Feature

Beleggen in duurzaamheid is beleggen in thema's

De voorspelling is uitgekomen: duurzaam beleggen is mainstream geworden. Wat wel opvalt: Nederlandse beleggingshuizen koppelen duurzaamheid vooral aan thema's. Dat verkoopt blijkbaar beter.

Triodos, dat tien duurzame beleggingsfondsen aanbiedt, kondigde vorige maand aan voortaan alleen nog te beleggen in bedrijven die positief bijdragen aan de duurzame transitie in zeven thema’s. Sustainable Food & Agriculture, Sustainable Mobility & Infrastructure, Renewable Resources, Circular Economy, Prosperous & Healthy People, Innovation for Sustainability en Social Inclusion & Empowerment.

Als onderdeel van die koerswijziging heeft Triodos ook besloten voortaan zelf het portfoliomanagement van al zijn beleggingsfondsen voor eigen rekening te nemen. Voorheen beperkte Triodos zich tot de samenstelling van het beleggingsuniversum, wat op duurzaamheid werd gescreend, waarna het portfoliomanagement door Delta Lloyd Asset Management werd uitgevoerd.

Allemaal thema's

Robeco maakte begin deze maand ook bekend zich op trends en thema’s te gaan focussen: het heeft daartoe een Trends & Thematic-team opgericht om de elf duurzame themafondsen van zijn Zwitserse duurzaamheidsfiliaal RobecoSAM (met in totaal zeven miljard euro aan duurzaam beheerd vermogen), gezamenlijk vanuit Rotterdam en Zürich te beheren.

“De reden daarvoor is dat sustainability investing snel mainstream wordt en belangrijker is geworden voor beleggers over de hele wereld,” beargumenteert een Robeco-woordvoerder de koerswijziging.

Maar u zou ook kunnen zeggen dat een bredere aanpak voor de hand ligt, juist omdat duurzaam beleggen minder niche en meer mainstream is geworden. ASN Bank, die andere duurzame Nederlandse bank, heeft ook een aantal themafondsen, zoals het Milieu & Waterfonds dat belegt in bedrijven die helpen milieuproblemen op te lossen.

Uitgesloten sectoren

Maar de meeste fondsen die de bank aanbiedt, hebben een breed duurzaam mandaat. “We willen een bijdrage leveren aan de verduurzaming van de maatschappij, en zoeken daar de juiste bedrijven bij,” legt directeur Bas-Jan Blom uit.

“We stellen onszelf voortdurende de vraag hoe de wereld er over tien of 30 jaar uit zal zien en welke bedrijven daarbij passen.”  ASN filtert bedrijven die een niet-duurzaam bedrijfsmodel hebben uit het beleggingsuniversum.

Dat kan ertoe leiden dat hele bedrijfstakken soms (bijna) helemaal worden uitgesloten. Dat geldt niet alleen voor sin stocks als olie- en gasbedrijven en tabaksproducenten, maar ook voor de autosector. Het enige automobielbedrijf waarin het ASN Duurzaam Aandelenfonds kan beleggen, is bijvoorbeeld Tesla.

“Wij geloven dat binnen afzienbare tijd het gros van de voertuigen elektrische aandrijving zal hebben. Daarom willen we alleen beleggen in autoproducenten die uitsluitend auto’s met een elektromotor produceren. Op dit moment voldoet van de beursgenoteerde automakers alleen Tesla aan die eis,” legt Blom uit.

Of Tesla dan vervolgens ook in het fonds wordt opgenomen, daar gaat Blom niet over. De dagelijkse leiding over de ASN beleggingsfondsen is namelijk in handen van externe managers, in dit geval Actiam.

Groene obligaties

En dan zijn er ook echt groene obligatiefondsen. Het NN Euro Green Bond Fund, dat belegt in obligaties waarvan de opbrengst wordt gebruikt om nieuwe en/of bestaande milieuvriendelijke projecten te financieren, is er daar één van.

Groene obligaties hebben, doordat ze vaak zijn gekoppeld aan projecten, door de bank genomen een langere looptijd dan hun grijze tegenhangers. Het NN fonds, dat qua allocatie netjes is verdeeld tussen bedrijfs- en (semi)staatsobligaties, heeft een gemiddelde duratie van 8,32.

Niet ten koste van rendement

En dat duurzaam beleggen geen rendement meer kost, maar oplevert, dat wordt ook steeds duidelijker. Hoewel ASN’s Duurzaam Aandelenfonds de afgelopen paar jaar iets minder heeft gepresteerd, heeft het over een periode van vijf jaar zijn niet-duurzame benchmark ruimschoots verslagen.

Blom: “We kiezen bewust voor een niet-duurzame benchmark omdat we het effect van duurzaam beleggen op het rendement willen laten zien.” Het geannualiseerde rendement van het fonds over die periode bedraagt 11,76%, tegen 9,70% voor de benchmark.

Europa is duurzamer 

Die benchmark kent een sterke overweging naar Europa (65% Europa, 25% VS en 10% Japan) omdat daar volgens Blom de meeste duurzame bedrijven te vinden zijn. Interessant genoeg denken ze daar bij Triodos anders over: het Triodos Sustainable Equity Fund heeft meer geld in de VS belegd dan in Europa.

Als gevolg daarvan hanteert het ook een andere benchmark. Dat is de MSCI World, die het fonds de afgelopen jaren echter steevast niet heeft kunnen verslaan. Ook het absolute rendement van het fonds is over zowel één, drie als vijf jaar minder dan dat van het duurzame ASN aandelenfonds.

Waar het beeld als het om aandelen gaat gemengd is, is de conclusie duidelijk bij obligatiefondsen: hoewel green bonds nog een betrekkelijk jonge belegginscategorie zijn, lijkt het te lonen om zo groen mogelijk te beleggen.

Aan elkaar gewaagd

De lichtgroene obligatiefondsen zoals die van Triodos en ASN blijken in elk geval geen succes: ze doen het nog slechter dan hun benchmark en hebben over de afgelopen drie jaar geen, of zelfs een licht negatief rendement behaald.

Het NN Euro Green Bond Fund heeft sinds zijn oprichting in februari 2016 ruim 4% in de plus. Het rekent zo af met een wijdverbreid misverstand dat groene obligaties een lager rendement zouden opleveren dan conventioneel schuldpapier.

“Wij hebben 2500 groene en niet-groene obligaties vergeleken. Gecorrigeerd voor rating en looptijd blijkt de yield op groene obligaties één basispunt lager dan op niet-duurzame obligaties. Dat is een verwaarloosbaar verschil,” zegt fondsbeheerder Bram Bos.

Emerging Markets