Interview

Larry Swedroe: Veel alpha is bèta geworden

Onze nieuwe columnist Larry Swedroe raakt de open zenuw van actief beheer. “Veel alpha is geconverteerd is naar bèta, en gemeengoed geworden voor beleggers.”

Volgens de bekende Amerikaanse beleggingsexpert Larry Swedroe hebben veel beleggers een verkeerde fixatie op rendement. Zij proberen te voorspellen welke aandelen het beste gaan presteren en waar de markt heen gaat, in een poging een beter rendement te behalen. Beleggen betekent je richten op zaken die je kunt controleren: risico en kosten. En niet luisteren naar zogeheten voorspellers, betoogt hij.

Larry Swedroe is de nieuwe columnist van IEXProfs. Op 25 april spreekt hij via een live videoverbinding op InsideETFs in  Eye Amsterdam. IEXProfs is mediapartner van dit evenement voor fondsenselecteurs, financiële adviseurs, family offices en andere professionele beleggers die meer willen weten over beleggen in ETF’s.

Kun u iets over uzelf vertellen?

Wij adviseren bij Buckingham Strategic Wealth niet alleen particuliere beleggers, maar ook 145 andere Amerikaanse beleggingsadviesbedrijven. Ik fungeer als hun hoofd onderzoek, en beantwoord vragen over voorspellingen. Mijn verzameling prognoses voor de financiële markten gedaan door anderen, is gebundeld in Sure Things. Ik schrijf al vele jaren boeken, columns en artikelen over financiële planning en beleggen. Ik geloof niet in specifieke voorspellingen. De financiële zekerheden waarover ik lees komen uit de media, of hoor ik van cliënten.

U gelooft in Evidence-based Investing: wetenschappelijk onderlegd beleggen. Leg uit.

Kijk naar de prestaties van beleggingsfondsen. We weten dat de meerderheid van de actieve beheerders niet beter presteert dan de markt, en dat geldt helemaal voor obligatiefondsen. Het beste is om altijd voorspellingen te negeren.

Hoe zit het dan met alpha en bèta, en het gebruik van modellen?

Heden ten dage begrijpen we beter hoe financiële markten functioneren dan drie tot vijf decennia geleden. In de jaren zestig is het eerste formele prijsmodel van Capital Asset Pricing Model (CAPM) gecreëerd om rendementen van gespreide portefeuilles te duiden. Net als andere modellen is CAPM gebrekkig of onjuist.

Modellen zijn niet bedoeld als imitaties van de werkelijkheid, maar om te begrijpen hoe de financiële markten werken. CAPM kan maar circa twee derde verklaren van de rendementsverschillen van gediversifieerde portefeuilles. Als CAPM 2% van een verschil van 3% verklaart dan is die 1% of het geluk van de actieve beheerder die het beter deed dan de markt, of jij was niet zo gelukkig.

Je bent geneigd om te zeggen dat bèta exposure is aan een bepaalde factor. Toen in 1992 Fama en French hun beroemde paper The Cross-Section of Expected Stock Returns publiceerden, ging het om een factor; nu kunnen we factoren als momentum, size en value meewegen, en daardoor begrijpen we het beter. Bèta houdt in algemene zin marktbèta in: de blootstelling aan het aandelenrisico. Je kunt nu ook bèta hebben op omvang, waarde en momentum.

Bèta heette alpha totdat we in staat waren om factoren wetenschappelijk te duiden en te implementeren. Wie, nadat deze factoren zijn meegewogen nog altijd in staat is tot outperformance genereert alpha. Dat kan vaardigheid zijn of geluk, we weten het niet. Het heeft tijd nodig om dat vast te stellen. Het grootste probleem voor actieve beheerders is dat wat eens alpha heette geconverteerd is naar bèta en elke belegger nu toegang heeft tot factoren. Het is gemeengoed geworden.

Hoe moeten beleggers vandaag de dag een portfolio samenstellen?

In mijn boek The Only Guide You'll Ever Need for the Right Financial Plan staan de  vragen die mensen zichzelf moeten stellen om tot de juiste belegginsmix te komen. Adviseurs beginnen met de vraag in hoeverre de klant in staat is en bereid is om risico te nemen, en hoeveel risico noodzakelijk is. In staat zijn gaat over de horizon; hoe meer tijd om op een opgaande markt te wachten hoe meer risico een belegger kan nemen.

Stel jezelf de vraag: ben ik een aandeel of obligatie? Als inkomsten variëren met je economische activiteit, zoals bij een autoverkoper, beurshandelaar of bouwvakker, ben je meer een aandeel en moet je minder aandelenrisico lopen doordat je inkomen zich al als een aandeel gedraagt.

Een dokter, professor aan de universiteit of misschien een gemeenteambtenaar, die waarschijnlijk niet worden ontslagen tijdens een recessie, zijn obligaties en kunnen daardoor meer in aandelen beleggen.

De bereidheid om risico te nemen gaat over brandend maagzuur en hoe goed je kunt slapen ’s nachts zonder in paniek te raken en je beleggingen te willen verkopen. De noodzakelijkheid om risico te nemen, gaat over het rendement dat benodigd is om financiële doelen te behalen.

Pas als dat allemaal in kaart is gebracht, kun je kiezen hoeveel je in aandelen of obligaties moet beleggen. Begin met een wereldwijde index: 50% Verenigde Staten 50% de rest van de wereld. Onderzoeken laten zien dat overal ter wereld beleggers een voorkeur aan de dag leggen voor hun eigen land. Een lichte voorkeur voor het moederland kan om fiscale redenen of vanwege lagere beheervergoedingen handig zijn, maar ik zou niet meer dan 10% afwijken van een wereldwijde index. En als je het doet, moet je beslissen aan welke aandelenfactoren je blootstelling wilt.

In mijn meest recente boek The Complete Guide to Factor-Based Investing noem ik de criteria voor factorbeleggen. Factoren moeten een premie opleveren over langere tijd gedurende meerdere economische cycli. Ze moeten wereldwijd toepasbaar zijn, en bij voorkeur voor meerdere beleggingscategorieën. Momentum werkt voor obligaties, aandelen, grondstoffen en valuta. Dat geeft sterk het vertrouwen dat deze factor geen gelukkige uitkomst is van een datamining-exercitie.

Factoren moeten ook intuïtief zijn; er moet een goede logische verklaring voor zijn of duidelijk risicoverhaal. Logischerwijs zijn aandelen risicovollere obligaties, dus verwachten wij dat deze outperformance laten zien in de toekomst. Hetzelfde geldt voor smallcaps of waarde-aandelen. De redenen voor momentum voeren terug op menselijk gedrag. Maar pas op: naar mijn mening verandert menselijk gedrag niet. Arbitrage kent limieten – kosten, angst of short te gaan – waardoor geavanceerde beleggers verkeerd geprijsde beleggingen niet corrigeren.

Uw nieuwe boek The Complete Guide to Factor-Based Investing ligt deze zomer in de Nederlandse boekhandel. Wat hebben Nederlandse adviseurs eraan?

Ik heb ongelooflijk veel werk verzet voor beleggers, zowel adviseurs als klanten. We halen 106 wetenschappelijke onderzoeken aan. We geven mensen een raamwerk om na te denken over de vraag of zij hun beleggingsportefeuille willen blootstellen aan factoren. We overleggen bewijs en zij kunnen beslissen. Een handjevol factoren kan geïmplementeerd worden, enkele andere zijn de moeite van het overwegen waard. En we wijzen op sommige factoren, zoals dividendstrategie, die in onze ogen geen nut hebben en leggen uit waarom.

Larry Swedroe, director of research voor Buckingham en The BAM Alliance, publiceert boeken, artikelen columns en studies in toonaangevende financiële (vak)bladen en op diverse platformen en is regelmatig te gast op NBC, CNBC, CNN en Bloomberg Personal Finance. Zijn boeken Reducing the Risk of Black Swans (2014), The Incredible Shrinking Alpha (2015) and Your Complete Guide to Factor-based investing (2016) verschijnen deze zomer in Nederland en België in samenwerking met Robert van Beek.

De impact van het coronavirus