Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Column

Niet nog meer economische overheidsbemoeienis

De overheid hoeft geen grotere rol te spelen op economisch vlak, aldus Marcel Tak. Ook niet in deze coronacrisis. De grip op de economie is al flink genoeg.

Vorige week startte NRC een serie over de rol van de overheid in de westerse economie. Onder de titel De terugkeer van de staat besteedt de krant aandacht aan de veranderende rol van de overheid in de economie.

“Na jaren deregulering, marktwerking en strak begroten, eisen overheden weer een grotere rol op in het westerse kapitalisme.” De trigger is de coronacrisis, die overheden dwong burgers en bedrijven massaal financieel te ondersteunen.

In het eerste artikel in de reeks wordt de vraag gesteld of er sprake is van een comeback van Keynes. “Ja”, vindt een aantal economen dat in het artikel wordt aangehaald, “juist nu kan een zelfbewuste staat aan het roer het verschil maken.”

Uiterst merkwaardig

Eerlijk gezegd vind ik zowel de constatering van NRC over de hernieuwde rol van de overheid in het economische proces, alsook de visie van de economen inzake de terugkeer van Keynes, uiterst merkwaardig.

De terugkeer van de staat suggereert alsof in deze economische structuur de overheidsrol sterk zou zijn teruggedrongen. Je hoeft maar met termen als deregulering en marktwerking te zwaaien en je hebt de frame gezet van een ongebreideld kapitalistische samenleving, waar bedrijven hun gang kunnen gaan zonder een strobreed in de weg te worden gelegd.

Laat ik eerst eens inzoomen op het financiële aspect van de bewering dat de staat nog maar een marginale rol zou spelen. Vorig jaar bedroegen in Nederland de overheidsuitgaven 42% van het bbp.

Verkeerd beeld

Dat percentage is precies gelijk aan het percentage tijdens de eeuwwisseling, 20 jaar geleden. Ook de overheidsschuld was destijds rond de 50%, nagenoeg gelijk aan die van vorig jaar.

Cijfers van andere landen vond ik tot en met 2018, maar ze laten eenzelfde, of zelfs stijgende percentages zien van de overheidsuitgaven. De VS boekte een toename van 34% naar 38%, het VK van 35% naar 41% en Frankrijk van 52% naar 56%.

Alleen in Duitsland zijn de overheidsuitgaven als percentage van het bbp teruggelopen, van 48% naar 45%. Is dit het beeld van een terugtredende, bescheiden en weinig zelfverzekerde overheid?

Teugels aanhalen

Ook uit de toename van wet- en regelgeving blijkt dat er geen sprake is van een overheid die zich niet bemoeit met het economische en maatschappelijke leven. Van 2009 tot 2019 is het aantal wetten en regels in Nederland met ruim 10% toegenomen, tot bijna 10.000.

Ook zonder deze cijfers is het duidelijk dat vanuit Den Haag -  en ongetwijfeld geldt dat ook voor andere landen - de regels flink zijn toegenomen aangescherpt.

Of het nu over milieuzaken gaat of wetgeving inzake voedselveiligheid, om maar een paar zaken te noemen, de teugels worden al langere tijd fors aangehaald.

Ten koste van beleggers

Tot slot, en dat is misschien wel de belangrijkste indicatie van een overheid die een flinke grip op de economie heeft, is er de rol van de centrale banken. Het monetaire beleid geeft de overheden alle ruimte schulden te maken ten koste risicomijdende beleggers, die de enorme (staats)schulden moet subsidiëren door het afzien van een rentevergoeding.

Bedrijven die al lang voorbij de houdbaarheidsdatum zijn, kunnen blijven functioneren, alleen omdat de gratis geld-politiek van de centrale banken hen daartoe in staat stelt.

In feite hebben centrale banken en overheden met het gevoerde beleid op een effectieve manier het kapitalistische systeem buiten werking gesteld. Dat hoeft overigens niet per definitie een slechte zaak te zijn.

Positieve elementen

Ik denk dat er weinig mensen terugverlangen naar het klassieke kapitalisme, waarin werknemers rechteloos zijn en ondernemers zonder enige belemmering hun gang kunnen gaan. Deze vorm van kapitalisme is (gelukkig) ver weg.

Belangrijke kenmerken van het kapitalisme zijn concurrentie tussen bedrijven, waardoor alleen de besten komen bovendrijven, en de aanpassing aan veranderende maatschappelijke opvattingen en/of technologieën.

Juist deze positieve elementen van het zo vaak gedoemde economische systeem zijn (deels) uitgeschakeld, mede door het overheidsbeleid.

Maakbaarheid economie

De wens om crises te bestrijden en de negatieve effecten van een economische neergang tegen te gaan, is omgeslagen in een panische angst een (zuiverende) crisis door te maken. In de jaren 70 was er sprake van een sterke politieke stroming die de maakbaarheid van de samenleving hoog in het vaandel had staan.

Tegenwoordig zien we een variant van die gedachte en is het beleid gebaseerd op het idee dat de economie maakbaar is. De vraag is of we uiteindelijk zullen moeten concluderen dat het met die maakbaarheid van de economie tegenvalt.

Ik denk dat tot nu toe al het overheidsingrijpen, zowel van de politieke als de monetaire autoriteiten wel degelijk heeft bijgedragen aan economische stabiliteit.

Desastreus effect

Als de centrale banken tijdens de kredietcrisis/eurocrisis niet zo hard hadden ingegrepen, zou de economische crisis in de periode 2009-20013 veel ernstiger zijn geweest. Maar het consequent volhouden van het beleid van schuldenopbouw en het strooien van helikoptergeld heeft op lange termijn een desastreus effect.

De tweede bewering in het artikel, het Keynesiaanse beleid is bezig aan een comeback, is eveneens onzin. Er is de afgelopen decennia geen sprake van een beleid zoals bedacht door de beroemde econoom.

Maar dat is niet omdat tijdens crises bezuinigd wordt, waar uitgaven juist zijn geboden. De omissie van het feitelijk gevoerde conjunctuurbeleid is dat in de westerse wereld in goede tijden de uitgaven niet worden gematigd, om zo weer ruimte te creëren voor slechte tijden, zoals het echte Keynesiaanse beleid vereist.

Minder staatsschuld

Misschien is juist Nederland één van de weinige landen die het nu omarmde conjunctuurbeleid wel serieus heeft genomen en in de afgelopen jaren door bezuinigingen (beter: matiging van de stijging van de uitgaven) de ruimte heeft gecreëerd om in de huidige crises de teugels weer wat te kunnen laten vieren.

Nederland en Duitsland zijn de positieve uitzondering, want zij hebben na een stijging van de staatsschuld in 2011 tot circa 90%, de quote fors teruggebracht tot rond 50%-60% vlak voor de coronacrisis.

Maar landen als het VK, de VS, Frankrijk, Italië en Spanje verzuimden een dergelijke politiek te voeren. Nu zullen het VK en VS zich uiteindelijke wel redden omdat zij hun eigen munt kunnen sturen, maar de zuidelijke Europese landen liggen aan het EU-infuus. Dat hebben die overheden toch maar mooi voor elkaar gekregen!

Geweldige trackrecord?

Volgens het NRC-artikel willen de aangehaalde economen (nog) meer overheidsinvloed en pleitten voor grootschalige (groene) investeringen. Alsof de overheid een geweldige trackrecord zou hebben inzake het organiseren en implementeren van grote projecten.

Alsof al die daarmee gepaard gaande verder oplopende overheidsschuld niet ooit terugbetaald moet worden. En alsof de door de economen voorgestelde projecten precies gelijk zijn aan wat de bevolking aan investeringen zou wensen.

Dat een (nog) grotere overheidsbemoeienis tot meer welvaart en welzijn zal leiden, is een utopie. De geschiedenis heeft geleerd dat bij een dergelijk streven de dystopie een meer waarschijnlijke uitkomst is.

Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

De impact van het coronavirus