Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Column

De AFM is geen consumentenbond

De AFM en de Australische toezichthouder ASIC hebben hun eigen werkwijzen tegen het licht gehouden. Marcel Tak is kritisch over het rapport. Het moet meer gaan over consumentenbescherming en minder over -begeleiding.

De analyse kreeg weinig aandacht in de media. Dat is jammer, want er valt veel te zeggen over Disclosure: why is shouldn’t be the default, het rapport dat onze AFM en de Australische toezichthouder ASIC gezamenlijk uitbrachten.

Het betreft een onderzoek naar de toegevoegde waarde van verplichte consumenteninformatie bij financiële producten en dienstverlening. Van de slogan “Geld lenen kost geld” als één van de bondigste verplichtingen, tot het meer uitgebreidere Key Information Document (KID) dat de werking van elk financieel product op gestandaardiseerde wijze moet verduidelijken.

De analyse van beide toezichthouders leidde tot de conclusie dat de waarde van al die verplichte informatie niet overschat moet worden.

Lastig te begrijpen

Ten eerste lost verplichte informatie de complexiteit van de producten niet op. Het product blijft ook na een heldere uitleg complex en lastig te begrijpen.

Ten tweede is er een concurrentiestrijd met andere (commerciële) informatie die de consument tot zich moet nemen. Financiële instellingen hebben grote budgetten om op deze manier de aandacht op hun eigen informatie te brengen.

Een derde punt van aandacht is dat algemene verplichte informatie niet altijd aansluit op de individuele situatie van de consument. Voorts kan wettelijke informatie ook in zijn tegendeel omslaan, en zelfs schade aan de financiële consument toebrengen.

Alleen in het Engels

Tot slot blijken waarschuwingen ook niet altijd te werken. Kortom, wettelijk verplichte informatie helpt niet altijd bij consumentenbescherming, zo stellen de toezichthouders.

Voordat ik de afzonderlijke punten van aandacht kort bespreek, moet mij een aantal zaken van het hart. Ten eerste vind ik het een grote misser dat onze toezichthouder AFM, die de bescherming van de Nederlandse financiële consument hoog in het vaandel zegt te hebben staan, het rapport uitsluitend in het Engels op de website plaatst.

Diezelfde toezichthouder verbiedt alle beleggingsproducten als daar geen Nederlandstalige brochure voor beschikbaar is. Maar als het om eigen onderzoek gaat dat direct de Nederlandse consument raakt, geeft AFM niet thuis in zijn eigen taal.

Kan veel beter

Ten tweede wordt in het rapport diverse keren aangehaald dat we niet teveel verwachtingen van al die verplichte informatie moeten hebben. De vraag is wie die hoge verwachtingen heeft. Dat lijkt mij in eerste instantie de toezichthouders zelf, die deze informatieregels hebben verzonnen.

Het rapport is daarmee voor een belangrijk deel aan henzelf gericht. In de derde plaats vergeten AFM en ASIC een zesde punt te noemen dat ertoe bijdraagt dat de wettelijke informatieregels niet altijd effect hebben. Dat is de kwaliteit van de regelgeving zelf.

Die is heus niet in alle gevallen slecht, maar het is evident dat het soms (veel) beter kan. Ik denk alleen al aan de genoemde KID, die voor bijvoorbeeld Turbo’s tot bizarre uitkomsten leidt. Ik verwijs daarbij graag naar een eerdere column die ik over het onderwerp schreef.

Geen consumentenbond

Tot slot noem ik een meer algemeen punt als het om consumentenbescherming gaat. De taak van de toezichthouder is de consument te beschermen tegen financiële schade die geleden kan worden door ondeugdelijke producten en/of slechte informatie.

De toezichthouder ontpopt zich echter steeds meer als een soort consumentenbond, die de financiële consument wil begeleiden om het beste product uit het grote aanbod te kiezen.

Zo wordt in het rapport een voorbeeld gegeven waaruit zou blijken dat op basis van wettelijke informatie consumenten een (objectief) beter product kiezen dan op basis van commerciële brochures.

Betere brochure

Dat zal best, maar het is toch geen taak van AFM de consument te begeleiden in de keuze tot het beste product. Ik zou zeggen dat de producent van dat goede product een betere brochure moet maken!

Laat AFM (en ASIC) zich nu gewoon bezighouden met echte consumentenbescherming. Ik ga nu kort de verschillende punten langs waarbij de toezichthouders kanttekeningen hebben gezet:

Wettelijke informatie maakt complexe producten niet begrijpelijker

Dat is natuurlijk een waarheid als een koe. Maar het punt is dat bij complexe producten beleggers geen goed beeld hebben van het risico, waardoor verkeerde beslissingen worden genomen. Om dit te illustreren wordt een raar voorbeeld gebruikt.

Beleggers in Initial Coin Offerings (ICO) onderschatten het risico, want driekwart van hen verwacht dat de kans op verlies minder dan 50% is. Maar, zo stellen de toezichthouders, in werkelijkheid gaat bijna de helft van de ICO’s binnen een jaar mis.

Ten eerste blijkt daarmee dat driekwart het redelijk inschat dat minder dan 50% van de ICO’s misgaat. De overige beleggers (25%) ziet het risico op verlies groter dan 50% is. Het totaal aan beleggers schat de verliezen derhalve redelijk goed in.

Dat één groep (iets) te optimistisch is en de andere (iets) te pessimistisch, geldt voor heel veel verschillende beleggingen. Dat is precies een reden waarom er een markt ontstaat! Het rapport geeft ook een voorbeeld van verzekeringsproducten die lastiger met elkaar te vergelijken zijn vanwege zogenaamde loyaliteitspunten de verkregen kunnen worden.

Tja, je als toezichthouder zorgen maken over het effect van deze extraatjes op de besluitvorming van consumenten, gaat wel erg ver.

Wettelijke informatie concurreert met een veelheid aan andere informatie

Spijtig genoeg houden de beide toezichthouders een beetje zeurderig verhaal over het feit dat financiële instellingen veel meer middelen hebben om met gekleurde informatie de consument te beïnvloeden. Kom op AGM en ASIC, dat moet beter.

Ten eerste wordt in het rapport gesteld dat de meeste consumenten de wettelijk verplichte informatie nauwlelijks lezen. Hier ligt de verantwoordelijkheid duidelijk bij de consument zelf. De reden waarom deze informatie nauwelijks wordt ingezien is dat de teksten veel te lang zijn en vaak irrelevant.

Dit heeft dus alles met slechte regelgeving te maken die voor dergelijke lange en slechte informatie zorgt. Voorts wordt de indruk gewekt dat financiële instellingen alleen maar bezig zijn met het manipuleren van bestaande en toekomstige klanten.

Ik vind dat wel erg overdreven. Het zal zeker gebeuren, maar de toezichthouders hebben voldoende instrumenten dat tegen te gaan. Wettelijke informatie past niet iedere consument in gelijke mate.

De toezichthouders besteden veel aandacht aan het feit dat financiële consumenten verschillen en op diverse wijzen tot beslissingen komen. Dat zal allemaal waar zijn, het heeft toch niets te maken met de wettelijke informatie.

Hoe je de beslissingen ook neemt, als daar het niet lezen van dit soort informatie bij hoort omdat je meent at het jou niet past, is toch echt de verantwoordelijkheid van de consument. Dat heeft niets te maken dat informatie wel of niet geschikt zou zijn voor verschillende typen consumenten

Wettelijke informatie kan in het nadeel zijn van de financiële consument

Mijn verbazing stijgt. Ten eerste wordt het voorbeeld gegeven dat bij een (verplichte) melding van de adviseur dat er mogelijk een belangenconflict is, sommige consumenten daardoor juist meer vertrouwen in de adviseur krijgen.

De toezichthouders “fantaseren” verder en geven aan dat de consument daardoor juist het product afneemt omdat ze bang zijn anders de belangen van de adviseur onvoldoende te dienen.

Tja, op deze manier geredeneerd houdt elke algemene regelgeving op. De consument wordt hier neergezet als bang en onderdanig, gefocust op het dienen van het belang van de adviseur. Als tweede voorbeeld wordt aangegeven dat de AFM al in 2012 uitvond dat als het prospectussen goedkeurt, veel beleggers denken dat de toezichthouder daarmee instemt met de investering.

Als dat negen jaar geleden al werd geconstateerd, waarom gebruikt de AFM dan nog steeds deze term ten aanzien van het valideren van prospectussen?

Waarschuwingen helpen niet altijd

Het rapport eindigt met de constatering dat waarschuwingen niet altijd helpen, zoals de verplichte melding bij krediet: “Geld lenen kost geld”. Onderzoek toont aan dat, in ieder geval op korte termijn, de slogan geen enkele invloed op het gedrag heeft.

AFM is hier kritisch naar zichzelf, door te stellen dat in 2009 de waarschuwing nog als een succes werd beschouwd, omdat binnen korte tijd 80% van de bevolking deze kende. Maar in 2016 zag de toezichthouder het juiste perspectief, door het succes te beoordelen in de mate waarin het ons gedrag beïnvloedt. Niet dus, waarmee de slogan een zinloze is gebleken.

Ook hiervoor geldt dat dit nog geen bewijs is dat waarschuwingen niet helpen, maar dat dit wel geldt voor slechte waarschuwingen. Ik denk dat “schuld kan u een levenslang achtervolgen” veel meer attentiewaarde zou hebben.

Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Pensioen