Column

Europa, supermacht. Misschien. Ooit.

Kwetsbare supply lines en veel te dominante Amerikaanse techreuzen. De globalisering gaat post-corona even op pauze. Een mooi moment voor Europa om eindelijk eens van zich af te bijten, aldus Pieter Kort.

Je kunt globalisering van veel dingen de schuld geven. Nooit eerder in de geschiedenis kon een virus zich zo snel en makkelijk tot wereldwijde pandemie opwerken als in 2020. Met vliegtuigladingen tegelijk verspreidde het zich vanaf een Chinese markt binnen no-time tot iedere uithoek van de planeet.

Maar wat ook nog nooit eerder is vertoond, voor zover ik weet door geen enkele op aarde levende soort, is hoe we binnen enkele maanden datzelfde virus grotendeels hebben getemd. SARS-CoV-2 is nog niet verslagen, al wordt ook daar aan gewerkt, maar al met al verrichten we als mensheid een knap staaltje werk.

Honderd jaar geleden hadden we machteloos gestaan. Nu hebben we de kennis en middelen om overal waar het virus de kop opsteekt de keten van besmetting zo veel mogelijk te verbreken. Nog indrukwekkender misschien is dat we dat doen zonder alles compleet lam te leggen. Een wereldwijde lock-down, zoals in april, raakt de economie hard, maar ondertussen bleven veel goederen-, kapitaal- en energiestromen opvallend ongestoord doorlopen.

Alles draait door

Om de beleggingssector maar eens als voorbeeld dicht bij huis te nemen: ook voor Covid-19 was deze sector al fully wired. Zelfs als het merendeel van het personeel met een laptop en een uitgegroeid kapsel aan de keukentafel zit, draait alles gewoon door.

Behoedt technologie ons nu voor een wereldwijde depressie? Dat moeten we nog zien, maar zeker is dat digitaal werken op veel meer terreinen de norm zal worden. De techsector spint er garen bij, al zal de druk vanuit de politiek op die sector toenemen.

Dezelfde globalisering die het virus hielp verspreiden heeft er ook voor gezorgd dat Amerikaanse techreuzen nu de dienst uitmaken in de wereld. Als de coronapandemie beleidsmakers één les heeft geleerd dan is het dat je bijzonder kwetsbaar bent als je voor essentiële goederen en diensten op het buitenland bent aangewezen.

Riekt naar protectionisme

Digitale verbondenheid ìs essentieel, weten we nu beter dan ooit tevoren. Cybersecurity en lokale regulering van techbedrijven zullen de komende periode hoog - of hoger - op de agenda komen te staan. Het wantrouwen dat we eerst reserveerden voor het Chinese Huawei, zal in toenemende mate ook gaan gelden voor de Amerikaanse conglomeraten die we dagelijks ons volledige digitale hebben en houden toevertrouwen.

Dat riekt naar protectionisme. Is dat erg? Protectionisme is geen vies woord als het betekent dat je voor essentiële zaken niet afhankelijk wil zijn van de grillen van vreemde mogendheden. In de coronacrisis hebben we dat lesje wel geleerd met betrekking tot onze medische supply lines. En dat die vreemde mogendheden ook echt grillen kunnen vertonen is in 2020 duidelijker dan ooit.

Het einde van de globalisering is al vaak aangekondigd - zie ook de drie miljoen Google-resultaten voor "end of globalisation" - en je hebt op dit moment niet veel fantasie nodig om het ook werkelijkheid te zien worden.

Baas in eigen huis

Toch ben ik er niet zo bang voor. Waar het mogelijk werd hebben mensen er altijd voor gekozen om hun wereld te verbreden, niet te versmallen. En hoe meer de wereldeconomie verweven raakt, hoe moeilijker het wordt om je ervan te isoleren.

Maar af en toe moet die verwevenheid even worden herschikt, bijvoorbeeld door wereldwijde monopolies aan banden te leggen en door te zorgen dat je op belangrijke gebieden baas in eigen huis blijft. Zelfs de handelsoorlogen die Donald Trump ontketent kun je zien als een correctie van wat - in zijn ogen - een scheefgegroeide relatie is.

De komende tijd zetten we dus waarschijnlijk een stapje terug. Met ook wel weer interessante nieuwe ontwikkelingen tot gevolg. Onder leiding van het duo Merkel-Macron - en als antwoord op de soms pijnlijke dominantie van Amerikaanse bedrijven in innovatieve sectoren - worden in Europa de eerste contouren van een Europees industriebeleid zichtbaar.

Mondiale machtsbalans

De enige manier om, in de woorden van Macron technological sovereignty te bereiken is door het creëren van European champions. En dat kan weer alleen door op Europees niveau iets minder rooms dan de paus te worden als het gaat om mededinging. (Merkel & Macron vonden elkaar vooral op dit dossier omdat de Europese Commissie de fusie Siemens-Alstom verbood.)

Breekt er na America First nu eindelijk ook een Europe First-periode aan? Eerst zien en dan geloven, want het realiseren van economische samenwerking binnen Europa is zo mogelijk nog lastiger dan met de rest van de wereld. Maar voor de mondiale machtsbalans zou een krachtiger Europa geen slechte zaak zijn.

Wat hoe dan ook winst is, is dat Merkel & Macron het wagen om op wereldschaal te denken. In globaliseringstermen is de relatieve positie van Europa ten opzichte van Amerika en China belangrijker dan de nationale economische belangen van afzonderlijke EU-lidstaten.

Tandeloze tijger

Europa begint met een achterstand - en het zal moeilijk blijven om voorbij nationale belangen te denken zolang het kiezersmandaat van Europese leiders nog op lokaal niveau wordt verstrekt - maar als 2020 iets laat zien dan is het dat globalisering ondanks alles nog springlevend is.

De slag om wie die met elkaar verweven wereld mag domineren wordt in volle hevigheid gevoerd. Aan zo’n machtsstrijd kun je maar beter meedoen dan van een afstandje toekijken. Europa is in potentie een supermacht, maar in de praktijk te vaak een tandeloze tijger.

Merkel & Macron doen op z’n minst een dappere poging om daar verandering in te brengen met hun European champions en niet te vergeten het - vooral in onze contreien - controversiële Covid-19-steunplan dat de EU voor het eerst zelfstandig als grote lener op de kapitaalmarkt moet laten opereren.

Zonder grijns

De Noord-Zuid-kloof is nog altijd diep en in tijden van crisis bleken grenzen gewoon weer grenzen, maar in termen van overheidsrespons en sociaal vangnet is er wel zoiets zichtbaar geworden als een typisch Europees antwoord op de crisis. En voorlopig is dat ook nog eens een relatief succesvol antwoord, vergeleken met hoe andere landen ervoor staan.

Snatching defeat from the jaws of victory is ook een typisch Europese vaardigheid, dus laten we niet te vroeg het Ode an die Freude inzetten, maar het zou op zijn minst opzienbarend zijn als een van de uitkomsten van deze crisis een krachtiger en zelfverzekerder Europa op het wereldtoneel zou zijn.

Europe First. Nu nog leren om dat uit te spreken zonder er een ironische grijns bij te trekken.


Pieter Kort is hoofdredacteur van IEX Media. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Klik hier voor een overzicht van de beleggingen van de IEX-redactie.

Amerikaanse verkiezingen 2020