Feature

Tien misverstanden over ETF's

ETF’s bieden beleggers steeds meer mogelijkheden om hun portefeuilles actief te beschermen tegen de eigenaardigheden van de huidige financiële markten. Dat geldt zeker voor de obligatiemarkt. Toch bestaan er nog de nodige misverstanden over ETF’s.

Vooral obligatiebeleggers kunnen ETF’s gebruiken om de onbedoelde schadelijke gevolgen van quantitative easing (QE) en strenger toezicht op banken en verzekeraars te verzachten. De Amerikaanse pionier State Street, die in 1993 de eerste ETF lanceerde, is een campagne begonnen om beleggers daarop te wijzen.

“De ETF-markt blijft maar groeien,” zegt Philippe Roset. Hij is hoofd Nederland van SPDR, het ETF-merk van State Street. “Eerst gebeurde dat vooral in de VS, maar de Europeanen zijn hard bezig hun achterstand in te halen. En toch circuleren er nog allerlei hardnekkige mythes over ETF’s.”

In een recente publicatie, ETF Mythbusters, ontzenuwt State Street tien van zulke sprookjes. Met name de derde mythe – ETF’s zijn niet geschikt voor buy & hold-beleggers – is Roset een doorn in het oog. Het beste bewijs dat die niet klopt, vormt de markt in vastrentende waarden.

De meeste beleggers moeten voor een vaak aanzienlijk deel belegd zijn in staats- en bedrijfsobligaties. Pensioenfondsen en verzekeraars om te voldoen aan hun interne beleggingsregels en aan de eisen van toezichthouders. Particuliere beleggers omdat obligaties nu eenmaal een essentiële categorie vormen, voor bijna ieder denkbaar beleggingsdoel. Maar de markt in dat papier is problematischer dan ooit.

Ontwrichte markt

De massale obligatie-opkoopprogramma’s waarmee centrale banken de kredietcrisis te lijf gingen, hebben de rente zodanig gedrukt dat het effectief rendement op de meest populaire obligaties tot een minimum is gedaald, of zelfs negatief is geworden. Omgekeerd hebben bedrijven en overheden van die lage rente geprofiteerd door voor honderden miljarden aan nieuwe schuld uit te geven, tegen extreem lage rentes en met extreem lange looptijden. De rente kan alleen nog maar omhoog.

Als dat gebeurt, worden al die laagrentende, langlopende obligaties fors minder waard. Met andere woorden: het renterisico van veel obligaties is enorm toegenomen. Daar komt bij dat QE en strenger toezicht de obligatiemarkt hebben ontwricht.

“Vroeger onderhielden investeringsbanken de obligatiemarkt met hun enorme voorraden staats- en bedrijfsleningen. Die hebben ze grotendeels afgestoten, omdat ze daarvoor kostbaar bufferkapitaal moeten aanhouden. Grotere hoeveelheden obligaties kopen is moeilijk: de bulk zit bij centrale banken. En bij verkoop is het lastig een goede prijs te krijgen.”

Obligatie-ETF’s kunnen een uitweg bieden. Ook professionele beleggers krijgen dat in de gaten en gebruiken ETF’s als flexibele aanvulling op hun traditionele en strategische allocaties. State Street heeft de laatste jaren nieuwe SPDR’s gelanceerd die beleggers kunnen helpen hun obligatieportefeuilles beter te beschermen én beter te laten renderen.

Vier tips bij beleggen in obligaties

  1. Spreid obligatiebeleggingen beter
    Sinds begin 2016 heeft State Street SPDR’s voor ieder tweejarig looptijdensegment van Amerikaanse en Europese staatsleningen – binnen een duratie-range van één tot tien of meer jaren. Historisch gezien leveren langlopende obligaties de beste rendementen. Maar ze zijn ook het meest volatiel. Hoe korter de looptijd, hoe meer deze verhouding omkeert. Duratie-SPDR’s zijn een eenvoudige manier om de portefeuille beter in te delen naar de looptijdsegmenten, al naar gelang het beleggingsdoel.

  2. Beleg meer in junk
    High yield-obligaties heten niet voor niets zo, aldus Roset. “Ze geven hogere rendementen die over de langere termijn opmerkelijk stabiel zijn. En het faillissementsrisico is laag in deze fase van de economische cyclus. Deels door de lage rente, deels doordat de uitgevende bedrijven hun kredietratings hebben weten te verbeteren.” High yield-SPDR’s verminderen dat risico verder doordat ze spreiding bieden over meer bedrijven en sectoren. “Wij zitten niet alleen maar in schaliegasbedrijven, om maar eens een zorgenkindje te noemen.”

  3. Zorg voor geografische spreiding
    Ook met de schulden van bedrijven en overheden in emerging markets zijn opmerkelijk stabiele rendementen te behalen die aanzienlijk hoger zijn dan op staats- en bedrijfsleningen. Vooral als de belegger kiest voor de variant in lokale valuta. “Hier is vooral het valutarisico aanzienlijk,” zegt Roset. “Maar niet als u via één SPDR kunt beleggen in EM Debt uit achttien verschillende landen, met evenveel verschillende munten.”

  4. Beleg een deel in converteerbare obligaties
    Convertible bonds, die in aandelen zijn om te zetten, bieden doorgaans betere rendementen en minder kans op verlies dan gewoon schuldpapier. Dat maakte het ook ingewikkeld om er een ETF op te bouwen. Roset: “Wij kozen een index die toelaat dat convertibles langer aangehouden kunnen worden voordat ze worden omgewisseld.” Volgens Roset is de SPDR Thomson Reuters Global Convertible Bonds UCITS ETF de enige ETF op wereldwijde convertibles.

Tien mythes over ETF's onzenuwd

  1. ETF’s zijn gelijk aan individuele aandelen
    Klopt niet. ETF’s zijn net zo gemakkelijk te kopen en te verkopen als aandelen, op ieder moment van de handelsdag. Maar één ETF biedt exposure op tientallen, zo niet honderden titels uit de onderliggende index. Bovendien zijn er twee markten in ETF’s. Op de primaire opereren market makers samen met de ETF-providers. Zij verzorgen de handel in de onderliggende waarden, en daarmee ook de creatie van nieuwe ETF’s, en de redemption van bestaande ETF’s. Beleggers kopen en verkopen ETF’s op de secundaire markt.

  2. Alle ETF’s bootsen de onderliggende indices exact na
    Klopt niet. De meeste ETF’s repliceren hun index zo nauwkeurig mogelijk, door alle waarden uit de index aan te schaffen, in precies dezelfde verhouding. Maar soms is dat onmogelijk, bijvoorbeeld omdat de index te veel titels omvat. Dan doet de ETF-provider aan sampling: hij schaft een representatieve selectie uit de titels aan. Ook bestaan er synthetische ETF’s, die de index nabootsen via derivaten.

  3. ETF’s zijn niet geschikt als belegging voor de lange termijn
    Klopt niet. Daarover meer hierboven. 

  4. ETF’s zijn dé oplossing voor al uw beleggingsproblemen
    Dat is te veel eer. ETF’s zijn fantastische instrumenten, maar zullen individuele titels en beleggingsfondsen nooit overbodig kunnen maken. Ze werken het beste in combinatie met alle andere instrumenten.

  5. ETF’s hebben grote tracking errors
    Klopt niet. ETF’s op dezelfde index van verschillende providers kunnen behoorlijke verschillen in tracking error laten zien. In het algemeen geldt: hoe kleiner de tracking error, hoe bekwamer de ETF-provider is in het volgen van zijn index.

  6. U moet speciaal zijn toegerust om in ETF’s te kunnen beleggen
    Niets van waar. Zie mythe 1: ETF’s zijn net zo gemakkelijk te verhandelen als individuele aandelen. Ze bieden zowel particuliere als institutionele beleggers juist toegang tot markten die voorheen onbereikbaar waren. Dat is het mooie aan ETF’s.

  7. ETF’s zijn riskanter dan actief beheerde beleggingsfondsen
    Klopt niet. ETF’s zijn net zo riskant als hun onderliggende waarden. Net als actief beheerde beleggingsfondsen.

  8. Individuele aandelen, obligaties en beleggingsfondsen doen het doorgaans beter dan ETF’s
    Klopt niet. Geen enkele beleggingscategorie doet het duurzaam beter dan andere.

  9. De lage beheerkosten van ETF’s worden deels tenietgedaan door hoge transactiekosten
    Onzin. De transactiekosten van ETF’s zijn even laag als die van individuele aandelen.

  10. De liquiditeit van ETF’s wordt geheel en al bepaald door hun gemiddelde dagelijkse handelsvolume.
    Een niet ongevaarlijke vergissing. Beleggers moeten vooral ook kijken naar de liquiditeit van de waarden onder de ETF. Een ETF op exotische aandelen of obligaties kan heel populair zijn en zich daardoor verheugen in hoge gemiddelde handelsvolumes, maar dat maakt die exotica niet méér liquide.

MiFID II