Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Column

Is een monetaire ramp aanstaande?

Het is wel een nieuwe tijd, maar oude monetaire wetten gelden nog. Dat maakt het heel waarschijnlijk dat het ultra ruime monetaire beleid uiteindelijk uiteenspat, aldus Marcel Tak.

“En dat is misschien wel het meest verontrustend.” Zo eindigt Maarten Schinkel zijn column in de NRC van vorige week. Wat is er volgens de auteur dan wel zo verontrustend?

Dat is zijn antwoord “Geen idee” op de vraag of het monetaire beleid een ongeluk is dat te gebeuren staat, of dat het beleid een logische reactie is op een nieuwe tijd met andere wetten.

Natuurlijk is het verontrustend als het antwoord op een dergelijke vraag niet gegeven kan worden. Maar nog meer zorgen baart het als het antwoord wel duidelijk is, met de eerste optie in deze multiple choice als juiste keuze.

Financieel drama

Er is zeker sprake is van een nieuwe tijd, maar niet van nieuwe wetten, vind ik. Dit leidt tot de conclusie dat het monetaire beleid zich langzaam zal ontvouwen tot een financieel drama.

Schinkel benoemt de feiten in zijn column helder. Het balanstotaal van de ECB loopt op tot 8000 miljard euro, circa twee derde van het EU-bnp. De totale geldomloop is gestegen tot 14.000 miljard euro, bijna 20% meer dan het bnp in de eurozone.

In zijn column geeft Schinkel verder aan dat de EU landen gezamenlijk de komende jaren nog 2800 miljard euro moeten lenen.

Grotere financieringsbehoefte

De auteur geeft geen cijfers voor de totale EU-overheidsschuld, dus die heb ik maar even opgezocht. De actuele schuld (eerste kwartaal 2020) bedraagt circa 11.300 miljard euro, dus met de financieringsbehoefte in de komende jaren zal dat oplopen naar 14.000 miljard.

Nu al is de EU schuld 100% van het bnp en dat stijgt dus verder. Als het coronavirus zich niets aantrekt van onze 1,5 meter, niezen in de ellenboog of andere maatregelen, dan kan een verdere terugval van de economie de omvang van de staatsschuld nog verder doen oplopen.

Schinkel koppelt zijn gedachte of het al dan niet goed afloopt met het monetaire beleid aan de vraag of de inflatie wel onder controle blijft. Dat is inderdaad een belangrijke vraag en het lijkt een merkwaardig fenomeen dat de geldontwaarding op zo’n laag niveau blijft.

Inflatie blijft laag

Op sommige momenten was er de afgelopen jaren zelfs sprake van (een dreigende) deflatie. Sinds 2008 bedraagt de gemiddelde inflatie per jaar 1,5%, ondanks het sinds de kredietcrisis gevoerde zeer ruime monetaire beleid.

De lage inflatie is opmerkelijk, omdat een belangrijk deel van het mandje dat de prijsindex bepaalt, bestaat uit woninglasten (meer dan 25%), die met een gemiddelde jaarlijkse huurstijging van 2,1% ruim boven inflatie liggen.

Voor de liefhebbers: alcoholische dranken (weging 2%) stegen met maar liefst 67% in prijs, of wel ruim 4% op jaarbasis. Daar staat tegenover dat kleding (weging 11%) over deze periode nagenoeg niet in prijs is gestegen. En ook huishoudelijke apparatuur (weging 6%) hield de stijging met +10% (0,8% jaarbasis) beperkt.

Opkomst online winkelen

Het lijkt vreemd dat bij zoveel geld in omloop, de inflatie zo beperkt blijft. Toch is dat helemaal niet raar. Ten eerste zijn er puur economische verklaringen. De technologische ontwikkelingen leidt tot een sterke toename van de productiviteit.

Op grote schaal kunnen producten worden gemaakt tegen steeds lagere kosten. Dat heeft een drukkend effect op de inflatie.

Misschien nog wel belangrijker is de opkomst van de online retailgiganten. Dat heeft tot een zeer sterke toename van de concurrentie geleid met een sterke prijsdruk als gevolg. Een heel andere verklaring waarom de geldgroei kan standhouden zonder noemenswaardige inflatie, is de situatie op de financiële markten.

Pindakaas en Microsoft

Ergens moet het (overtollige) geld blijven en het is duidelijk dat het stroomt naar de financiële markten. Die stijging wordt niet meegenomen in de inflatiecijfers. U kunt meten hoeveel een potje pindakaas in 2008 kostte en dat vergelijken met het niveau van 2020. Datzelfde kan ook met aandelen of obligaties.

Een aandelen Microsoft kostte eind 2008 27 dollar per stuk. Inmiddels is de prijs opgelopen naar 220 dollar. Dat is een gemiddelde jaarlijkse stijging met 19%. Voor een pakketje aandelen, verpakt onder de merknaam S&P500, werd eind 2008 1500 dollar betaald.

Inmiddels is de prijs gestegen naar 3500 dollar, wat een gemiddelde jaarlijkse prijsstijging (exclusief dividend) van 7,5% betekent. Wat is er nou wezenlijk voor verschil of een u een potje pindakaas consumeert of een aandeeltje Microsoft koopt?

Oude wetten gelden

Het is om allerlei redenen begrijpelijk en logisch dat de prijsmutaties van aandelen en obligaties niet in de prijsindex worden meegenomen. Maar met sterk stijgende financiële markten is het heel wel mogelijk, en eigenlijk logisch, dat een grote geldhoeveelheid in omloop, gepaard kan gaan met een gematigde inflatie.

Er is nog een andere bestemming waar het overtollige geld heen rolt en dat is de oude sok. Weliswaar in de moderne variant, namelijk de spaarrekening, waarmee de spaarder net zoveel verdient als de sokspaarder.

Minder zelfs, nu banken de lat voor een negatieve rente steeds lager leggen. Kortom, het uitblijven van inflatie komt niet door nieuwe wetten die in deze veranderde tijd zouden gelden. Integendeel, de oude wetten gelden gewoon en maken het heel waarschijnlijk dat het ultraruime monetaire beleid uiteindelijk uiteenspat.

Einde aan de vlucht

Er zijn verschillende scenario’s denkbaar:

  1. Een belangrijke reden voor gestegen koersen op de aandelenmarkt is de hogere waardering die beleggers toekennen vanwege de lage rente. Natuurlijk, de winsten ontwikkelen zich goed, maar de koers-winstverhoudingen zijn fors gestegen. Logisch, want hoe lager de rente, hoe hoger de koers-winstverhouding. Dat proces eindigt echter op het moment dat de rente niet verder daalt. Gelijkblijvende, maar zeker afnemende winsten maken dan een eind aan de vlucht van overtollig kapitaal naar de financiële markten.

  2. Het beleid van centrale banken kan succes hebben en de economische groei zal fors aantrekken. Daarmee zal de consumptie sterk toenemen, wat niet anders kan betekenen dat de rente omhoog gaat. Dat zal een drama betekenen voor obligaties en indirect voor aandelen. Immers de koers-winstverhoudingen zullen op basis van de hogere rente dalen.

Bovenstaand scenario’s zullen alleen niet uitkomen als u denkt dat winsten altijd sterk zullen oplopen en/of rente nooit meer zal stijgen. Er is geen enkele aanleiding in dergelijke scenario’s te geloven.

Flinke tik

Er zijn geen nieuwe wetten. Als inflatie gemeten zou worden door een combinatie van consumentenprijzen en assetprijzen, dan ontstaat een ander beeld van prijsstabiliteit. Dan zien we een forse toename in de prijs van deze gecombineerde index, in lijn met het ruime monetaire beleid.

Aangezien de bedrijfswinsten niet oneindig stijgen en/of de rente op den duur zal oplopen, zal deze gecombineerde index zeker een flinke tik krijgen.

Ik denk niet dat de consumentenrijzen een sterke daling ondergaan, aangezien deze gematigd zijn gebleven. Dus het is het andere component van de gecombineerde index die een zeer forse veer zal moeten laten.  De timing is echter niet te raden. Beleggers kunnen echter maar beter voorbereid zijn op een dergelijk scenario.


Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

De impact van het coronavirus