Marcel Kruse is sinds 2019 director Pension & Investment Risk bij Milliman Pensioenen in Amsterdam. Bij Milliman geeft Marcel leiding aan de Pension & Investment Risk praktijk en werkt hij als investment risk consultant voor institutionele beleggers zoals pensioenfondsen, stichtingen, family offices en vermogensbeheerders.

Marcel Kruse studeerde Bedrijfskunde voor de financiële sector aan de Vrije Universiteit, behaalde in 2010 zijn post-doctoraal Investment Management. Hij staat ingeschreven in het RBA-register van CFA Society VBA Netherlands en hij staat geregistreerd als adviseur Beleggen Institutioneel (ESMA) bij het Dutch Securities Institute (DSI).

Column

In het nieuwe pensioencontract is het glas voor jongeren halfvol

In het nieuwe pensioenstelsel delen jonge pensioendeelnemers mee in de garantstelling voor ouderen. Dat kan het resultaat negatief beïnvloeden. Bij een prudent beleggingsbeleid, waarbij de rente op een goede manier wordt afgedekt, zijn jongeren juist spekkoper, zo rekenen Marcel Kruse en Geert Jan Kremer voor.

In het nieuwe pensioencontract, dat hoogst waarschijnlijk op 1 januari 2022 in werking treedt, is een knappe balans gevonden tussen individu en collectief. Zo kunnen jongeren straks offensiever pensioenbeleggen, waardoor zij op de lange duur een beter resultaat behalen, maar tegelijkertijd is het solidariteitsprincipe niet overboord gegooid.

Zo zijn de uitkeringen van ouderen grotendeels beschermd als de rentestructuur daalt. Simpel gesteld: hoe hoger de leeftijd van een pensioendeelnemer, hoe groter de bescherming.

In de praktijk komt het er straks op neer dat ouderen als eerste langs de kassa gaan om rendement op te halen. Vervolgens wordt het restant verdeeld. Dat pakt voor jongeren negatief uit als de matchingportefeuille minder heeft opgeleverd dan het vastgestelde beschermingsrendement.

Niet altijd goed

In dat geval betalen jongeren mee aan de pensioenen van ouderen. Dit probleem was er voorheen minder, doordat pensioenfondsen de ruimte hadden om te sturen met kortingen en indexatiebeleid.

Pakt het nieuwe pensioencontract voor jonge pensioenspaarders inderdaad negatief uit? Een rekenexercitie, waarbij drie scenario’s worden doorgenomen, toont een ander beeld. Dat wil niet zeggen dat het nieuwe pensioensysteem voor jongeren altijd goed uitwerkt.

Uitgangspunten rekenexercitie

Voor de berekening zijn ze uitgegaan van drie leeftijdscohorten: jong (twee werkjaren), midden (vijftien werkjaren) en oud (30 werkjaren). Allen ontvangen pensioen tot 80 jaar. De rentegevoeligheid van de pensioenuitkeringen is daarom gelijkgesteld aan 80 jaar minus de leeftijd van de deelnemer per cohort.

Het toegezegde beschermingsrendement wordt, ongeacht of het is verdiend, uitgekeerd aan de leeftijdscohorten. Jong ontvangt geen beschermingsrendement (in het model dus 0% bescherming) en oud ontvangt veel bescherming (er is 85% gebruikt).

Eerst wordt het beschermingsrendement afgetrokken van het rendement op de matchingportefeuille. Mocht dit rendement onvoldoende zijn, dan moet er worden bijgepast vanuit de returnportefeuilles van de deelnemers. Het rendement dat overblijft na het uitkeren van het beschermingsrendement wordt conform de verdelingssleutel toegekend aan de rechthebbenden.

Belangrijk is ook dat het spreadrendement van matchingbeleggingen volledig wordt toegekend aan de rechthebbenden van de returnportefeuille. Onafhankelijk of het beschermingsrendement is verdiend krijgen de rechthebbenden dit gegarandeerd uitgekeerd. In de berekening zitten jongeren voor 100% in aandelen. Er wordt immers belegd volgens het life cycle-principe. Hoe jonger de deelnemer, hoe meer beleggingsrisico’s worden genomen.

Jongeren profiteren meestal

In het gebruikte basisscenario daalt de rentetermijnstructuur met 50 basispunten. Aandelen genereren 10%. De opbrengst van de matchingportefeuille ligt keurig in lijn met de verplichtingen. De matchingportefeuille kent geen spreadimpact.

Voor jongeren pakt dit scenario goed uit. Naast het rendement van 10% op hun aandelen ontvangen zij ook deel van het couponrendement bovenop de DNB rentetermijnstructuur. In plaats van 10% verdienen zij volgens ons rekenvoorbeeld 11,2%. Het laat zien dat (los van het kostenvoordeel) een collectieve aanpak rendabeler is dan werken met individuele portefeuilles. Zij nemen namelijk risico op zich waarvoor zij structureel beloond worden.

In scenario twee daalt de rentetermijnstructuur wederom met 50 basispunten en genereren aandelen 10% rendement. Ook het beschermingsrendement wordt gehaald. Verschil met het basisscenario is dat de creditspread daalt.

Ook ouderen delen mee

De opbrengst van de matchingportefeuille neemt extra toe. Deze wordt verdeeld onder alle deelnemers naar rato van hun deelname daarin. In dit geval bedraagt de opbrengst voor jongeren niet 11,2% maar 15,3%. Hun garantstelling voor ouderen heeft in dit geval een extra positieve kant. Ook de ouderen delen mee, het is niet alleen feest voor de jongeren.

Ten slotte is er ook een scenario te bedenken waarbij jongeren wel degelijk de rekening betalen. In dit scenario daalt de rentetermijnstructuur wederom met 50 basispunten en genereren aandelen 10% rendement, maar helaas heeft het pensioenfonds de rente onvoldoende afgedekt.

Hierdoor wordt het beschermingsrendement niet gehaald. Terwijl jongeren een positief resultaat van 10% hebben behaald, eindigen zij desondanks met een verlies van 4,5%.

Flinke rendementsverschillen jongeren

Eerder halfvol

Wat vertellen de rekenuitkomsten? Voor jongeren is het glas eerder halfvol dan halfleeg. Alleen wijzen op de nadelen van het nieuwe stelsel is niet het juiste verhaal. Dat verhaal is ook dat jongeren meer tijd hebben om jaren met zwakke rendementen goed te maken. Dat zij daarbij meer risico kunnen nemen, verbetert het uiteindelijke resultaat. Die mogelijkheid hebben ouderen veel minder. In die zin is de gekozen garantstelling rechtvaardig.

Jongeren hebben weinig vermogen opgebouwd, dus veel van het extra risico komt bij hen terecht. Dat kan verkeerd uitpakken als het beschermingsrendement niet wordt gehaald.

Renterisico goed afgedekt

Maar gaat het wel goed, waarbij de matchingportefeuille meer rendement opbrengt dan het beschermingsrendement, dan is het resultaat voor jongeren juist extra gunstig.

Belangrijk is dat het renterisico goed is afgedekt. Is dat niet het geval, dan pakt een dalende rente voor jongeren extra slecht uit. In het nieuwe pensioensysteem is het renterisico beter te hedgen dan in het oude stelsel omdat het renterisico expliciet gemaakt is door het beschermingsrendement.

Als de rentedekking niet wordt ingevuld met negatief rentende swaps, maar wordt gekozen voor beter renderende leningen, dan kan de opbrengst van de matchingportefeuille worden verbeterd, zodat het beschermingsrendement kan worden overtroffen. Dat is in het belang van jongeren.

Pensioenfondsbestuurders, communiceer nog beter!

Onze oproep aan pensioenfondsbestuurders: breng de renterisico’s goed in kaart. De boodschap is ook dat zij moeten waarmaken wat zij beloven. Lukt dat niet, dan zal dat goed moeten worden uitgelegd. Juist door de transparantie van het stelsel is duidelijke en heldere communicatie alleen maar belangrijker geworden.

Jongeren moeten weten dat er in het nieuwe stelsel een garantiestelling bestaat van de jongeren naar de ouderen. Dat moet voor hen helder zijn. Positief is dat zij bij overrendement van de matchingportefeuille meer ontvangen dat hun eigen portefeuille heeft opgeleverd. Dat is dubbele winst, geen reden tot klagen.

Geert Jan Kremer schreef mee aan deze column. Hij is bestuurslid van het pensioenfonds van de KAS BANK. Ook hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.

Aannames berekening

  • Drie leeftijdscohorten: jong (26 jaar), midden (39 jaar) en oud (50 jaar).
  • De waarde van de pensioenportefeuille per leeftijdscohort is opgebouwd met een aangroei van 3% per jaar en een jaarlijkse inleg van 1. Dit betekent dat cohort jong minder heeft opgebouwd dan de cohorten midden en oud.
  • Een gegarandeerd beschermingsrendement voor jong (0%), midden (40%) en oud (85%).
  • Jong belegt 100% in aandelen, midden 60% en oud 15%, gelijk aan 100% minus gegarandeerd beschermingsrendement.
  • Aandelen renderen 10%, credits hebben een coupon van 1%, swaps een couponrente van 0%.
  • De rentegevoeligheid van de creditcomponent is 7 en de rentegevoeligheid van de matchingportefeuille is gekoppeld aan de rentegevoeligheid van het gegarandeerde beschermingsrendement.
  • Er zijn drie scenario’s doorgerekend waarbij in alle drie de scenario’s aandelen met 10% stijgen en de rente met 50 basispunten daalt. Er is gekozen om in alle scenario’s dezelfde rentedaling toe te passen. Het gaat in dit artikel om de ouderen m.b.v. een beschermingsrendement te beschermen tegen een dalende rente. Vandaar dat we louter scenario’s bekijken met een dalende rente.
  • De gebruikte scenario’s verschillen van elkaar doordat in het eerste en het laatste scenario de credit ongewijzigd blijft, maar in het derde scenario de rente afdekking onvolledig wordt uitgevoerd. In het tweede scenario wordt net zoals in het eerste scenario de rente afdekking volledig uitgevoerd, maar krijgt het tweede scenario ook te maken met een credit spreaddaling van 50 basispunten.
The articles have been commissioned by Marcel Kruse. The articles are for informational purposes only and does not constitute advice of any kind. While care has been taken in gathering the data and preparing the articles, the authors do not make any representations or warranties as to its accuracy or completeness and expressly excludes to the maximum extent permitted by law all those that might otherwise be implied. The authors accept no responsibility or liability for any loss or damage of any nature occasioned to any person as a result of acting or refraining from acting as a result of, or in reliance on, any statement, fact, figure or expression of opinion or belief contained in the articles.

De impact van het coronavirus