. Een autowasstraat die minder zeep gebruikt, levert niet alleen een bijdrage aan het milieu, maar behaalt ook een kostenvoordeel. Het mes snijdt vaak aan twee kanten", legt Van Aubel uit.

Impact investing kan ook bijdragen aan een betere diversificatie van de beleggingsportefeuille, omdat het geen traditionele asset class is. Zo is microfinanciering volgens Van Aubel weinig gecorreleerd met de obligatie- en aandelenmarkten.

Wat zijn de risico's?

Impact investing is nog redelijk onontgonnen terrein. "Het aanbod aan producten is dun", zegt Van Aubel, die wel verwacht dat dit snel gaat veranderen. Ook Van Lanschot wil het productaanbod gestaag uitbouwen.

Ten tweede moeten beleggers er rekening mee houden dat niet elke belegging even liquide is. "Bij sommige beleggingen kun je slechts één keer per kwartaal in- of uitstappen of moet je de eerste drie tot vijf jaar blijven zitten. Dat vereist een lange beleggingshorizon", aldus Van Aubel.

Verder valt impact lastig te meten. "En omdat het nog een jonge markt is, bestaat er ook nog geen common standard, zoals de duurzaamheidsrating van Morningstar", aldus Van Aubel. Hij signaleert wel dat steeds meer bedrijven zelf hun maatschappelijke impact meten en dit vermelden in hun (sociaal) jaarverslag. "Ook hier worden grote stappen gezet."

MiFID II