Column

Grafiek van Daalder: Het positieve effect van de Amerikaanse midterms

In de Grafiek van Daalder behandelt beleggingsstrateeg Lukas Daalder van BlackRock elke week een grafiek die wat hem betreft wat meer aandacht mag krijgen. Deze week: het positieve beleggingseffect van de Amerikaanse midterms.

Vandaag een grafiek die misschien als hoopgevend lijkt, maar waarbij direct moet worden bedacht dat resultaten uit het verleden geen garanties bieden voor de toekomst. Waar kijken we naar? Naar het koersverloop dat de S&P 500 sinds de Tweede Wereldoorlog heeft laten zien, in het jaar volgend op de midterm elections in de VS.

raex

Klik op de afbeelding voor een grote versie

Misschien ter overvloede: in de VS gaat men eens in de vier jaar naar de stembus om een nieuwe president te kiezen (laatste keer in 2020), maar vinden er elke twee jaar eveneens verkiezingen plaats voor het Congres. De verkiezing die twee jaar na de presidentsverkiezingen plaatsvindt -degene die vorige week gehouden werd- staat te boek als de midterm elections.

Twee keer meer rendement

Wat blijkt nu, dat derde jaar van een presidentschap is doorgaans een heel gunstig beleggingsjaar. In de grafiek kijken we naar 19 jaarrendementen, vanaf de novembermaanden van 1946, 1950, 1954 enzovoorts. De meeste jaren staan weergegeven als een roze lijn. De 25% slechtste (lichtgrijs), de 50% middelste (donkergrijs) en de 25% beste (lichtgrijs) jaren zijn weergeven als een vlak.

Gemiddeld bedroeg het rendement een indrukwekkende 14% exclusief dividend (zwarte lijn), ruim het dubbele van het langdurige gemiddelde. Opmerkelijk feit is verder dat geen van deze jaren een negatief rendement opleverde.

"Gemiddeld bedroeg het rendement een indrukwekkende 14% exclusief dividend"

De eerste cyclus na de Tweede Wereldoorlog (1946-’47, gele lijn) was weliswaar geen vetpot, maar wist op de dag af nipt in de plus te sluiten. Dat geldt tevens voor het derde (of eigenlijk zevende) presidentiële jaar van Reagan (rode lijn), dat eindigde met de beurskrach van 1987, leverde toch nog een positief rendement op.

Zoeken naar verklaringen

Als je weet dat de S&P 500 gemiddeld elke drie jaar een keer in de min sluit, moet je wel tot de conclusie komen dat dit een opmerkelijke uitslag is. Vol in aandelen dus? U moet doen wat u niet laten kan, maar zoals ik vorige week in mijn podcast al zei: zelf ben ik geen groot fan van dit soort kalenderstrategieën. Niet alleen kijken we naar een beperkte steekproef (19 waarnemingen), het ontbreekt bovendien aan een goede reden waarom het rendement elk derde jaar van een presidentschap beter is dan gemiddeld.

Er is in het verleden wel eens geopperd dat een nieuwe president in de eerste twee jaren van zijn termijn de meest pijnlijke maatregelen doorvoert, om vanaf jaar drie de teugels te laten vieren om zich te richten op zijn herverkiezing, maar dat lijkt tegenwoordig eerder andersom. Ook het verhaal dat de zittende president na de midterms compromissen moet sluiten om verder te kunnen regeren met de politieke tegenstander, is iets wat statistisch nooit hard is gemaakt.

Disclaimer

Daarnaast lijkt het risico van een recessie aanzienlijk – iets wat doorgaans ook niet al te gunstig nieuws is voor aandelenmarkten. En als laatste: dat bovenstaande grafiek pas na 1945 begint is niet voor niets. In het derde ambtsjaar van Hoover (1930-’31) verloor de S&P500 40%.

Assetallocatie