Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Column

Wopke Hoekstra spaart kleine spaarder

Wopke Hoekstra heeft gelijk; experimenteren met negatieve rente is geen goed idee. Hij kan zijn woorden echter beter richten aan beleidsmakers van de ECB dan aan de CEO’s van Nederlandse banken, aldus Marcel Tak.

“De kleine spaarder mag niet geconfronteerd worden met een negatieve rente.” Aan het woord is Wopke Hoekstra, onze minister van Financiën. Hij reageerde in het wekelijks interviewprogramma met de minister, uitgezonden door RTL Z, op de actie van Rabobank.

Na ABN Amro en ING besloot namelijk ook de Raiffeisen-Boerenleenbank een negatieve rente van -0,5% in te voeren voor grote spaarders. Daarmee worden spaarvermogens bedoeld van een miljoen euro en meer.

Ook ING hanteert die vermogensgrens, maar ABN Amro vindt dat er pas sprake is van een grote spaarder bij een spaarsaldo van 2,5 miljoen euro.

Echte belangenbehartiger

Dit is mogelijk een stap naar een negatieve rente voor ook de wat kleinere vermogens. Maar gelukkig zal de beschermer van de kleine spaarder, Wopke Hoekstra, het niet zo ver laten komen.

Als een echte belangenbehartiger voor kleine vermogens (tot enkele tienduizenden euro) wil hij geen negatieve rente voor deze categorie zien. Dat doet hij overigens niet alleen omdat hij het onredelijk vindt voor de kleine spaarder, maar ook vanwege de stabiliteit van het bankwezen.

Je weet nooit hoe (kleine) spaarders reageren op een dergelijke rentestap, zei Hoekstra. En hij vervolgde met de stelling dat je niet met dit soort zaken moet experimenteren.

Uitknijpbeleid

Het zijn opmerkelijke woorden van de minister. Het feit dat hij op de bres lijkt te springen voor spaarders is feitelijk wat hypocriet. Hoekstra is verantwoordelijk voor het overheidsbeleid dat de spaarder al jarenlang uitknijpt met een belasting op verondersteld spaarrendement dat nooit is gerealiseerd.

Langdurig is de fiscus er vanuit gegaan dat spaargeld een fictief rendement van 4% opleverde, waarover 30% belasting moest worden betaald. Zelden was de duiding fictief rendement zo toepasselijk als bij deze belastingheffing.

Nu is een ander heffingssysteem ingevoerd, waarbij tot een bedrag van ruim 100.000 euro een nieuwe fictie is geïntroduceerd. Ongeveer een derde van het vermogen (na de vrijstelling van circa 30.000 euro) zou volgens de belastingdienst belegd worden tegen een (fictief!) rendement van 5,33%.

Helemaal de klos

De kleine en iets grotere spaarder die hun middelen volledig aan de bank toevertrouwden en daarmee nauwelijks een cent rente ontvingen, gaan dus gewoon door met belasting betalen over rendement dat ze nooit hebben betaald.

Grotere spaarders, boven 100.000 euro, zijn helemaal de klos met een verondersteld belegd vermogen van 66%. Natuurlijk is die 5,33% verondersteld rendement in de meeste gevallen veel lager dan de wat werkelijk is behaald in het fraaie beleggingsjaar 2019.

Maar worden beleggers een keer geconfronteerd met een fors negatief aandelenrendement (heus dat gaat gebeuren), dan zal de belastingdienst niet uit coulance een jaartje overslaan met het innen van de rendementsheffing.

Deel beleggen

Maar goed, misschien nog wel belangrijker is dat uit de woorden van Hoekstra blijkt dat hij het geen probleem vindt als ook spaarders met meer dan enkele tienduizenden euro’s een negatieve rente berekend zal worden.

Kennelijk gaat de minister er vanuit dat het financiële systeem geen gevaar loopt als een spaarvermogen van bijvoorbeeld 60.000 euro met een rente onder nul wordt geconfronteerd. En vervolgens over die afgedragen rente aan de minister een belasting afdraagt, omdat hij verondersteld wordt een deel van zijn vermogen te beleggen.

Feitelijk denk ik dat Hoekstra gelijk heeft. De houders van de wat grotere vermogens zullen hun gelden niet van de bank halen om een kast met oude sokken vol te stoppen met briefjes van vijftig.

Alternatieve bankrun

Maar er is wel sprake van een alternatieve bankrun. De combinatie van negatieve rente en de wijze waarop het rendement op vermogen wordt belast, drijft spaarders van de bank naar aandelen en andere risicodragende beleggingen.

Hoekstra zegt geen experimenten te willen met een negatieve rente voor kleine spaarders. Maar een enorm gewaagd beleid met een negatieve rente voor de gehele eurozone is geen probleem?

Laten we daar een ander (gedachten)experiment tegenover stellen en er vanuit gaan dat de rente in rap tempo naar 4% gaat. Plus 4%, welteverstaan! Wat zouden dan de gevolgen zijn?

Levensvatbaar investeringsmodel

Bedrijven moeten in die situatie tegen veel hogere rentekosten lenen. Het is echter de vraag of dit een echt probleem vormt. In een goede economie zal voor een levensvatbaar investeringsmodel een paar procent extra rente niet veel uitmaken.

Natuurlijk, investeringen die met een 0% rente net levensvatbaar zouden zijn, zijn dat bij de hogere rente niet meer. Dat is geen nadeel, maar eerder een voordeel. Het beslag op productiemiddelen en arbeid kunnen op een betere manier aangewend worden dan op marginale projecten.

Hogere rentekosten leiden wel tot hogere prijzen, er vanuit gaande dat bedrijven deze kosten doorberekenen. Dat betekent een hogere inflatie. Is dat niet wat de ECB nu juist zegt na te streven?

Verdisconteren rente

Natuurlijk zullen de monetaire gevolgen van een 4% rente erg groot zijn en daarmee zijn indirect ook de economische gevolgen groot. Waarschijnlijk zullen de aandelenkoersen bij een dergelijk renteniveau een flinke daling laten zien.

Niet zozeer door lagere winstgevendheid van bedrijven, maar eenvoudig op basis van het verdisconteren van de hogere rente in de aandelenkoersen. Over de obligatiekoersen hoeven we het al helemaal niet te hebben.

Die maken in het +4%-rentescenario een flinke duikvlucht. Datzelfde kan gezegd worden van de huizenprijzen, die door de hogere hypotheekrente ook een flinke stap terug zullen doen. Dat zullen in ieder geval voor starters op de woningmarkt een hele opluchting zijn.

Tegen ECB zeggen

Kortom, met name de gevolgen voor de waarde van obligaties, aandelen en huizen zullen sterk zijn. Dat zal natuurlijk een negatieve impact op de economie hebben.

Maar eens zal dat effect toch gaan optreden en het is beter dat in economisch behoorlijk goede tijden te doen dan mogelijk gedwongen (hogere inflatie!) op het moment dat de economische groei terugvalt.

Wopke Hoekstra heeft gelijk dat je met negatieve rente niet moet experimenteren. Hij kan zijn woorden echter beter richten aan de beleidsmakers van de ECB dan aan de CEO’s van de Nederlandse banken.

Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

De impact van het coronavirus