Een klokkenluider maakte onlangs wereldkundig dat assetmanager DWS zijn duurzame activiteiten schromelijk overdreef. Zowel de Amerikaanse SEC als de Duitse toezichthouder BaFin deelden na onderzoek een boete uit.

Met een wirwar aan nauwelijks te verifiëren duurzaamheidsclaims en zelfbenoemde specialisten op dit gebied is er meer dan ooit behoefte om de green washers van de echte duurzame beleggers te kunnen scheiden.

Of, zoals SEC-voorzitter Gary Gensler zei tijdens een speech voor het Europese parlement: “I’ve directed staff to review current practices and consider recommendations about whether fund managers should disclose the criteria and underlying data they use to market themselves as such.”

Beter transparantie

In Europa zijn we al iets verder. Met de introductie van de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) zijn de eerste stappen gezet richting betere transparantie over duurzaamheidsclaims.

SFDR introduceert een classificatiesysteem met informatieverplichtingen voor beleggingsproducten. Kort samengevat kan een beleggingsfonds in één van drie bakjes vallen:

  • Het fonds heeft géén duurzaamheidskenmerken,
  • Het fonds promoot diverse ecologische of sociale kenmerken (artikel 8, lichtgroen),
  • Het fonds heeft een duurzame doelstelling (artikel 9, donkergroen).

Dat klinkt als een onderscheid dat vaag genoeg is om vrijelijk te worden geïnterpreteerd en dat gebeurt dus ook. In een rapport dat deze maand werd gepubliceerd stelt de AFM vast dat er bij zowel de classificatie als de transparantie nog wel wat mis gaat.

Te vaag

Bij slechts een deel van de onderzochte fondsen die zichzelf als donkergroen presenteren vindt de AFM dat op basis van de verstrekte informatie passend. Ook laat de kwaliteit van de geboden informatie vaak nog behoorlijk te wensen over, stelt de toezichthouder.

Met name de donkergroene artikel 9-fondsen blijven vaak ver achter bij de vereiste transparantie. Een doelstelling als “het duurzaamheidsprofiel ten opzichte van de index verhogen op basis van positieve selectie” is volgens de AFM te vaag.

Lees hier het rapport van de AFM

Het fonds zal moeten aangeven welke duurzame beleggingen het nastreeft en hoe het fonds zijn duurzame ambities vertaalt naar meetbare resultaten. “Een afbakening (van het universum - red.) volstaat op zichzelf niet als doelstelling.”

Green washing geen verleden tijd

De AFM is niet de eerste die wijst op de nog wat rommelige eerste implementatie van SFDR. Onderzoekers van AF Advisors stelden al in maart vast dat “sommige managers hun duurzaamheidsambities verdoezelen en doorgaan met holle frases, terwijl ze hun werkelijke ambities verbergen in juridische documentatie.”

Oftewel, green washing is na invoering SFDR nog zeker geen verleden tijd. Overigens zagen de onderzoekers ook een omgekeerd effect: fondsen met uitgebreide beschrijvingen over duurzaamheid die toch als niet-duurzaam, zeg maar grijs, zijn gekwalificeerd.

Waarschijnlijk gaat het dan om partijen die in de haast om de maart-deadline te halen liever safe wilden zitten, dan later van greenwashing te worden beticht.

Lees hier het artikel van AF Advisors

Meer dan klimaatbeleid

Detlef Glow, hoofd research van Refinitiv Lipper valt ook iets op in de fondscommunicatie na invoering van SFDR: “Partijen profileren zich massaal met hun invulling van ESG-principes. Maar in veel gevallen blijft het steken bij de E van ESG. De S en de G staan veel minder hoog op de agenda in de EU."

"Het belangrijkste onderdeel van de plannen van de Europese Commissie om duurzame groei in Europa te financieren is klimaatbeleid. Daar richten dus ook de assetmanagers zich overwegend op. Het zou mooi zijn als sociaal beleid, diversiteit en gelijke rechten daar een even belangrijke rol in zouden kunnen spelen.”


Thema's, trends en regelgeving over duurzaam beleggen; het staat allemaal in ons online ESG-magazine. 

Het is nu of nooit met duurzaam beleggen

 

Online magazine ETF's