Belastingoptimalisatie is niet altijd rendementsoptimalisatie Beleggen wordt door de fiscus zwaarder belast dan sparen. Is het daarom slim om tijdelijk een deel van het beleggingsgeld om te zetten in spaargeld? Marcel Luchtenveld van Index People zocht dat uit. 18 december 2025 08:00 • Door Gastauteur IEXProfs Veel beleggers kijken in december extra scherp naar de beleggingsportefeuille. Ook de datum van 1 januari staat bij beleggers omcirkeld in de agenda. Dit is namelijk de datum waarop de belastingdienst bepaalt hoeveel vermogen iemand heeft. Deze datum heeft dan ook veel invloed op de box 3-heffing, zeker als je de belasting laat heffen op het fictief rendement. Beleggers overwegen regelmatig om peildatumarbitrage toe te passen. Daarbij worden beleggingen rond de jaarwisseling verkocht, het geld wordt tijdelijk op een spaarrekening gezet en na drie maanden weer belegd. Het doel hiervan is om op de peildatum (1 januari) zoveel mogelijk vermogen als ‘sparen’ te laten meetellen in plaats van als ‘beleggingen’, dit omdat over spaargelden minder belasting wordt geheven. Fiscaal verschil Het fiscale verschil tussen sparen en beleggen is namelijk behoorlijk. Beleggingen en overige bezittingen worden volgend jaar belast op basis van een fictief rendement van 6%. De belastingheffing is 36%. Wat neerkomt op een effectieve heffing van 2,16% over de beleggingen/andere bezittingen. Bij spaargelden telt het actuele rentetarief, de afgelopen jaren is dit bepaald op 1,44%, waardoor de effectieve heffing neerkwam op ongeveer 0,52%. Het verschil in belastingheffing is dus 1,64%. Dat kan het interessant maken om de beleggingen tijdelijk om te zetten naar spaargelden en na de (wettelijke) 3 maanden weer te gaan beleggen. Vergeet de kosten niet Maar belastingoptimalisatie is iets anders dan rendementsoptimalisatie. Om dat te onderzoeken heb ik gekeken naar de MSCI World index in euro’s, vanaf 1999. Steeds heb ik, puur als voorbeeld, de slotkoersen van oktober, november en december genomen. Hierbij heb ik berekend welk rendement een belegger zou hebben behaald door op deze koersen uit te stappen en precies drie maanden later opnieuw in te stappen. De uitkomsten lopen sterk uiteen. Van min 19,6 procent tot plus 14,8 procent in slechts drie maanden. Gemiddeld lag het rendement van alle metingen op 1,38 procent lager dan de belastingbesparing. Op basis daarvan lijkt peildatumarbitrage te werken, echter zijn de kosten van deze transacties buiten beschouwing gelaten, dus het historische voordeel van 0,26% is nog wat kleiner dan het in eerste instantie lijkt. Extra timingbeslissing Maar gemiddelden zijn verraderlijk. In 44 gevallen was het rendement hoger dan de belastingwinst, tegenover 34 keer dat het rendement lager was. Dat betekent dat peildatumarbitrage in de praktijk vaker ongunstig uitpakte dan gunstig. Alleen weet je dat pas achteraf. Daarbij is het moment van in- en uitstappen ook weer een extra timingbeslissing. Er moet immers een moment gekozen worden in de laatste drie maanden van het jaar om uit te stappen, maar later ook weer om in te stappen. In de praktijk zie je dat beleggers twijfelen om weer aan te kopen als de markt in de drie tussenliggende maanden sterk gestegen is. Het gevolg is dat de periode buiten de markt langer wordt dan gepland, met een groter risico op gemist rendement. Doe maar niets Zo verandert een fiscale keuze ongemerkt in een reeks beleggingsbeslissingen die grote impact kunnen hebben. Dit terwijl de historische opbrengst gemiddeld maar beperkt is (0,26%). Voor een lange termijnbelegger is het vaak veel verstandiger om de markt zijn werk te laten doen. Het streven naar een beperkt voordeel kan namelijk grote negatieve rendementsgevolgen hebben. Gastauteurs zijn beleggers die schrijven op persoonlijke titel. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Deel via:
Assetallocatie 12 feb China in het Jaar van het Vuurpaard: geen vuur, wel stabilisatie Fidelity International ziet in het Chinese Jaar van het Vuurpaard, dat op 17 februari begint, een een beleggingsverhaal dat minder spectaculair oogt dan in 2025, maar wel evenwichtiger is. Beleggingsimplicaties?
Assetallocatie 10 feb Winterspelen en beurzen gaan beide voor goud Er blijken volgens obligatiebelegger Gerard Moerman van Aegon AM verrassend veel parallellen tussen de huidige Winterpelen in Milaan en de financiële markten.
Assetallocatie 04 feb Opkomende markten bieden aantrekkelijk instapmoment Ondanks de sterke koersstijgingen in 2025 zijn aandelen uit opkomende markten (EM) nog steeds aanzienlijk ondergewaardeerd. Volgens Stacie Mintz, Head of Quantitative Equity bij PGIM, biedt dit een aantrekkelijk instapmoment. "Na jaren van achterblijvende rendementen ten opzichte van ontwikkelde markten (DM), doen opkomende markten er weer toe."
Assetallocatie 03 feb De zes grijze zwanen van State Street Grijze zwanen zijn onwaarschijnlijke scenario's met een grote beursimpact. De kans is klein maar zeker niet onmogelijk. State Street Investment Management heeft voor dit jaar zes van dit soort scenario's opgesteld met de daarbij behorende beleggingsimplicaties.
Assetallocatie 29 jan Optimix houdt rekening met een tijdelijke correctie van goud en zilver Maar omdat de onderliggende oorzaken voor de prijsstijging van goud en zilver ongewijzigd zijn, houdt Optimix vast aan zijn posities in beide metalen.
Assetallocatie 27 jan Groeimomentum verschuift naar opkomende markten Qian Zhang van vermogensbeheerder Baillie Gifford voorziet een voortzetting van de bullmarkt in opkomende markten: “Sterkere macro-economische fundamenten, een beperkte positionering onder beleggers en de groeiende strategische rol van opkomende markten in technologie, energietransitie en innovatie vormen een solide basis. Dat maakt opkomende markten voor ons aantrekkelijker dan in eerdere cycli.”