Fed onder een nieuwe voorzitter: een andere bank of niet? Jerome Powell van de Fed is dit voorjaar voorzitter af. Maar onder de nieuwe man (er staan alleen mannen op het kandidatenlijstje van Trump) zal de bank niet veel veranderen, aldus Edin Mujagic. Misschien gaat de rente wel eerder en sneller omlaag. 23 januari 2026 12:15 • Door Edin Mujagic Eerder deze week was er iets bijzonders te zien in Washington: het Amerikaanse Hooggerechtshof is begonnen aan de zaak Trump vs Cook; ofwel de vraag of de Amerikaanse president een bestuurslid van de Fed mag ontslaan. Daarnaast speelt mee dat president Trump binnenkort een nieuwe voorzitter van de bank zal voordragen. Ik lees nu allerlei verhalen dat dat cruciaal zal zijn voor het rentebeleid in de VS en dat de bank met een Trumpiaan aan het roer een onherkenbare gedaanteverandering zal ondergaan. Een goed moment om eens wat feiten over de Fed op een rijtje te zetten. Uiteraard is het belangrijk wie de bank aanvoert. Maar hoewel het natuurlijk zo is dat de voorzitter meer te zeggen heeft – zelfs voor mijzelf, als voorzitter van een waterbezittersvereniging is dat zo – is dat niet hetzelfde als dat de voorzitter álles kan doen wat hij/zij wil. Zeven handen Het rentecomité van de Fed bestaat uit 19 leden, waarvan op elk moment 12 stemrecht hebben. Van die 12 zijn 7 lid van het dagelijks bestuur, zeg maar comitéleden die in Washington wonen en werken. Anderen zijn de presidenten van de 12 Fed-districten. Die groep van 12 heeft te allen tijde 5 stemmen. Wie wanneer aan de beurt is, is bepaald in een schema. Voor een besluit de rente te wijzigen, moeten dus 7 handen de lucht in. Als de voorzitter zijn hand in de lucht steekt, moet hij nog 6 handen omhoog zien gaan, anders gebeurt er niets. Traditioneel gezien zijn de regionale bankpresidenten meer huiverig voor inflatie dan de leden van het dagelijks bestuur. Dit omdat inflatie buiten Washington en het financiële centrum in New York, veel meer pijn doet. Nooit eens Of zoals de Amerikanen zo mooi zeggen: inflatie leidt tot pijn in Main Street, maar is juist profijtelijk voor Wall Street (omdat die voor hogere koersen en meer handel zorgt). Daar komt bij dat de comitéleden altijd hun eigen opvattingen en ideologie hebben, waardoor men het over het algemeen nooit eens is. Er is altijd grote onenigheid over hoe de economie werkt geweest net als over hoe zaken als rentewijzigingen de economie beïnvloeden. Denk aan vragen als hoe snel en sterk dat gebeurt bijvoorbeeld. Ieders opvatting daarover is overigens ook nog conditioneel aan hoe de economie erbij ligt: een rentewijzing werkt sneller/langzamer of sterker/minder sterk afhankelijk van of de economie hard groeit of juist niet. Die onenigheid zal er ook altijd zijn. Met een stem Vergis u niet: het feit dat het comité doorgaans unaniem besluiten neemt, wil níet zeggen dat men het dus eens is! Een blik op een willekeurig notulendocument laat dat mooi zien net als het lezen van enkele toespraken van verschillende comitéleden. De Fed spreekt vaak met één stem naar buiten toe maar binnen is het een kakofonie. Dat we toch vaak te horen krijgen dat die groep mensen die het dus altijd oneens zijn, unaniem iets besloten hebben, oogt dan ook vreemd. Uit onderzoek blijkt wat een belangrijke reden is waarom ze aan het einde van de discussie vaak met zijn allen hun handen omhoog steken. Ieder lid weet namelijk dat tegen een meerderheid stemmen, zeker als hij/zij dat vaker doet, ertoe leidt dat de invloed van zo’n comitélid in toekomstige beraadslagingen zal afnemen. Men zal simpelweg minder naar hem of haar luisteren. Geen dwang Door met de meerderheid mee te gaan naar buiten toe, zorgen comitéleden die een ander besluit hadden gewild, ervoor dat ze in de toekomst een kans hebben rentebeleid meer naar hun hand te zetten. Er blijkt als het ware iets als een impliciet intern disciplineringsmechanisme te zijn, die de leden vriendelijk doch dringend dwingt niet (vaak) van de meerderheid af te wijken, naar buiten toe. De rol van de voorzitter is belangrijk. Sommige voorzitters laten meer ruimte toe voor tegenstemmers dan anderen. Maar tegelijkertijd geldt dat voorzitters zich ook aanpassend aan de dynamiek in het comité omdat geen voorzitter in de minderheid wil zijn. Naar buiten toe zou dat een beeld kunnen sturen dat hij niet in control is. Jerome Powell heeft een paar keer een andere mening dat een meerderheid gehad maar schikte zich toch; toen Paul Volcker voorzitter werd in 1979 en zeer streng rentebeleid wilde voeren, dreigde hij in een minderheid te komen. Hij dreigde met opstappen – wat funest voor het aanzien van de bank zou zijn – en dwong daarmee ‘zijn’ rentecomité het beleid te voeren zoals hij dat wilde. Meer verdeeld Wanneer de benoemingstermijn van een voorzitter zijn einde nadert, zien we ook dat dat impliciete disciplinerende mechanisme in het rentecomité minder sterk wordt. Leden van het comité voelen zich minder in een keurslijf gedrukt en durven het aan om ook aan de buitenwereld te laten zien dat ze het oneens zijn met hun collega’s. Dat is de reden waarom er vaak geen unanimiteit is in de maanden voordat de Fed een nieuwe voorzitter krijgt. Dat is ook wat we de afgelopen maanden bij de Fed hebben gezien. Het rentecomité lijkt dan meer verdeeld dan normaal terwijl het alleen maar is zo dat we de verdeeldheid duidelijker zien: die was er altijd namelijk. De opvolger van Powell zal andere werkwijze, voorkeuren, ideologie en mening over hoe de radertjes van de economie werken, hebben. Dat zal ongetwijfeld gevolgen hebben voor de dynamiek in het rentecomité en ook de besluiten daarvan. Renteverlagingen worden inderdaad meer waarschijnlijk. Eigen aanzien Maar ‘meer waarschijnlijk’ is geen synoniem van ‘zeker’. De nieuwe voorzitter kan het in de ogen van de comitéleden ook te bont maken. Zij zullen niet met alles akkoord gaan. Daar komt bij dat de ruimte die zij aan de voorzitter geven, ook nog eens afhangt van zaken als of ze hem wel of niet als een schoothondje van de president zien. Zien ze hem zo, dan zullen veel leden, die hun eigen aanzien en onafhankelijk opereren heel belangrijk vinden, de voorzitter heel weinig manoeuvreerruimte gunnen het beleid te beïnvloeden. Of de nieuwe voorzitter wel of niet uit de financiële wereld komt, doet er ook toe. William Miller, een voormalig voorzitter van de Fed, is een goed voorbeeld. Miller was slechts iets meer dan één jaar de Fed-baas. Hij was een outsider en de rest van het rentecomité trok zich niet veel van hem aan. Geen grote veranderingen Dat deed men niet toen Miller probeerde roken in de bestuurskamer van de bank te verbieden (veel comitéleden negeerden dat verbod en staken een sigaar aan zodra ze gingen zitten op hun stoel, met Miller aan dezelfde tafel) maar ook niet als het op het rentebeleid aankomt. Toen Miller de rente wilde verlagen, stemde een meerderheid van het comité doodleuk ervoor geld lenen juist duurder te maken. Tenzij Trump van de hoogste Amerikaanse rechters groen licht krijgt Lisa Cook te ontslaan en vervolgens alle zittende comitéleden hun congé geeft en in hun plaats allemaal eigen mensen bij de Fed parachuteert, is het niet te verwachten dat de Fed na 23 mei (de laatste dag dat Powell voorzitter is) een onherkenbare gedaanteverandering zal ondergaan. Wel dat de bank meer en eerder geneigd zal zijn de rente te verlagen. Edin Mujagic is econoom en fondsbeheerder bij beleggingsfonds Hoofbosch. Hij heeft verschillende boeken op zijn naam staan, waaronder "Geldmoord: hoe de centrale banken ons geld vernietigen" en "Boeiend en geboeid: een monetaire geschiedenis van Nederland sinds 1814/1816". Hij studeerde monetaire economie aan de Universiteit van Tilburg. Hij schrijft op persoonlijke titel. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Deel via:
Assetallocatie 12 feb China in het Jaar van het Vuurpaard: geen vuur, wel stabilisatie Fidelity International ziet in het Chinese Jaar van het Vuurpaard, dat op 17 februari begint, een een beleggingsverhaal dat minder spectaculair oogt dan in 2025, maar wel evenwichtiger is. Beleggingsimplicaties?
Assetallocatie 10 feb Winterspelen en beurzen gaan beide voor goud Er blijken volgens obligatiebelegger Gerard Moerman van Aegon AM verrassend veel parallellen tussen de huidige Winterpelen in Milaan en de financiële markten.
Assetallocatie 04 feb Opkomende markten bieden aantrekkelijk instapmoment Ondanks de sterke koersstijgingen in 2025 zijn aandelen uit opkomende markten (EM) nog steeds aanzienlijk ondergewaardeerd. Volgens Stacie Mintz, Head of Quantitative Equity bij PGIM, biedt dit een aantrekkelijk instapmoment. "Na jaren van achterblijvende rendementen ten opzichte van ontwikkelde markten (DM), doen opkomende markten er weer toe."
Assetallocatie 03 feb De zes grijze zwanen van State Street Grijze zwanen zijn onwaarschijnlijke scenario's met een grote beursimpact. De kans is klein maar zeker niet onmogelijk. State Street Investment Management heeft voor dit jaar zes van dit soort scenario's opgesteld met de daarbij behorende beleggingsimplicaties.
Assetallocatie 29 jan Optimix houdt rekening met een tijdelijke correctie van goud en zilver Maar omdat de onderliggende oorzaken voor de prijsstijging van goud en zilver ongewijzigd zijn, houdt Optimix vast aan zijn posities in beide metalen.
Assetallocatie 27 jan Groeimomentum verschuift naar opkomende markten Qian Zhang van vermogensbeheerder Baillie Gifford voorziet een voortzetting van de bullmarkt in opkomende markten: “Sterkere macro-economische fundamenten, een beperkte positionering onder beleggers en de groeiende strategische rol van opkomende markten in technologie, energietransitie en innovatie vormen een solide basis. Dat maakt opkomende markten voor ons aantrekkelijker dan in eerdere cycli.”