Edin Mujagic is hoofdeconoom van OHV Vermogensbeheer en is gespecialiseerd in (de gevolgen van) het beleid van de centrale banken. Hij heeft verschillende boeken op zijn naam staan, waaronder "Geldmoord: hoe de centrale banken ons geld vernietigen" en "Boeiend en geboeid: een monetaire geschiedenis van Nederland sinds 1814/1816". Hij studeerde monetaire economie aan de Universiteit van Tilburg.

Column

De inflatie-index is een fantasie-index geworden

Dat burgers de officiële inflatiecijfers niet vertrouwen, kan monetair econoom Edin Mujagic goed begrijpen. "Inflatiecijfers vertellen niet langer hoe de kosten van levensonderhoud veranderen."

Vorige week schreef ik het eerste deel van een tweeluik over inflatie. In dat stuk raadde ik aan het liedje High inflation blues van Moe Bandy te beluisteren. Een ander toepasselijk nummer is Inflation blues van de blueslegende BB King. Daarin zingt hij dat het lastig is om wat geld opzij te leggen omdat it takes all of my money just to eat and pay my rent.

Velen zullen het gevoel herkennen, dat de prijzen veel sneller stijgen dan de maandelijkse cijfers over de inflatie, de verandering van het consumentenprijsindex (CPI), laten zien. Dat gevoel is voor het overgrote deel te wijten aan iets wat hedonische aanpassingen wordt genoemd, een statistische ingreep om de prijzen te corrigeren voor kwaliteitsverbeteringen.

Hedonistische aanpassing 

Neem als voorbeeld een auto. Kijkend naar de prijzen van nieuwe auto’s nu en enkele decennia geleden, valt meteen op dat de prijs anno 2021 veel hoger ligt. Sterker, de prijs van een nieuwe auto bedraagt nu een veelvoud van een jaarinkomen van een werkende uit de jaren zeventig. Door de hedonische aanpassing is de prijsstijging veel kleiner, zo niet nihil. De reden: een moderne auto is veel comfortabeler en veiliger. Dat is ontegenzeggelijk waar, en er is inderdaad wel wat voor te zeggen dat de prijs daarvoor gecorrigeerd moet worden.

Een van de bijeffecten is echter wel dat als hedonistische aanpassingen op veel producten worden toegepast inflatie steeds minder goed gebruikt kan worden om de verandering van de kosten van levensonderhoud te meten, iets waar velen de inflatiecijfers toch voor gebruiken.

Terwijl de prijzen zichtbaar stijgen, krijgt de Nederlander te horen dat de inflatie gevaarlijk laag en dalend is. Ja, voor de deur staat een betere en veiligere auto voor zijn euro, maar hij is er wel meer geld voor kwijt dan in het verleden. Hij ervaart de inflatie dan ook als veel hoger dan de officiële cijfers laten zien en vertrouwt die niet meer. Meer dan voldoende ingrediënten om er, net als BB King in de jaren zeventig, de blues van te krijgen.

Nixon-schok

Maar er wordt nog meer gegoocheld met inflatiecijfers. Zoals gezegd is er voor die kwalitietsaanpassing heel wat te zeggen. Waar dat niet voor geldt, is een andere ontwikkeling. Ooit was het allemaal simpel. Het CPI bevatte alle goederen en diensten waar mensen hun geld aan uitgaven. Noteer de prijzen ervan en vergelijk die met een maand of een jaar geleden et voila, je hebt zowel de inflatie als inderdaad de verandering van de kosten van levensonderhoud te pakken.

"Ooit was het allemaal simpel"

Toen verscheen ene Arthur Burns ten tonele. In februari 1970 benoemde de toenmalige Amerikaanse president Richard Nixon Burns als voorzitter van de Fed. Iets meer dan een jaar later, in de zomer van 1971, koppelde Nixon de dollar los van het goud. Die zogeheten Nixon-schok heeft sindsdien zo veel economische en niet-economische effecten gehad dat ik daar, ter ere van het 50-jarig jubileum ervan, een boek over heb geschreven, Keerpunt 1971 getiteld.

Meer voor minder

Een van die gevolgen was de torenhoge inflatie in de jaren zeventig. Hoge inflatie vereist renteverhogingen maar, net als de Fed nu, zag de Fed van Arthur Burns daar ook niets in. Burns besloot de inflatie op een andere manier af te stoppen, namelijk door prijzen van die goederen en diensten die te veel stegen simpelweg uit dat CPI-mandje te halen. Toen de energieprijzen fors klommen door het oplopen van de olieprijs, haalde hij de energiecomponent uit de index. Toen iets later voedsel prijziger werd, deed hij hetzelfde.

In loop der tijd is daar, niet alleen in de VS, veel meer bijgekomen. De stijging van uw zorgverzekeringspremie, of het eigen risico bijvoorbeeld, tellen niet mee voor de berekening van de inflatie. Dat betekent in dit geval dat we elk jaar meer betalen voor minder – zorgverzekeraars vergoeden steeds minder – maar dat dit 0,0 invloed op de inflatie heeft. Heb ik al gezegd dat huizenprijzen nauwelijks bestaan voor inflatiemetingsdoeleinden?

Fantasie-index

Door dit alles zijn inflatiecijfers in loop der tijd steeds verder weggedreven van wat ze hadden moeten weergeven, namelijk hoe de kosten van levensonderhoud veranderen: de consumentenprijsindex is voor velen een fantasie-index geworden.

Voor de centrale banken betekenden de bovenstaande aanpassingen dat zij de rentes konden verlagen om inflatie aan te jagen, terwijl de werkelijke kosten van levensonderhoud elk jaar fors stegen. Anno 2021 kunnen ze daardoor de officiële rentes op 0 procent houden en beloven dat nog jarenlang te blijven doen.

Ongewenste gevolgen

Economische historie leert dat structurele en stijgende inflatie veel ongewenste gevolgen heeft, zoals dat die de ongelijkheid in de hand werkt. Structurele en stijgende inflatie remt op termijn ook de economische groei af. Inflatie komt niet uit de lucht vallen, maar is het gevolg van gekozen beleid. Ronald Reagan omschreef de inflatie daarom misschien wel het mooist toen hij zei dat die ‘net zo gewelddadig is als een overvaller, net zo angstaanjagend als een gewapende rover en net zo dodelijk is als een huurmoordenaar.’

Die overvaller, rover en huurmoordenaar worden tegenwoordig verwelkomd door de centrale bankiers en politici. Als dat maar goed gaat.

"Inflatie komt niet uit de lucht vallen, maar is het gevolg van gekozen beleid"


Edin Mujagic is hoofdeconoom van OHV Vermogensbeheer en is gespecialiseerd in (de gevolgen van) het beleid van de centrale banken. Hij heeft verschillende boeken op zijn naam staan, waaronder "Geldmoord: hoe de centrale banken ons geld vernietigen" en "Boeiend en geboeid: een monetaire geschiedenis van Nederland sinds 1814/1816". Hij studeerde monetaire economie aan de Universiteit van Tilburg. Hij schrijft op persoonlijke titel. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

De impact van het coronavirus