Feature

Vijf alternatieve beleggingen voor de lange termijn

Alternatives zijn steeds meer in trek bij pensioenfondsen en andere institutionele beleggers. Vooral vanwege het relatief hoge rendement, het aantrekkelijke dividendrendement en de mogelijkheid om in de directe economie te beleggen. Hier vijf mogelijkheden die het op de lange termijn goed moeten doen.

  1. Vastgoed
    Kantoren, winkels, woningen, parkeergarages, logistiek vastgoed... Vastgoed is bijzonder breed. En het staat steeds meer in belangstelling, merkt Saskia van den Bronk op, hoofd Capital Consultants bij ingenieursadviesbureau Sweco. "Wij krijgen de laatste jaren meer vragen van pensioenfondsen die willen investeren in indirecte vastgoed- en infrastructuurfondsen. Dit zorgt voor een betere risicospreiding dan direct vastgoed en is minder bewerkelijk."

    Ook haar collega Reinier Mijsberg, senior consultant vastgoedbeleggingen, signaleert een toenemende belangstelling. "Vooral voor zorgvastgoed en studentenhuisvesting." Een voordeel van investeren in vastgoed zijn de stabiele huuropbrengsten, wat het aantrekkelijk maakt als langetermijnbelegging. Maar het kenmerkt zich echter ook door een sterk cyclisch karakter. Een aantrekkende economie vertaalt zich in een stijgende vraag en hogere huur- en verkoopprijzen. 

    Op dit moment heeft vastgoed het tij mee. "De vraag naar woningen zit bijvoorbeeld in de lift; vooral in de grote steden. Logistiek vastgoed is ook in trek, door de opmars van e-commerce", zegt Mijsberg. Volgens hem zit de Nederlandse vastgoedmarkt wat verder achter in de cyclus dan veel andere Europese markten. "Hier is relatief veel groeipotentie." De waardestijgingen zijn wel meer dan ooit afhankelijk van de locatie en de kwaliteit van het vastgoed, merkt Van den Bronk.

    "Naar kwalitatief hoogwaardig vastgoed op A-locaties is altijd vraag. Zo wil iedereen in de kantorenmarkt op de Zuidas zitten, terwijl op andere plekken in het land nog steeds sprake is van een overschot aan vierkante meters." Ook adviseert Van den Bronk om zoveel mogelijk spreiding aan te brengen, om de risico's zoveel mogelijk te beperken. "Concentreer uw portefeuille niet in één land of in één vastgoedsegment. En houdt uw portefeuille altijd up to date." Verder is het nodige zitvlees een must. "Als u direct vastgoed of infrastructuur heeft hebt gekocht zit u er minimaal zeven tot tien jaar aan vast, om uw investering eruit te halen."

  2. Infrastructuur
    Minstens zo gevarieerd zijn beleggingen in infrastructuur. Het gaat hierbij niet alleen om traditionele assets als wegen en bruggen, maar ook om elektriciteitscentrales, windmolenparken en telecommunicatienetwerken. Ook sociale infrastructuur, zoals schoolgebouwen en ziekenhuizen, valt hieronder. Net als bij vastgoed kan zowel direct als indirect worden belegd. Directe beleggingen hebben looptijden tot wel dertig jaar, wat infra tot de ultieme lange-termijnbelegging maakt.

    De sector zit in de lift, merkt Patrick Kanters, directeur Real Assets bij APG Asset Management. "Tijdens de crisis is in veel landen weinig geïnvesteerd in infrastructuur. Overheden proberen nu een inhaalslag te maken. Bovendien zijn veel landen bezig met een energietransitie. Dat biedt kansen." APG belegt sinds 2004 in infrastructuur. Met een belegd vermogen van tien miljard euro is infra bij de pensioenuitvoerder inmiddels uitgegroeid tot een volwaardige assetclass. "Deze beleggingen kunnen een relatief hoog, voorspelbaar en stabiel rendement opleveren. Ook is er een beperkte correlatie met andere asset classes", geeft Kanters als verklaring.

    "Daarnaast zorgt het voor een bescherming tegen inflatie, omdat langdurige contracten in veel gevallen jaarlijks worden gecorrigeerd voor inflatie. Een ander pluspunt is dat met een belegging in infrastructuur heel concreet en met grote omvang invulling kan worden gegeven aan duurzaam beleggen."

    Kenmerkend voor een belegging in infrastructuur is dat deze is gebaseerd op vertrouwen, zegt Cederik Engel, senior consultant infrastructuur bij Sweco. Daarin schuilt ook een risico: overheden kunnen de spelregels tussentijds veranderen. De Nederlandse overheid is een betrouwbare partner, maar dat geldt niet voor allemaal, zegt Engel. 

    "Bijvoorbeeld Spanje heeft enkele jaren geleden plotseling de stekker gehaald uit subsidiesystemen voor zonne-energie. Grote partijen zullen hier de komende tien jaar niet meer willen investeren." Infrastructurele projecten kunnen ook schade oplopen door natuurrampen zoals aardbevingen en overstromingen. Verder moeten beleggers er vanwege de lange looptijd van projecten rekening mee houden dat een belegging verouderd raakt.

    "Zo kunnen zonneparken verouderd raken als nieuwe panelen op de markt komen die veel productiever zijn", zegt Kanters. APG dekt zich hierdoor in door langjarige contracten af te sluiten waarbij energie wordt afgenomen tegen een vooraf overeengekomen prijs. "De investering verdient zich zo grotendeels terug voordat deze wordt blootgesteld aan elektriciteitsprijsrisico."

  3. Hypotheken
    Steeds meer verzekeraars en pensioenfondsen hebben de Nederlandse hypotheekmarkt ontdekt. Zij investeren rechtstreeks of via regiepartijen, zoals Munt Hypotheken, onderdeel van de Dutch Mortgage Funding Company (DMFCO). "Ze stappen in het gat dat banken achterlaten", zegt directeur Jeroen Looman.

    "Grote banken moeten hun hypotheekexposure terugschroeven vanwege de toegenomen regeldruk." Hypotheken leveren een hoger rendement op dan staatsobligaties. De rendementen zijn bovendien voorspelbaar, in combinatie met erg lange looptijden. Dat maakt het voor pensioenfondsen aantrekkelijk om hun langetermijnverplichtingen zeker te stellen. Volgens Looman zijn de spreads op hypotheken nog altijd hoog ten opzichte van de risico's.

    "Hypotheken worden in Nederland van oudsher goed terugbetaald. Zelfs in de recente crisis op de woningmarkt waren de kredietverliezen extreem laag." Uit onderzoek van De Nederlandsche Bank (DNB) blijkt dat deze toen marginaal toenamen tot maximaal 0,2% van de totale hypotheekschuld. Het is bovendien een groeimarkt. "De huizenmarkt is aangetrokken. En we zien een versnelling van de groei van het aantal hypotheken door de toename van het aantal eenpersoonshuishoudens en babyboomers die hun afgeloste huis verkopen aan mensen die een hypotheek nodig hebben."

  4. Private equity
    Zicht op bovengemiddelde rendementen, diversificatie en toegang tot specifieke deelmarkten die via de publieke markten niet te bereiken zijn, zoals technologische start ups of MKB-bedrijven. Een belegging in private equity (via venture capital, een buy-out of een private equityfonds) kan zeer aantrekkelijk zijn. Maar het is ook een zeer illiquide belegging voor de langere termijn, meent Jaap Hoek, Senior Portfolio Strategist bij Robeco.

    Voor private equity fondsen geldt gemiddeld een vaste looptijd van tien tot twaalf jaar, met de mogelijkheid tot een verlenging van twee of drie jaar. De gemiddelde holding periode voor buyout investeringen ligt tussen de vier en vijf jaar. Voor venture capital investeringen geldt vaak een nog langere looptijd. Enig geduld is dus geboden. Ook is er bij private equity-beleggingen een risico in de manier waarop waarde wordt gecreëerd, aldus Hoek: "Denk aan een operationele verbetering versus excessief gebruik van vreemd vermogen." De verdere risico's hangen deels af aan het type belegging.

    Voor venture capital is er een reële kans dat het bedrijf het niet redt: de kans op een Facebook in de dop is nu eenmaal klein. Een belegging in een private equity-fonds is meestal wat minder risicovol omdat dit fonds uit meerdere investeringen bestaat en dus een hogere spreiding heeft. De kosten daarentegen zijn wel hoger, omdat beleggers een managementfee zijn verschuldigd en er boven een bepaald rendement een winstdelingsmechanisme in werking treedt. Maar daar staat tegenover dat een belegging in een fonds een eenvoudigere manier is om exposure naar private equity op te bouwen.

    Het vinden van de juiste bedrijven om in te investeren, de due diligence en de onderhandelingen worden uitbesteed. De belangstelling voor private equity onder institutionele beleggers is wisselend, merkt Hoek. "De grotere pensioenfondsen hebben (groeiende) private equity allocaties en beschikken vaak over eigen teams. De kleinere en middelgrote fondsen hebben meestal een kleinere tot geen allocatie en hebben meer problemen met het illiquide karakter van de beleggingen. Ook vormen de vereisten die de toezichthouder stelt inzake illiquide beleggingen een drempel voor kleinere beleggers."

  5. Methusalem-obligaties
    Onlangs gaf Oostenrijk een honderdjarige staatslening uit met een rente van 2,1%. Eerder haalde Argentinië 2,75 miljard dollar op met honderdjarig schuldpapier. Hoewel het rendement van 8% per jaar zeker in het huidige renteklimaat buitengewoon aantrekkelijk is, is de belangstelling van beleggers op zijn zachtst gezegd opmerkelijk. Vorig jaar streepte Argentinië immers nog 95 miljard dollar aan schulden weg. Honderdjarige staatsleningen (ook wel Methusalem-obligatie genoemd, naar de Bijbelfiguur die 969 jaar zou zijn geworden) voorzien duidelijk in een behoefte. Beleggers voelen zich aangetrokken door de rente, die vanwege de lange looptijd een stuk hoger is dan op kortlopend schuldpapier.

    Maar Marcel Tak, productspecialist bij IEX, waarschuwt voor twee grote risico's die aan dergelijke leningen zijn verbonden. "In honderd jaar kan er heel veel gebeuren. Kijk maar wat er sinds 1917 is gebeurd: de Russische revolutie, de Grote Depressie, De Tweede Wereldoorlog, Vietnam, de opkomst van de auto, het digitale tijdperk. Deze gebeurtenissen kunnen een enorme impact hebben op de rente. Als deze oploopt, heeft dat grote gevolgen voor de waarde van de lening."

    Stel dat de rente over vijf jaar is gestegen naar 5% (het niveau van 2008) en de rente over honderdjarige staatsleningen meestijgt, dan zal de koers van de Oostenrijkse honderdjarige obligatie met 57,5% kelderen, rekent hij voor. Ook kan de debiteurenstatus van het land kan in die honderd jaar veranderen. "Nu is Oostenrijk een goede en betrouwbare betaler." 

    "Maar er kan ook een andere regering komen die het minder nauw neemt met het terugbetalen van schuld. Ook kan de eurozone uit elkaar vallen. Hoe zal Oostenrijk zich dan als debiteur gedragen?" Al met al acht hij de risico's van dit soort leningen veel groter dan de kansen op koersstijging. "Ik zou op de lage renteniveaus niet aan dit soort obligaties beginnen."

Pensioen