Fleur van Dalsem werkt ruim tien jaar bij IEX en is sinds haar studietijd actief in het wereldje van de financieel economische journalistiek. Als redacteur werkte zij voor verschillende financieel economische tijdschriften en websites.

Fleur schrijft voor meerdere IEX-websites, vooral voor IEXProfs, en voor het IEXProfs magazine en zorgt voor de nodige vrouwelijke versterking op de redactie. Dames beleggen immers beter, toch?

Interview

Terug naar de basis

“We willen klanten niet alleen laten beleggen in beursgenoteerde producten, maar ook in private beleggingen.” Wouter Weijand over zijn overstap van een assetmanager naar een family office.

meer

Fleur van Dalsem werkt ruim tien jaar bij IEX en is sinds haar studietijd actief in het wereldje van de financieel economische journalistiek. Als redacteur werkte zij voor verschillende financieel economische tijdschriften en websites.

Fleur schrijft voor meerdere IEX-websites, vooral voor IEXProfs, en voor het IEXProfs magazine en zorgt voor de nodige vrouwelijke versterking op de redactie. Dames beleggen immers beter, toch?

Een jaar geleden stapte u, meneer Weijand, over van BNP Paribas Investment Partners naar Providence Capital. Hoe was die overgang?

“Het was alsof ik weer bij Pierson in de jaren tachtig werkte. We werken hier in Bussum met een groep van twintig personen en nog drie personen op ons kantoor in Zwitserland. Dat lijkt een flinke stap terug, maar wat mij betreft is het een grote stap vooruit. Ik mag namelijk weer over alle assetklassen een mening hebben, dat is de rol die ik wilde. Toen ik bij Pierson werkte was dat ook zo. De beleggingssector was veel kleiner en minder gespecialiseerd en gereguleerd. Ik mocht me bemoeien met strategie en advies aan een klant. Per klant zorgde je voor zijn hele portefeuille. Midden jaren negentig, toen ik bij ABN Amro zat, werd dat anders, toen moest iedereen zich specialiseren. De meesten wilde destijds aandelen doen, die gingen als een speer, en ik werd gevraagd voor fixed income en mocht dat team later gaan leiden. Daarna werd ik hoofd vastgoed en vervolgens werden hoog-dividendaandelen mijn specialiteit. Allemaal interessant, maar nu mag ik het weer allemaal combineren. En dat is het allerleukste.”

Mist u de Zuidas of het Rembrandtplein, hier in Bussum?

“Ik zie mijn oude collega’s nog regelmatig. Er werken er hier ook twee die ik al kende van mijn tijd bij Pierson. En de overstap naar Bussum ging heel vloeiend. Ik was nog niet aangenomen, maar had al wel een elektrische fiets gekocht om van Amsterdam in Bussum te komen. Op een zeker moment – er was nog geen arbeidscontract getekend – vroegen ze wanneer ik kon beginnen. Ik zei dat ik wel meteen kon blijven die middag. Ik heb een mooie kamer uitgezocht en ben begonnen.”

Zijn er nog meer verschillen?

“Ja, niemand vraagt hier, zoals bij een groot bedrijf, zuchtend aan elkaar hoe lang moet jij nog tot je pensioen? We hebben hier partners en deze zaak is vaak hun pensioen, dus ze zullen niet zo snel stoppen. En dat hoeft ook niet, misschien zit ik hier ook nog wel als ik tachtig ben. Het voelt hier meer als een club, als een familie.”

Is er veel veranderd in de sector door de afschaffing van de provisies? Van Lanschot voorspelde destijds een verschuiving binnen beheer; kleinere klanten moesten meer zelf doen, klanten met grote vermogens kregen een superbehandeling. Hoe zien jullie dat?

“Dat verschil tussen voor en na afschaffen van de kickback kennen wij niet. We hebben die namelijk nooit gehanteerd. De fees zijn altijd meteen teruggevloeid naar klanten. We hebben zelfs een klant die nu cumulatief meer fee van ons terug heeft gekregen dan dat hij ons tot nu toe betaalde.”

Maartje van Casteren
Maartje van Casteren, directeur Family Offices bij Providence vult aan: “Klanten kregen ook elk jaar een accountantsverklaring van ons waar in stond dat wij eventuele kickbacks altijd gewoon doorstorten en hoeveel dat dat jaar was geweest. Ons businessmodel is nooit afhankelijk geweest van de kickbacks, dus we hoefden dat nooit aan te passen. We hebben ook geen eigen producten in de vorm van huisfondsen. Onze basis is onafhankelijk vermogensbeheer en daar is later vermogenseis en de hele vermogensadministratie in de vorm van onze family office bijgekomen.”

“Dat verschil voor en na afschaffen van de kickbackfee kennen wij niet, we hebben die kickback namelijk nooit gehanteerd”

Wie zijn jullie klanten?

Weijand: “Wij hebben vooral beheerklanten. Zo’n 70% van onze klantenkring bestaat uit vermogende particulieren, 30% uit stichtingen. We hebben zo’n honderd klanten, waaronder bijvoorbeeld het Prins Bernard Cultuurfonds, als adviesklant. Vermogensbeheer begint bij ons bij een vrij besteedbaar vermogen van vijf miljoen euro. Dat vinden wij het minimum voor een goed gespreide portefeuille. We willen klanten namelijk niet alleen laten beleggen in beursgenoteerde producten, maar ook in private beleggingen. Beleggen in meer illiquide producten kan prima, zeker voor de grotere klanten, aangezien zij een beleggingshorizon hebben, die soms meerdere generaties beslaat.”

Het is in de VS een trend onder family offices en vermogensbeheerders om meer in private equity te beleggen en daar soms ook speciaal iemand voor aan te nemen. Wat doen jullie?

“Wij willen dat traject ook verbreden. Een deel van de tijd die we nu gebruiken voor de selectie van actieve managers in liquide markten, zullen we gaan gebruiken voor de selectie van illiquide beleggingen. Zo selecteren we managers voor infrastructuur, private equity en debt. En wellicht ook onroerend goed.”

Welk beleggingsbeleid hanteren jullie voor de klant?

“Binnen de aandelen een mix van passieve producten en actief beheerde beleggingsfondsen. Fixed income en alternatives vullen we bijna geheel actief in. De managers van deze fondsen selecteren we zelf. De nadruk ligt op assetallocatie, het belangrijkste bij beleggen. Of we actief of passief beleggen voor een klant hangt af van waar en waarin. Zo zullen we bijvoorbeeld niet snel passief in frontier markten stappen. De veranderingen in een index in een frontier markt zijn soms weken van te voren bekend en dat zorgt voor volatiliteit voorafgaand aan wijzigingen. Een actieve manager kan daar rekening mee houden, een ETF wisselt zijn mandje aandelen pas om als de index dat doet. Te laat dus. En je ziet dat die ETF’s dan ook fors, zo’n 4% per jaar, bij de index achterblijven. In volwassen markten beleggen we vaak passief, maar zeker ook in een aantal hele goede actieve fondsmanagers. De beleggingsstijl waar we ons het comfortabelst bij voelen is waardebeleggen.”

Van Casteren: “En met honderd klanten kunnen we portefeuilles aanbieden op maat. We hanteren dus geen standaard modelportefeuilles met risicoprofielen.”

Hoe zit het met de financiële educatie van de klant?

Van Casteren: “Onze klanten zijn doorgaans niet een echtpaar, maar vaak grotere families met broers en zussen, kinderen, neven en nichten. Zij moeten op de hoogte gesteld worden dat er vermogen is, hoe dat beheerd wordt, welke verwachte vermogensopbouw er is. We nemen regelmatig kinderen van klanten aan de hand en willen daar ook meer mee gaan doen, bijvoorbeeld door een seminar voor deze kinderen te organiseren.”

Lichten jullie de klanten ook vaker voor over duurzaam beleggen?

Weijand: “Zeker, wat daarbij helpt is dat er nu ook goede duurzame ETF’s beschikbaar zijn, die fiscaal vriendelijk zijn voor Nederlandse klanten. Dat was in het verleden niet zo. Ik merk wel dat Europese fondsmanagers meer open staan voor vragen over duurzaam beleggen. Amerikaanse managers kijken soms nog raar op als wij vragen waarom ze een bepaald niet-duurzaam aandeel in portefeuille hebben en of ze dat willen veranderen. Bij Europeaanse fondsmanagers is duurzaam beleggen veel beter en vaker in het algehele beleggingsproces opgenomen.”

“Beleggen in meer illiquide producten kan prima, aangezien onze klantenkring vaak een hele lange beleggingshorizon heeft”

Hoe meten jullie ESG?

Wouter Weijand

“Voor elke klant houden wij bij hoe duurzaam zijn of haar portefeuille is. We houden bij welke bedrijven waarin hij of zij is belegd, niet naar de VN-duurzaamheidsprincipes handelen en geven aan welk percentage van de portefeuille uitgesloten zou kunnen worden, maar dat nu niet is. Data over fondsmanagers wisselen we uit met Sustainalytics. Die data gebruiken we om gesprekken voor te bereiden met fondsmanagers over hun beleggingsbeleid. Willen zij dat bepaalde niet-duurzame aandeel in dat bedrijf ruilen voor een ander? Zo niet, dan kunnen wij besluiten en of kan de klant besluiten om niet meer in dat fonds te beleggen. Het gaat erom hoeveel niet-duurzaam opererende ondernemingen een klant maximaal accepteert in zijn portefeuille. Dat mogen ze dus zelf aangeven.”

Beleggen jullie voor klanten nog (veel) in staatsobligaties?

“Aan de vastrentende kant is het nu enorm moeilijk een beetje rendement te maken. Wij hanteren al een tijdje een onderwogen duration en een lage weging in staatsobligaties. In aanvulling daarop hebben we absolute return-beleid, ook bijvoorbeeld voor schuld uit opkomende markten. Een andere optie is om alternatieven te zoeken voor staatsobligaties. Ik verwacht namelijk niet dat de geldmarktrente in Europa op korte termijn zal stijgen. We blijven nog wel een tijdje rond de nul. De risico’s liggen vooral bij de lange rente. Overigens, aandelen zijn nu neutraal gewogen in onze portefeuilles. Voor de Brexit zaten we overwogen, daarna hebben we het percentage aandelen nog wat verder opgevoerd, om recent weer winst te nemen en terug te keren naar een neutrale weging.”

In hoeverre kan een relatief ouderwets opererende vermogensbeheerder profiteren van de fintechtrend?

“We hebben wel gesprekken gehad met partijen die dachten dat fintech interessant was in combinatie met onze assetallocatie, maar fintech is vooral handig bij schaalgrootte en die streven wij niet na. Meer afstand tot de klant is voor ons niet goed. We willen wel iets meer klanten, maar geen vijfduizend ofzo. Dan kunnen we geen maatwerk meer leveren en dat is wat we willen.” Van Casteren: “We maken bij family office wel gebruik van nieuwe technieken. Klanten kunnen bijvoorbeeld inloggen en online hun portefeuille bekijken. We gebruiken die functie ook als archief. Zo slaan we daarin kopieën van paspoorten op, waardeontwikkelingen van niet-genoteerde producten zoals private equity en gegevens over de beleggingen. Zo kunnen klanten en hun families dit zelf opzoeken en hoeven we geen gevoelige data en documenten te versturen via email.”

Tot slot: Een veelgehoorde klacht van vermogensbeheerders is de vele regels waaraan zij moeten voldoen. Hebben jullie last van toenemende regeldruk?

Van Casteren: “We hebben voor family office ook een trustvergunning in verband met privacy van onze klanten en daardoor veel te maken met DNB. We moeten aan steeds meer eisen volden en dat brengt extra kosten met zich mee.” Weijand: “Klopt, we hebben een eigen compliance officer en die houdt ons scherp. Nu zijn we vooral bezig met de aanpassingen aan MiFID II. Het is wel veel werk, maar we doen die klus gewoon, het hoort erbij en het verhoogt de transparantie voor de klant. Tegelijkertijd zien we dat die regeldruk wellicht dreigt door te slaan: al onze klanttransacties moeten straks binnen een dag aan de AFM worden aangeleverd, waarbij 65 velden met data dienen te zijn ingevuld. Laten we het de tijdgeest noemen. Het is de echo van de financiële crisis van nu bijna tien jaar geleden. Hopelijk zwaait die pendule weer een keer terug.”

De impact van het coronavirus