Edin Mujagic is hoofdeconoom van OHV Vermogensbeheer en is gespecialiseerd in (de gevolgen van) het beleid van de centrale banken. Hij heeft verschillende boeken op zijn naam staan, waaronder "Geldmoord: hoe de centrale banken ons geld vernietigen" en "Boeiend en geboeid: een monetaire geschiedenis van Nederland sinds 1814/1816". Hij studeerde monetaire economie aan de Universiteit van Tilburg.

Column

Bang voor inflatie? Beleggen is de oplossing

Inflatie zorgt voor nog meer ongelijkheid tussen arm en rijk. De bevoorrechten profiteren namelijk eerder van het aanzetten van de geldpersen. Voor de achterblijvers is beleggen de beste manier om ook van inflatie te profiteren, aldus Edin Mujagic.

Omdat de inflatie aan de zeer hoge kant is, wordt daar veel over geschreven en gepraat. Maar volgens centrale bankiers en zo goed als alle economen en beleidsmakers moeten we niet overdrijven omdat de inflatie weer zal zakken in loop van 2022. 

Dat is waar. Maar wanneer de inflatie zakt, zal er nog steeds sprake zijn van oplopende prijzen. Ze zullen alleen minder hard stijgen dan in 2021. Over hoe gewenst het is dat de prijzen stijgen, daar wordt dan weer nauwelijks over gesproken.

Terwijl in het tijdperk van technologische vooruitgang en globalisering de prijzen zouden moeten zakken, is dat nu niet aan de hand. In mijn laatste column van 2021 wil ik laten zien hoe het komt dat structurele inflatie de economie en samenleving verzwakt.

De reden van deze verzwakking is het zogeheten Cantillon-effect, genoemd naar de Iers-Franse filosoof Richard Cantillon. Het Cantillon-effect komt er in de kern op neer dat een overmatige groei van de geldhoeveelheid vooral diegenen die dicht bij de geldpersen zitten, bevoordeelt.

Net als honing

Extra geld erbij drukken (vroeger letterlijk, nu natuurlijk ook en vooral giraal) jaagt na enige tijd inflatie omhoog. De crux zit in de tijdsbepaling na enige tijd. Wie het extra bijgedrukte geld als eerste krijgt, geeft dat meteen uit aan zaken waarvan de prijzen zich niet aangepast hebben aan de toename van de geldhoeveelheid.

Doordat de bevoorrechten het geld uitgeven, komt het in omloop en jaagt de prijzen na enige tijd omhoog. Hoe verder weg iemand van de geldpers verkeert, des te minder deze profiteert.

De Oostenrijkse econoom August von Hayek vergeleek het inflatie-effect van extra geld met honing. Als u honing gebruikt in uw thee, let er de volgende keer op hoe de honing zich verspreidt in het glas nadat u het erin hebt gedaan. U zult zien dat de honing eerst samenklontert in het midden om vervolgens langzaam te gaan verspreiden.

Regressieve belasting

Zo werkt de verspreiding van het extra geld ook. Wie zitten er op de eerste rij? Dat zijn de financiële sector en grote bedrijven. Ver achterin vinden we de middenklasse.

Tegen de tijd dat het extra geld de grote massa consumenten bereikt, zijn de prijzen al gestegen. Vandaar dat we inflatie het beste kunnen zien als een soort regressieve belasting.

Meer ongelijkheid

Die groep op de eerste rij, is per definitie niet zo omvangrijk. Vergelijk het met een concert in het Carré: er zitten duizenden mensen in de zaal, maar er is maar een klein groepje dat plaats kan nemen op de eerste rij. Met andere woorden, de groep die profiteert van te veel geld drukken is klein, de groep die eronder lijdt, is juist zeer groot.

Dit is de verklaring voor de huidige werkelijkheid, waarin tot 5% van de bevolking behoorlijk geprofiteerd heeft van het gelddrukfestijn, terwijl de andere 95% er bekaaid vanaf is gekomen.

De voordelen voor de kleine groep zijn niet gelijk aan de nadelen voor de grote groep. Het is geen zero sum game omdat een toename van de geldhoeveelheid anders wordt ervaren door verschillende groepen en op verschillende tijden.

Wat is teveel?

De groeiende ongelijkheid verzwakt de middenklasse en leidt daardoor tot economische, politieke en maatschappelijke instabiliteit. Een sterke middenklasse is immer de lijm die een samenleving bij elkaar houdt.

Deze toenemende ongelijkheid en alles wat daaruit voortvloeit, is al aan de gang sinds 1971. Waarom 1971? Omdat ons geldstelsel sinds dat jaar gekenmerkt wordt door overmatige groei van de geldhoeveelheid door het besluit uit 1971 om de dollar los te koppelen van goud. Voor de liefhebber: dat staat in mijn boek Keerpunt 1971, dat inmiddels de vierde druk krijgt.

Overigens, mocht u zich nu afvragen; wat is te veel geld? Een goede stelregel is dat als de geldhoeveelheid harder groeit dan de reële economische groei, er te veel gedrukt wordt. In de grafiek hieronder geeft de blauwe lijn de groei van de geldhoeveelheid in de eurozone sinds de invoering van de euro aan. De rode lijn is de reële economische groei. Elk verder commentaar is overbodig.

Voor de volledigheid hieronder dezelfde grafiek voor de Verenigde Staten. Let op 1971. 

Smeerolie

De grafieken laten zien dat het niet juist is om de vrijemarktwerking de schuld geven voor toegenomen ongelijkheid. Het is juist het uitschakelen van dat mechanisme en vriendjeskapitalisme – denk aan die eerste rij – waar het probleem schuilt.

Het is dan ook pervers dat quantitative easing en de officiële rente op 0% houden, wordt verkocht als beleid dat nodig is om de toegenomen ongelijkheid te verkleinen. In werkelijkheid is die ongelijkheid juist toegenomen sinds 1971 door het (zeer) ruime monetaire beleid!

Dus, als u de volgende keer een beleidsmaker of econoom hoort zeggen dat ruim monetair beleid goed is voor de bevolking of inflatie de smeerolie van de economie is, denk dan aan het Cantillon-effect. Inflatie heeft verstrekkende maatschappelijke gevolgen maar inflatie komt niet uit de lucht vallen, want het is het directe gevolg van het gevoerde monetaire beleid.

Beleggen is de manier

Het Cantillon-effect is de reden waarom we, als de inflatie hoog is, nooit de gewone burger horen zeggen dat er niets aan de hand is, maar dat wel horen van de happy few op de eerste rij.

Het goede nieuws is dat er voor diegenen achter de eerste rij wel degelijk een manier bestaat op die eerste rij te komen. Tegenwoordig is het zo dat alleen al de verwachting dat de geldpersen aan zullen gaan of aan zullen blijven de koersen op de beurzen omhoog stuwt.

Beleggen is daarom dé manier om uit de achterste rijen naar de eerste rij te springen. 


Edin Mujagic is hoofdeconoom van OHV Vermogensbeheer en is gespecialiseerd in (de gevolgen van) het beleid van de centrale banken. Hij heeft verschillende boeken op zijn naam staan, waaronder "Geldmoord: hoe de centrale banken ons geld vernietigen" en "Boeiend en geboeid: een monetaire geschiedenis van Nederland sinds 1814/1816". Hij studeerde monetaire economie aan de Universiteit van Tilburg. Hij schrijft op persoonlijke titel. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Assetallocatie