Jorik van den Bos is fondsbeheerder van het Kempen European High Dividend Fund en het Kempen Global Dividend Fund. Hij is begonnen als portfoliomanager Nederlandse aandelen, eerst bij ABN Amro Asset Management en van 1997 tot 2006 bij ING Investment Management.

Column

Liever integreren en engagen dan uitsluiten

Voor dividendbelegger Jorik van den Bos betekent rekening houden met ESG eerder kansen grijpen dan risico’s beperken. Hij gaat voor de constructieve aanpak.

Gaan ESG en dividendbeleggen wel met elkaar samen? Dat is een vraag die mij vaak wordt gesteld. Want, zo krijg ik te horen: “De meeste dividendbedrijven zijn toch vieze bedrijven?” Daar denk ik anders over. Bovendien beleggen wij op basis van een raamwerk, waardoor echt vieze bedrijven buiten de portefeuille blijven.

Want in dat raamwerk zijn duidelijke regels opgesteld met betrekking tot duurzaamheid. Duurzaam beleggen is voor ons een combinatie van uitsluiten, integreren en het gesprek aangaan. De echt slechte bedrijven staan op een zwarte lijst.

Dat is een morele keuze. Met zaken zoals kinderarbeid, corruptie, controversiële wapens en ook tabak willen wij niets te maken hebben. Wij sluiten alleen die bedrijven uit waarvan de hele wereld (UN Global Compact) vindt dat ze iets verkeerd doen. Wij worden ook geen aandeelhouder als bij een bedrijf verbetering niet mogelijk is. Daarom zijn tabaksbedrijven, die zich volledig met tabak bezighouden, voor ons onbelegbaar.

Waarderingsvraagstuk

Maar verder ben ik geen groot voorstander van uitsluitingsbeleid. Als een bedrijf zich misdraagt, dan is het probleem van dat bedrijf namelijk niet opgelost als het wordt verkocht. Volgens mij is het effectiever om ESG-issues te integreren in de waardering.

Dat kan positief en negatief uitpakken. Profiteert een bedrijf van een duidelijke ESG-trend, dan stellen we de groeiverwachtingen naar boven bij. Dat maakt een hogere waardering acceptabel. Maar een nutsbedrijf, dat grotendeels gebruik maakt van kolenproductie, zal in de waardering een afslag krijgen. Het ligt immers in de lijn van de verwachting dat dit nutsbedrijf in de toekomst zal moeten afschrijven als de kolenproductie moet worden afgebouwd.

Juist omdat ESG zo’n complex vraagstuk is, integreren we de ESG-issues in de waardering. In plaats van zoeken naar één definitie proberen we er een getal op te plakken. Dat is wel zo duidelijk. Zo kan een ogenschijnlijk goedkoop aandeel na een waarderingsaanpassing voor ESG-issues helemaal niet meer zo goedkoop zijn.

En andersom. Neem het Franse Valeo, een belangrijke toeleverancier van de automobielindustrie. Dat heeft zo een sterke positie in onderdelen voor elektrische auto’s, dat het een hogere waardering verdient. Maar als Valeo te duur wordt, dan gaat het aandeel toch de portefeuille uit. Wij zijn geen trendbeleggers, maar waardebeleggers.

Engagement maakt de wereld beter

Dat wil niet zeggen dat we niet proberen de wereld ook ietsje beter te maken. Dat doen we door met bedrijven met problematische ESG-issues het gesprek aan te gaan. Dat begint met bewustwording en eindigt met stemmen tijdens aandeelhoudersvergaderingen.

Dat deze aanpak werkt, blijkt onder meer uit onze bemoeienis met een Russisch staalbedrijf waar een ernstig ongeluk had plaatsgevonden. Veiligheid was geen prioriteit. Inmiddels is dat het eerste Russische staalbedrijf met een duidelijk ESG-beleid en bijbehorend jaarverslag.

In tegenstelling tot uitsluiten zijn integreren en het gesprek aangaan constructief. Die stappen zijn meer bedoeld voor waarde creatie dan voor het vermijden van risico’s.

Twee ESG-smaken

Dan is er nog een andere vraag die mij sinds kort wordt gesteld: “Waarom heeft Kempen onlangs ook nog een apart duurzaam dividendfonds gelanceerd, het Kempen Sustainable Global High Dividend Fund?”

De reden daarvoor is het uitsluitingsbeleid van het hoofdfonds. Een grote klant in Nederland vroeg ons om meer bedrijven uit te sluiten. Door die eis kwamen we in een lastig positie terecht. Want hoe redelijk is het om vanwege het verzoek van één klant een deel van de portefeuille te verkopen, waarbij alle overige klanten automatisch worden gedwongen om daarin mee te gaan? Dat is de reden dat we nu twee verschillende wereldwijd beleggende dividendfondsen beheren, elk met een eigen ESG-beleid.

De belangrijkste verschillen tussen de twee fondsen? Het duurzame dividendfonds belegt in minder bedrijven (55 tegen 90) en heeft een minder zware weging in de oliesector en in nutsbedrijven. De dividenduitkering van het duurzame fonds ligt ook iets lager.

Bedrijven met hoge ESG-ratings zijn tegenwoordig populair, dus hoger gewaardeerd. Dat raakt automatisch het dividendrendement. Dat is dan weer een nadeel.

  

 


Jorik van den Bos is beheerder van het Kempen European High Dividend Fund en het Kempen Global Dividend Fund. Van den Bos’ columns zijn geschreven op persoonlijke titel. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Amerikaanse verkiezingen 2020