Column

SFDR kan beter

Strengere regelgeving (SFDR) van de EU moet greenwashing door fondshuizen voorkomen. Helaas zijn de nieuwe regels volgens Detlef Glow van Lipper Refinitiv nog niet perfect.

Beleggers die een fonds kopen met een duurzame of ESG-gerelateerde doelstelling, gaan er vanuit dat deze fondsen sterk gericht zijn op alle relevante criteria voor milieuvriendelijkheid, sociaal gedrag en good governance. Maar dat is niet altijd het geval, aangezien alle fondsbeheerders een verschillende kijk hebben op hoe niet-financiële criteria in hun selectieproces moeten worden geïntegreerd. 

Sommige fondsbeheerders richten zich alleen op bepaalde aspecten zoals de CO2-uitstoot, terwijl anderen zich meer richten op sociale criteria of goed bestuur. Daarnaast is het mogelijk dat sommige portefeuillebeheerders bij de beoordeling van effecten pas in tweede instantie naar ESG-criteria kijken en eerst naar het rendement.

Het kan daardoor voorkomen dat de aandelen en obligaties in de portefeuille toch nog een vrij slechte ESG-score hebben, terwijl ze wel aan de belangrijkste selectiecriteria voldoen. In het verleden werden al deze fondsen als duurzame fondsen op de markt gebracht. Greenwashing lag daarbij altijd op de loer.

Europese regelgeving 

Om de vermogensbeheersector op één lijn te krijgen en greenwashin te voorkomen, heeft de Europese Commissie daarom de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) in het leven geroepe. Dit is onderdeel van het EU-actieplan om duurzame groei te ondersteunen. 

SFDR is op 10 maart 2021 in werking getreden. Enerzijds wordt er met de regulering op een gedetailleerd niveau vastgesteld wat een duurzame belegging is, namelijk een belegging in een economische activiteit die bijdraagt aan een milieu- of een sociale doelstelling.

Anderzijds worden fondsen in drie verschillende clusters of categorieën ingedeeld, waarbij elk cluster een bepaalde mate van duurzaamheid vertegenwoordigt. De bepalingen voor de drie clusters staan beschreven in de artikelen 6, 8 en 9 van de SFDR.

6, 8 of 9?

Kort samengevat, als een fonds onder artikel 6 – de laagste graad - van de verordening valt, dan mogen termen als "ESG" of "duurzaamheid" niet worden gebruikt in de fondsnaam, het prospectus en ander marketingmateriaal.

Fondsen die vallen onder artikel 8 van de verordening, moeten rekening houden met duurzaamheidsrisico's en dienen de milieu- en/of sociale criteria bekendmaken die in het selectieproces worden gebruikt. Artikel 8 gaat dus over de mate waarin milieu- en sociale factoren in aanmerking worden genomen bij de beoordeling en selectie van effecten en de algehele portefeuillesamenstelling.

Artikel 9 markeert ten slotte het hoogste niveau. Alleen producten die duurzaamheid als primaire doelstelling hanteren, vallen in deze categorie. 

Het gevolg van de SFDR-verordening is dat sommige fondsen de term ESG al uit hun fondsnaam hebben verwijderd, evenals alle verwijzingen naar ESG en duurzaamheid in hun marketingmateriaal. Daaruit blijkt dat de nieuwe SFDR-verordening beleggers daadwerkelijk helpt om het juiste product te vinden dat aan hun wensen voldoet.

Tekortkomingen

Toch heeft de SFDR-verordening ook nog enkele tekortkomingen, aangezien er nog altijd normen ontbreken - vooral daar waar het specifieke milieuonderwerpen betreft - wat ertoe leidt dat een aantal fondsen die zichzelf als duurzaam beschouwen, toch maar voor een artikel 6-verklaring hebben gekozen. Dit komt omdat zij niet zeker weten of hun beleggingsproces streng genoeg is om aan de artikel 8-eisen te voldoen.

Aan de andere kant zijn er ook fondsen die de normen vrij losjes interpreteren, zodat zij als artikel 8-fonds te boek staan. De reden hiervoor is duidelijk. Zij willen profiteren van de trend naar duurzame beleggingen en zullen waarschijnlijk, als het stof rond de definitie is neergedaald, moeten terugkeren naar een artikel 6-benaming, zonder ESG.

Dat gezegd hebbende, mag niet uit het oog worden verloren dat de definities en normen binnen SFDR in de toekomst vooral betrekking zullen hebben op milieuonderwerpen. Dat betekent dat fondsen met een focus op sociale kwesties zich misschien helemaal niet meer als duurzaam mogen kwalificeren.


Detlef Glow is hoofd research EMEA bij Lipper, een onafhankelijk fondsbeoordelaar. Glow heeft een MBA Financial Services van de University of Wales/Cardiff en een BA in Business Administration. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

China; opnieuw lieveling van beleggers?