Edin Mujagic is hoofdeconoom van OHV Vermogensbeheer en is gespecialiseerd in (de gevolgen van) het beleid van de centrale banken. Hij heeft verschillende boeken op zijn naam staan, waaronder "Geldmoord: hoe de centrale banken ons geld vernietigen" en "Boeiend en geboeid: een monetaire geschiedenis van Nederland sinds 1814/1816". Hij studeerde monetaire economie aan de Universiteit van Tilburg.

Column

De kredietcrisis brak al in 2007 uit

Vandaag is het volgens Edin Mujagic twaalf jaar geleden dat de financiële crisis begon. De monetair econoom ziet grote overeenkomsten met nu.

Vorig jaar september was het precies elf jaar geleden dat de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers omviel. Centrale bankiers en economen grepen de datum aan om het economische slagveld sinds 2008 te aanschouwen en vast te stellen wat we ervan geleerd zouden hebben.

Behalve dat het heel, heel weinig is, waren zij ook nog eens een jaar te laat met het analyseren van de ergste crisis in bijna een eeuw.

Want ruim een jaar voordat Lehman zijn eeuwige rustplaats zou vinden op de begraafplaats van failliete bedrijven, vandaag twaalf jaar geleden, op 9 augustus 2007, bevroor BNP Paribas drie van zijn geldmarktfondsen in de VS. Deze fondsen waren belegd in de Amerikaanse subprime-hypotheekleningen.

Opgedroogde subrpimehandel

BNP Paribas sloot de fondsen, omdat de bank geen idee had wat die beleggingen nog waard waren. De handel was namelijk opgedroogd.

Er was geen vraag en aanbod meer, twee cruciale benodigdheden om tot een prijs, en dus ook een waarderingsgrondslag te komen.

Voor beleggers in die fondsen was het alsof je geld wilt pinnen, maar op het scherm te lezen krijgt dat dit niet gaat omdat de bank geen idee heeft hoeveel geld er op de rekening staat, of er überhaupt geld op staat.

Eerste paniek

Geldmarktfondsen beleggen veelal in kortlopende staatsleningen en houden veel contant geld aan. Die beleggingen zijn zeer liquide, veilig én bieden enig rendement.

Toen de BNP Paribasfondsen sloten, leidde dat tot paniek onder beleggers, maar ook op de markten als geheel. Geen wonder.

Het sluiten ervan liet zien dat zelfs bankiers, die ervoor doorgeleerd hadden, geen idee hadden wat de waarde was van die beleggingen.

"Toen de BNP Paribasfondsen sloten, leidde dat tot paniek onder beleggers, maar ook op de markten als geheel"

Banken in de problemen

Het sluiten van de drie BNP Paribas-fondsen kwam overigens niet als donderslag bij heldere hemel, maar volgde na heel wat gerommel in de Amerikaanse huizenmarkt. In april van 2007 vroeg New Century Financial uitstel van betaling aan. De reden: slechte leningen.

Er waren meer financiële bedrijven die in problemen verkeerden. Een maand later stopte het grote UBS met Amerikaanse subprime-hypotheken. In juni moest Bear Stearns zelf één van zijn subprime-beleggingsfondsen redden met een miljardeninjectie en klopte het bij andere banken aan om de ondergang van een tweede fonds te voorkomen.

Enkele weken laten bleek dat beide fondsen de helft van hun waarde kwijt waren. Begin augustus viel American Home Mortgage om, hoewel die niet in subprime-leningen zat maar in leningen van een betere categorie.

Centrale banken in actie

Net zoals bij een krachtige aardbeving werden de inleidende schokken van wat de ergste crisis in bijna een eeuw zou worden eerst genegeerd en later afgedaan als niet ernstig. Toen BNP Paribas op 9 augustus zijn fondsen sloot, begonnen beleggers in paniekmodus te raken.

Andere banken en financiële instellingen meldden één voor één grote problemen. In Nederland blies NIBC de geplande beursgang af. Het besluit van BNP Paribas was de meest symbolische aanwijzing dat het fundament onder veel beleggingsproducten, de Amerikaanse huizenmarkt, verrot was.

De centrale banken zoals de Fed en de ECB kwamen onmiddellijk in actie. Dezelfde dag nog pompten ze bijna 100 miljard dollar in het systeem. In de dagen erna kwamen daar nog eens tientallen miljarden bij.

Wie kon toen vermoeden dat dat slechts kruimels zullen blijken te zijn. Beide centrale banken samen gaven in de jaren erna duizenden miljarden dollars en euro uit aan staats- en bedrijfsobligaties en hypotheekleningen.

Zorgeloze Greenspan

Wat opvalt zijn de overeenkomsten tussen de periode vlak voordat BNP Paribas zijn fondsen sloot, de aansluitende crisis én de huidige situatie.

In juni 2005 bijvoorbeeld hield Fed-voorzitter Alan Greenspan een toespraak over de Amerikaanse huizenmarkt. Op het moment was er onder economen en analisten een discussie over de vraag of die markt zich geen zeepbel was.

Greenspan zag het probleem niet. Er bestond niet eens zoiets als de Amerikaanse huizenmarkt, oreerde het monetaire orakel uit Washington. “We hebben te maken met een verzameling van slechts losjes verbonden lokale huizenmarkten." Op enkele daarvan er misschien sprake van enige schuim (froth, in het Engels), maar dat was het dan ook.

"Hoewel we zeker niet kunnen uitsluiten dat de huizenprijzen kunnen dalen, vooral in sommige lokale huizenmarkten, zouden die dalingen, als ze zich al voordoen, zeer waarschijnlijk geen noemenswaardige macro-economische gevolgen hebben." Was getekend Alan Greenspan, op 9 juni 2005.

Wel/geen huizenmarktspeculatie

Waarop Greenspan zijn optimisme baseerde? Dat speculatie op de huizenmarkt nagenoeg onmogelijk is. Wie overwaarde wil verzilveren, moet zijn huis verkopen en dus verhuizen. Daar zijn hoge kosten aan verbonden.

Bovendien moeten die verkopers op hun beurt weer een ander huis kopen. Dat waarde verzilveren ook kon door extra te lenen, iets waar de banken maar wat graag aan meewerkten, zei hij niet.

Natuurlijk, problemen konden ontstaan als de waarde van huizen zou dalen, waardoor veel Amerikanen een veel hogere schuld dan de waarde van het onderpand zouden hebben. Dat was theorie, aldus Greenspan impliciet, omdat een daling onwaarschijnlijk was en zelfs als die zou optreden, de economie er nauwelijks last van zou hebben.

Inmiddels weten we dat de Amerikaanse huizenprijzen niet alleen behoorlijk waren gedaald maar dat er ook toch wel enige macro-economische gevolgen waren, om een eufemisme te gebruiken.

Misplaatst optimisme

Mede door uitlatingen van beleidsmakers zoals Greenspan, vierde het optimisme voor het uitbreken van de crisis hoogtij. Dalingen van niet alleen de huizenprijzen maar ook van aandelenkoersen en economische groei behoorden tot het verleden, was de communis opinio.

"Mede door uitlatingen van beleidsmakers zoals Greenspan, vierde het optimisme voor het uitbreken van de crisis hoogtij"

Een van de gevolgen van dit (misplaatste) optimisme was dat kredietwaardigheid van veel partijen veel te hoog werd ingeschat.

Beleggers betaalden daardoor zeer hoge prijzen voor schuldpapier dat gedekt was door kunstmatig hoge onroerend goedprijzen of (misplaatste) hoge kredietwaardigheden.

Italiaanse connectie

Hmmm…dat klinkt bekend toch, met negatieve rentes op Italiaanse staatsobligaties tot en met een looptijd van twaalf maanden, en een rente van slechts 2,7% op 50-jarige (!) Italiaanse staatsleningen.

De Amerikaanse economische groei bedraagt nu ongeveer 2%. Voor wie nu denkt dat het uitgesloten is dat de groei rap kan zakken: aan de vooravond van het BNP Paribas-besluit bedroeg de economische groei bijna 4%.

Edin Mujagic is hoofdeconoom van OHV Vermogensbeheer en is gespecialiseerd in (de gevolgen van) het beleid van de centrale banken. Hij heeft verschillende boeken op zijn naam staan, waaronder "Geldmoord: hoe de centrale banken ons geld vernietigen" en "Boeiend en geboeid: een monetaire geschiedenis van Nederland sinds 1814/1816". Hij studeerde monetaire economie aan de Universiteit van Tilburg. Hij schrijft op persoonlijke titel. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Duurzaam beleggen met NN Investment Partners