"Groei is geen gratis lunch" Het Wennink-rapport pleit voor hogere groei om de Nederlandse welvaart te behouden. De economische logica daarachter is helder. De consequenties minder, want groei vraagt niet alleen ambitie, maar ook offers, aldus hoofdstrateeg Thomas van Galen van Achmea Investment Management. 29 december 2025 08:00 • Door Gastauteur IEXProfs "Onlangs presenteerde Peter Wennink, voormalig topman van ASML, in opdracht van de overheid een rapport over de toekomst van de Nederlandse economie. De centrale vraag: hoe houdt Nederland zijn welvaart en kwaliteit van leven op peil in een wereld waarin productiviteitsgroei structureel achterblijft? Het rapport gaat niet over groei om de groei. Het gaat over zorg die betaalbaar blijft, onderwijs dat kan blijven functioneren en een overheid die kan blijven leveren zonder dat belastingen of tekorten ontsporen. De boodschap is ongemakkelijk maar helder: zonder hogere productiviteit holt die welvaart langzaam uit. Niet via één crisis, maar jaar na jaar. Het rapport spreekt over een fors welvaartsverlies per inwoner als Nederland structureel achterblijft. Geen crisis op maandag, wel een rekening op termijn. Forse ambitie Die urgentie ten opzichte van groei is terecht. Precies daar begint het werk van de econoom. Daarbij gaat het niet over de politieke vraag of we welvaart willen behouden, maar of de economische rekensom achter de voorgestelde groeistrategie klopt. Die rekensom laat zich eenvoudig samenvatten: groei is geen gratis lunch. Wie zijn huidige kwaliteit van leven via hogere groei wil vasthouden, betaalt altijd ergens de prijs. De vraag is niet óf die rekening komt, maar waar zij wordt neergelegd. De feiten maken duidelijk waarom dit geen abstract debat is. De Nederlandse arbeidsproductiviteit groeit al jaren nauwelijks. In 2024 daalde zij zelfs licht; over het afgelopen decennium bleef de gemiddelde jaarlijkse stijging rond 0,2 procent. Tegelijkertijd bestaat volgens het CBS inmiddels meer dan 80 procent van de Nederlandse economie uit diensten – precies het deel waar productiviteitsverbetering structureel moeilijker is. Daar komt bij dat de zorguitgaven volgens de Rijksbegroting alleen al circa 10 procent van het bbp bedragen en blijven stijgen. Geen toeval dus dat inflatie vooral een dienstenkarakter heeft en dat begrotingen zelfs bij economische groei onder druk staan. Tegen die achtergrond is de ambitie van het rapport fors. Nederland groeit momenteel rond de 1 procent per jaar. Wennink mikt op 1,5 tot 2 procent. Dat klinkt als een beperkte versnelling, maar macro-economisch is het een sprong. Het vraagt geen eenmalige impuls, maar een permanente versnelling van productiviteit. Jaar in, jaar uit. Drie aanames Het rapport rust op aannames die aantrekkelijk klinken, maar economisch gezien verdere uitwerking behoeven. De eerste aanname is dat extra investeringen inflatie vanzelf zullen temperen. In een krappe economie werkt dat vaak andersom, zeker wanneer investeringen worden geconcentreerd in een beperkt aantal sectoren. Het rapport zet expliciet in op extra investeringen in vier sectoren, met de nadruk op industrie en AI. Dat kan de productiviteit binnen die sectoren verhogen, maar vergroot tegelijk de vraag naar schaarse arbeid en kapitaal. In industrie kan productiviteitswinst volgen. In diensten en publieke sector is dat geen gegeven. Het macro-effect is dan niet alleen hogere groei, maar ook structurele druk op lonen en prijzen. De tweede aanname is dat Nederland zich binnen Europa niet expliciet hoeft te onderscheiden. De focus op industrie en technologie sluit aan bij wat veel landen doen. Begrijpelijk, maar de Nederlandse economie kent grenzen en is overwegend dienstgericht. Zonder onderscheidende keuzes binnen Europa wordt beleid generiek, en generiek beleid levert zelden structurele productiviteitswinst op. De derde aanname is de hardnekkigste: dat productiviteitsgroei in de markt vanzelf ruimte creëert voor publieke sectoren. Dat werkt alleen bij ruime arbeidsmarkten en beperkte loonopdrijving. In de huidige economie zijn dat precies de aannames die niet opgaan. Groei ondermijnt zichzelf In de praktijk trekken hogere lonen en productiviteit in de markt arbeid weg uit zorg, onderwijs en overheid. Publieke sectoren moeten mee in deze loonontwikkeling om personeel vast te houden, terwijl de productiviteit niet 1-op-1 meestijgt. Een zorgmedewerker met een hoger loon kan immers niet ineens meer patiënten helpen. Dat geldt ook voor een leraar. De kosten per geleverde dienst lopen dus op, ook als de economie groeit. Groei creëert dan geen ruimte, maar extra druk. Zo ontstaat een vicieuze cirkel. Groei vergroot de arbeidsmarktkrapte, die krapte jaagt kosten op in sectoren waar productiviteit moeilijk stijgt, en dat zet begrotingen onder druk. Meer groei wordt vervolgens weer als oplossing gezien, terwijl diezelfde groei het probleem versterkt. Slimmer werken Dit is geen conjuncturele tegenwind en geen beleidsfout. Dit is een structurele eigenschap van een diensteneconomie. Als de ambitie van Wennink serieus wordt genomen, is één conclusie onontkoombaar: productiviteitsgroei moet óók plaatsvinden in zorg, onderwijs en overheid. Niet door minder te leveren (zoals een beperkter basispakket), maar door slimmer te werken. Niet door arbeid te vervangen, maar door arbeid te versterken. Minder administratie. Slimmere processen. Betere data. Technologie als gereedschap, niet als belofte. De prijs van dienstenproductiviteit Dat maakt de metafoor van de ‘gratis lunch’ niet minder sterk, maar wel preciezer. Ook dienstenproductiviteit kent een prijs. Niet in staal of chips, maar in organisatie, opleiding en bestuurlijke moed. De opbrengsten zijn reëel, maar traag en diffuus. Groei is geen gratis lunch. Niet voor de economie. Niet voor de begroting. En uiteindelijk ook niet voor onze welvaart. De echte vraag is daarom niet of Nederland wil groeien, maar of we bereid zijn de rekening gebalanceerd te presenteren - vóórdat zij ons wordt gepresenteerd." Gastauteurs zijn beleggers die schrijven op persoonlijke titel. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Deel via:
Impactbeleggen 14 jan Impactbeleggen: van niche naar schaal Sinds 2019 groeide het kapitaal dat naar impactbeleggingen ging met 19% per jaar. In 2024 bedroeg de totale markt 1,6 biljoen dollar, aldus het Global Impact Investing Network (GIIN).
Impactbeleggen 12 jan Nieuw pensioenstelsel is katalysator voor impactbeleggen Volgens directievoorzitter Maureen Schlejen van Achmea IM pakt het nieuwe pensioenstelsel (Wtp) goed uit voor impactbeleggen. Dat is een gunstige ontwikkeling. "Pensioenfondsen die impact structureel integreren, versterken niet alleen hun portefeuille onder de Wtp, maar dragen ook bij aan een veerkrachtige economie en een leefbare wereld voor toekomstige generaties."
Impactbeleggen 05 jan Natuur krijgt een prijskaartje Water, bodem en biodiversiteit raken schaarser. Dat brengt risico’s én kansen voor beleggers met zich mee. Wat lange tijd nauwelijks werd meegenomen in financiële analyses begint nu door te werken in beleggingskeuzes, aldus BlackRock Investment Institute.
Impactbeleggen 24 dec “De problemen die impactbeleggers willen oplossen, zijn reëel” Baillie Gifford houdt vast aan een overtuiging die de Schotse vermogensbeheerder al decennia huldigt: bedrijven die grote problemen oplossen, zijn structureel beter gepositioneerd voor groei. Dat maakt impactbeleggen volgens Rosie Rankin, hoofd impactstrategie van Baillie Gifford, tot een no brainer. Rob Stallinga sprak met haar.
Impactbeleggen 22 dec Impactfondsen zorgen inderdaad voor positieve veranderingen Private equity impactfondsen hebben volgens een recente Amerikaanse studie positieve effecten op de arbeidsomstandigheden. De fondsen investeren vaker in arme buurten en bedrijven waar vrouwen en mensen van kleur duidelijk betere carrièrekansen hebben.
Impactbeleggen 17 dec “ESG minder populair? Daar merk ik weinig van” John Ploeg, hoofd ESG-onderzoek bij PGIM, over de impopulariteit van duurzaam beleggen (niet), het rendementsverlies dat beleggers door ESG lopen (ook niet), de schade door klimaatverandering (zwaar onderschat), de oplossing die green bonds bieden (valt tegen) en de noodzaak van meer nucleaire energie (goed idee, mits met gemoderniseerde oude centrales).