Ja, de markt is duur, maar niet zo krankzinnig als in 2000 De opkomst van AI heeft de beurswaarderingen in de VS tot grote hoogte opgezweept, maar dat rechtvaardigt nog geen vergelijkingen met de dotcom-luchtbel van 2000. "Toen was alles nog veel gekker." 2 oktober 2025 08:00 • Door IEXProfs Redactie Bevinden we ons met AI in dezelfde situatie als 25 jaar geleden toen de dotcom-luchtbel barstte en er een ijstijd aanbrak voor techaandelen? Het is een vraag waar menig belegger mee worstelt, zo ook onderzoeksbureau Stansberry Research. Hun conclusie is dat er tenminste vijf redenen zijn waarom de AI-hype en dotcombubel verschillend zijn. Feit is wel dat AI de beurs een ongelofelijke zwieper heeft gegeven. Nvidia, Microsoft, Meta en andere Magnificent Seven-bedrijven hebben volgens Alan Gula van Stansberry gezorgd voor een extra beurswaarde van ruim 15 biljoen dollar. Zelfs mensen uit de techwereld zelf maken zich over deze explosieve koersstijgingen grote zorgen. Sam Altman van OpenAI waarschuwde in augustus bijvoorbeeld dat beleggers misschien te hard van stapel lopen. Mark Zuckerberg (Meta) vergeleek AI met eerdere grote technologiesprongen zoals de “railroad-mania” in de 19e eeuw en de hype rondom internetbedrijven eind jaren 90. Die gingen allemaal gepaard met enorme investeringen waar de kosten voor de baten uitgingen. Maar wanneer die baten zouden komen, was lastig in te schatten. Toch zijn er volgens Gula grote verschillen met de internetluchtbel. “Mensen zijn vergeten hoe krankzinnig die tijd was met een roekeloze beurshandel en absurde waarderingen die op geen enkele manier te rechtvaardigen waren.” Wat zijn die verschillen dan? 1. IPO-markt niet oververhit Dat is gelijk de eerste reden waarom Gula nog geen herhaling van de dotcom-bubbel ziet. Eind jaren 90 zat er geen enkele rem op de aandelenkoersen van bedrijven die “iets met internet deden”. Dat was goed te zien aan de IPO-markt. In 1999 - het hoogtepunt van de internethype - waren er meer dan 470 beursgangen met een gemiddeld rendement op de eerste dag van gemiddeld ongeveer 71%. Dat kreeg in 2000 nog een vervolg met 380 IPO's die gemiddeld 56% stegen. Veel van die bedrijven bestaan inmiddels niet meer. Als je dat vergelijkt met de AI-boom van de laatste jaren, valt niet te ontkennen dat er ook nu IPO's zijn met gigantische sprongen op de eerste dag. Gula geeft onder andere het voorbeeld van Newsmax dat op de eerste handelsdag van 10 dollar per aandeel steeg naar 83 dollar. En zo zijn er nog wel een paar IPO’s te noemen. Maar het is minder absurd dan toen. Zo waren er in de VS dit jaar maar 67 IPO’s met een gemiddelde winst van 35%. De IPO-markt is “hot”, maar niet “overheated”. 2. Koerssprongen ditmaal minder groot De internetluchtbel werd niet alleen door nieuwe vrij bedrijven veroorzaakt. Een groot deel van de hype zat bij gevestigde bedrijven in de telecomhoek. Qualcomm nam bijvoorbeeld in 1999 het besluit een aantal activiteiten af te stoten om zich helemaal te kunnen richten op geavanceerde draadloze technologie en chip-design. De markt was zo enthousiast over die stap dat de beurswaarde dat jaar steeg van ongeveer 4 miljard dollar naar meer dan 113 miljard. Dat soort koerssprongen (in Nederland was destijds iedereen dol op KPN) droegen van 1995 tot maart 2020 bij aan een koerswinst van de Nasdaq 100 van 1080%, terwijl de S&P 500 niet verder kwam dan 260%. Dat is veel gekker dan de 240% die de Nasdaq 100 sinds het dieptepunt in 2020 heeft gerealiseerd. 3. Waardering ligt nu lager In de media wordt regelmatig geschreven dat de aandelenwaarderingen volledig uit de klauwen lopen. Er zijn analisten die de beurs zelfs duurder noemen dan in 2000. Maar het is maar net welke maatstaf je neemt. Gula heeft zelf een zwak voor de zogenoemde “Trailing P/E-ratio” en de "Forward P/E”. In het eerste geval wordt uitgegaan van de winst gedurende de laatste vier kwartalen, bij het tweede getal tellen de analistenverwachtingen voor de komende vier kwartalen. In beide gevallen is de S&P 500 nu goedkoper dan in 2000. De Forward P/E ligt monenteel bij 23, terwijl dat in 2000 26 was. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat aandelen nu goedkoop zijn. Ook 23 is historisch hoog. Maar om de Amerikaanse beurs "het duurst ooit" te noemen is overdreven. 4. Huidige hoogvliegers zijn zeer winstgevend Okay, misschien valt het met de S&P 500 mee, maar hoe zit het met de high-flyers op de beurs, de Nvidia’s en Tesla’s van deze wereld, zijn die niet zwaar “overvalued”? Om dit te bepalen heeft Gula naar de top-10 binnen de S&P 500 gekeken. In maart 2000 had het grootste bedrijf Microsoft een Forward P/E van 63. Cisco Systems, General Electric en Intel volgden met respectievelijk 137, 26 en 48. Het gewogen gemiddelde lag afgerond op 39. Als dat wordt vergeleken met de top 10 van nu is de huidige top-10 een stuk goedkoper. De eerste drie - Nvidia, Microsoft en Apple - zitten tussen de 32 en 33. Het gewogen gemiddelde vabn de top-10 is 31. Alleen Tesla springt eruit met 215. 5. Tech-index is minder duur Maar zijn andere techaandelen niet erg duur? Ook dat valt volgens Gula best mee. De Trailing P/E van de Nasdaq 100 tikte in maart 2000 bijna de 100 aan. Dat was ongehoord vergeleken met alles daarvoor en ook met de huidige 34. Gula heeft tenslotte nog gekeken naar de 1000 meest waardevolle Amerikaanse beursfondsen. Ook hier is het beeld hetzelfde. Uiteraard zijn er bedrijven zoals Tesla, Palantir Technologies, Snowflake, Cloudfare, Roku, CrowdStrike, Figma en Circle Internet die forward P/E’s hebben van boven de 100. Maar het zijn er veel minder dan in maart 2000. Toen waren het er 62 met een mediaan van 247. Nu zijn het er 29 met een mediaan van 137,5. Desondanks uitzonderlijk Wat moet je met al deze cijfers? Het staat buiten kijf dat de markt momenteel aan de prijs is. Neem bijvoorbeeld de Trailing P/E van de Nasdaq 100. Die bedraagt 34 dan is dat ruim boven het gemiddelde van 27 over de periode 2015-2025. In sommige gevallen voelt het ook extreem aan bij aandelen die profiteren van AI maar zo krankzinnig als in 2000 is het niet. De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. . Deel via:
Impactbeleggen 08:15 Amundi's 6 duurzame beleggingsconvicties van 2026 Het Franse Amundi schetst de zes belangrijkste ontwikkelingen in het duurzame beleggingslandschap.
Impactbeleggen 21 jan Waarom private debt een uiterst effectief impactinstrument is Volgens Achmea IM is private debt bij uitstek geschikt om een goed rendement te koppelen aan een positief effect op samenleving en milieu. "Het spectrum is breed, en juist daardoor kan impactbeleggen met private debt zich richten op verschillende vraagstukken."
Impactbeleggen 15 jan Energietransitie: van morele plicht naar beleggingskans Voor Robeco is klimaatbeleggen geen thematische bijzaak maar de kern van de beleggingsstrategie. Want de energietransitie zal volgens Robeco leiden tot de structurele verandering van markten, sectoren en waardeketens.
Impactbeleggen 14 jan Impactbeleggen: van niche naar schaal Sinds 2019 groeide het kapitaal dat naar impactbeleggingen ging met 19% per jaar. In 2024 bedroeg de totale markt 1,6 biljoen dollar, aldus het Global Impact Investing Network (GIIN).
Impactbeleggen 12 jan Nieuw pensioenstelsel is katalysator voor impactbeleggen Volgens directievoorzitter Maureen Schlejen van Achmea IM pakt het nieuwe pensioenstelsel (Wtp) goed uit voor impactbeleggen. Dat is een gunstige ontwikkeling. "Pensioenfondsen die impact structureel integreren, versterken niet alleen hun portefeuille onder de Wtp, maar dragen ook bij aan een veerkrachtige economie en een leefbare wereld voor toekomstige generaties."
Impactbeleggen 05 jan Natuur krijgt een prijskaartje Water, bodem en biodiversiteit raken schaarser. Dat brengt risico’s én kansen voor beleggers met zich mee. Wat lange tijd nauwelijks werd meegenomen in financiële analyses begint nu door te werken in beleggingskeuzes, aldus BlackRock Investment Institute.