Column

Drie misverstanden over obligatie-indexbeleggen

Beleggers denken soms dat obligatie-indexproducten illiquide beleggingen zijn, maar dat is een misverstand, aldus Wim van Zwol. Plus nog twee mythes en misverstanden over beleggen in obligaties via een index.

Beleggers veronderstellen dat obligatie-indexfondsen automatisch alle obligaties in een index kopen. Vooral wanneer een indexfonds een hele markt - inclusief mogelijk illiquide obligaties - volgt.

Obligatietrackers worden echter actiever beheerd dan gedacht, want bij de selectie van effecten beschikken managers wel zeker over enige flexibiliteit.

Veel indexfondsen gebruiken een beheertechniek die bekend staat als sampling; een proces waarbij een portefeuille wordt opgebouwd die op de index lijkt, zonder dat elk onderliggend product wordt gekocht.

Schuldenlast niet overgewaardeerd

Managers die een grote obligatie-index volgen, passen sampling vaker toe om een efficiëntere portefeuille op te bouwen. Een belangrijke overweging hierbij is het beheren van het liquiditeitsrisico.

Dat komt omdat illiquide effecten hogere transactiekosten met zich mee kunnen brengen. Sampling helpt obligatiefondsmanagers om effecten met onaantrekkelijke bied-laatspreads uit te sluiten.

Een andere mythe is dat bedrijven met een hoge schuldenlast overgewaardeerd zijn in obligatie-indexfondsen. Deze theorie komt voort uit de marktkapitalisatiebenadering, waarbij het hoogste gewicht wordt toegekend aan de emittenten met de grootste uitstaande schuld.

Dalend gewicht

Maar de hoeveelheid uitstaande obligaties is niet hetzelfde als het schuldniveau, namelijk de totale schuld ten opzichte van het totale eigen vermogen, ook leverage ratio genoemd.

Bovendien wordt de marktkapitalisatie van obligaties vooral bepaald door de koers van de obligaties.

Wanneer kopers niet overtuigd zijn van de levensvatbaarheid van een emittent of een bepaalde obligatie-uitgifte, daalt de koers. Vervolgens neemt de marktkapitalisatie af, en dus ook het gewicht ervan in de index.

Een van de factoren

Daarom krijgen de emittenten met een hoge kapitalisatie meestal het meeste vertrouwen van de markt als het gaat om hun vermogen om hun schuld af te lossen.

Bij trackers van investment grade-obligaties vormen de kwaliteit van de emittent of emissie de kern van de obligatieratings. Het schuldniveau van de ondernemingen is dan ook slechts een van de factoren die in acht worden genomen.

Als die een obligatie niet langer als investment grade kwalificeren, wordt de rating aangepast en verdwijnt de obligatie uit de desbetreffende index.

Kosten nog belangrijker

Ten slotte bestaan er nog wel eens misverstanden over de kosten. Tenzij beheerders meer risico nemen, neemt het rendement af als kosten stijgen, zo blijkt uit eigen onderzoek.

Ons onderzoek toont aan dat kosten voor vastrentende beleggingen net zo belangrijk zijn als voor beleggingen in aandelen - zo niet belangrijker, omdat het verwachte rendement bij obligaties lager ligt dan bij aandelen.

De keuze tussen een goedkoop indexfonds of een actief obligatiefonds hangt dus af van de risicobenadering van de belegger – maar de twee types kunnen elkaar ook aanvullen.


Wim van Zwol is hoofd Institutional Sales Northern Europe bij Vanguard Asset Management. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Amerikaanse verkiezingen 2020