Nieuw pensioencontract: Risico nemen is noodzakelijk Oud of nieuw pensioencontract, wie belegt voor later zal toch echt de nodige risico’s moeten nemen, zo betoogt pensioenadviseur Marcel Kruse. Een rekenvoorbeeld maakt veel duidelijk. 1 december 2020 09:00 • Door Marcel Kruse In het DB/CDC-pensioencontract worden het premiebeleid, toeslagenbeleid (indexatie & kortingen) en het beleggingsbeleid op elkaar afgestemd. Deze afstemming kan een zekere mate van spanning met zich meebrengen. Werkgevers betalen het liefst zo min mogelijk premie. Pensioendeelnemers willen maximale indexatie en de kleinst mogelijke kans op kortingen. Meer beleggingsrisico verhoogt de kans op indexatie, maar kan helaas ook de kans op kortingen vergroten, met het risico van premiebijstorting. Risico werkt altijd twee kanten uit. Ook in het nieuwe contract is er sprake van conflicterende belangen tussen sociale partners. Er zijn echter geen pensioenaanspraken meer om te korten, wel kan het geprojecteerde pensioen worden gekort. Deze korting is niet voor alle deelnemers gelijk. Oudere deelnemers lopen minder risico’s door een defensiever beleggingsbeleid en een hogere bescherming tegen een daling van de rente dan jongere deelnemers. Rendementsformule Verder is het in het nieuwe stelsel verplicht dat voor ieder leeftijdscohort een aparte risicohouding wordt bepaald. In het contract nu is dat alleen nodig voor het collectief+ voor de gepensioneerden, actieven en niet-actieven gezamenlijk. Hier speelt leeftijd maar een zeer beperkte rol. Indexatie komt in het nieuwe contract te vervallen. De waarde van de pot bepaalt de toekomstige rijkdom van de gepensioneerde. De kunst is om deze maximaal te laten groeien zonder al te veel beleggingsrisico’s te nemen. Is de pensioendatum bereikt, dan wordt een variabele uitkering gekocht om de pensioenuitkering te kunnen uitkeren. Wat niet verandert, is dat pensioenfondsen voor de berekening van het toekomstig pensioen uitgaan van een set rendementsparameters, die periodiek per beleggingscategorie worden vastgesteld. Laten we ervan uitgaan dat pensioenfondsen in hun rendementsverwachtingen deze parameters volgen, dus niet conservatiever vooruitkijken dan nodig. Voor het berekenen van het verwacht pensioenvermogen is de rekensom eenvoudig. Het verwachte toekomstige pensioenvermogen is gelijk aan de ingelegde pensioenpremies verhoogd met het verwachte rendement over de inleg. Veiligheid heeft een hoge prijs Hoe hoog het eindbedrag wordt, is dus afhankelijk van de premie-inleg, het aantal jaren tot pensioendatum en het verwachte rendement. Ervan uitgaande dat de premie-inleg en het aantal jaren tot pensioendatum vastliggen, dan is het rendement de onzekere factor. Daarvoor geldt, simpel gesteld: meer risico leidt tot een hoger verwacht rendement. De hoeveelheid risico die wordt genomen verschilt per leeftijdscohort. Hoe jonger, hoe risicovoller het beleggingsbeleid. Daarbij staat risico voor de kans dat een doelstelling niet wordt gehaald, of wordt overtroffen. In het geval van pensioenbeleggingen is er geen keuze. Risiconemen is een must. Want stel dat de gehele premie nu in een risicovrije Nederlandse staatsobligatie met een looptijd van 30 jaar wordt gestoken, dan bedraagt het jaarlijkse netto rendement 0,019%*. Uitgaande van een inleg van 10.000 euro bedraagt het uiteindelijke eindbedrag na 30 jaar 10.057 euro. Meer risico, meer pensioen Een winst van 57 euro in 30 jaar schiet niet op. Dus zal iemand die 30 jaar kan pensioenbeleggen, kiezen voor risico, dus meer aandelen kopen. Het verwachte rendement van aandelen is hoger, maar dat is het risico ook. Op dit moment gaat de Commissie Parameters uit van een toekomstig aandelenrendement van 5,8% per jaar. Minus 0,2% kosten, zoals voorgeschreven door de commissie, betekent dit dat pensioenbeleggers jaarlijks 5,6% aan rendement tegemoet kunnen zien. Uitgaande van dezelfde inleg van 10.000 euro komt een belegging van 100% in aandelen na 30 jaar uit op 51.276 euro. Dat is heel veel meer dan 10.057 euro die de 30-jarige Nederlandse staatsobligatie oplevert. Een portefeuille die bestaat uit 50% aandelen en 50% obligaties met een jaarlijks nettorendement van 2,81% geeft na 30 jaar een resultaat van 22.961 euro. Bovenstaande resultaten worden gehaald als de verwachte rendementen van de Commissie Parameters uitkomen. Dat blijkt pas over 30 jaar. Wie risico neemt, omarmt onzekerheid. Het is niet anders. * DNB rentetermijnstructuur looptijd 30 jaar per close of business 5 november 2020 The articles have been commissioned by Marcel Kruse. The articles are for informational purposes only and does not constitute advice of any kind. While care has been taken in gathering the data and preparing the articles, the authors do not make any representations or warranties as to its accuracy or completeness and expressly excludes to the maximum extent permitted by law all those that might otherwise be implied. The authors accept no responsibility or liability for any loss or damage of any nature occasioned to any person as a result of acting or refraining from acting as a result of, or in reliance on, any statement, fact, figure or expression of opinion or belief contained in the articles. Deel via:
Assetallocatie 12 feb China in het Jaar van het Vuurpaard: geen vuur, wel stabilisatie Fidelity International ziet in het Chinese Jaar van het Vuurpaard, dat op 17 februari begint, een een beleggingsverhaal dat minder spectaculair oogt dan in 2025, maar wel evenwichtiger is. Beleggingsimplicaties?
Assetallocatie 10 feb Winterspelen en beurzen gaan beide voor goud Er blijken volgens obligatiebelegger Gerard Moerman van Aegon AM verrassend veel parallellen tussen de huidige Winterpelen in Milaan en de financiële markten.
Assetallocatie 04 feb Opkomende markten bieden aantrekkelijk instapmoment Ondanks de sterke koersstijgingen in 2025 zijn aandelen uit opkomende markten (EM) nog steeds aanzienlijk ondergewaardeerd. Volgens Stacie Mintz, Head of Quantitative Equity bij PGIM, biedt dit een aantrekkelijk instapmoment. "Na jaren van achterblijvende rendementen ten opzichte van ontwikkelde markten (DM), doen opkomende markten er weer toe."
Assetallocatie 03 feb De zes grijze zwanen van State Street Grijze zwanen zijn onwaarschijnlijke scenario's met een grote beursimpact. De kans is klein maar zeker niet onmogelijk. State Street Investment Management heeft voor dit jaar zes van dit soort scenario's opgesteld met de daarbij behorende beleggingsimplicaties.
Assetallocatie 29 jan Optimix houdt rekening met een tijdelijke correctie van goud en zilver Maar omdat de onderliggende oorzaken voor de prijsstijging van goud en zilver ongewijzigd zijn, houdt Optimix vast aan zijn posities in beide metalen.
Assetallocatie 27 jan Groeimomentum verschuift naar opkomende markten Qian Zhang van vermogensbeheerder Baillie Gifford voorziet een voortzetting van de bullmarkt in opkomende markten: “Sterkere macro-economische fundamenten, een beperkte positionering onder beleggers en de groeiende strategische rol van opkomende markten in technologie, energietransitie en innovatie vormen een solide basis. Dat maakt opkomende markten voor ons aantrekkelijker dan in eerdere cycli.”