Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Column

Hoera voor het kapitalisme

Tien jaar voorspoed, maar het is de overheid die een gunstige koopkrachtontwikkeling van burgers blokkeert. Het is raar om daar het kapitalisme op aan te spreken, aldus Marcel Tak.

In de NRC stond de afgelopen weken een aardige serie over de toekomst van het kapitalisme.

Van links tot rechts is er kritiek op het systeem van vrije ondernemingsgewijze productie, zoals het kapitalisme kort kan worden samengevat. De problemen zijn talrijk.

  • De lonen en de koopkracht bijvoorbeeld zijn de afgelopen decennia niet of nauwelijks gestegen.
  • De grote bedrijven hebben enorm veel macht en betalen nauwelijks belasting.
  • De verschillen in beloning en in vermogen groeien gestaag volgens het aloude adagium dat de rijken rijker, en de armen armer worden.

Slechter af?

Zo beschouwd is er inderdaad veel mis met het kapitalisme. Maar zijn we werkelijk zo slecht af met de vrije markt als basis voor de inrichting van onze economie en samenleving?

Veel van de problemen hebben niets met het kapitalisme te maken. En als ze er al mee van doen hebben, zijn ze het gevolg van het succes van de vrije markt.

De basis van het kapitalisme wordt gevormd door de gedachte dat de mens handelt uit eigenbelang. Het nastreven van het eigenbelang gaat het best gepaard via de markt. De markt geeft de garantie dat de mens in vrijheid zijn economische doelen kan nastreven.

Zelf weten

Aan de andere kant van de markt staat de consument die, via zijn voorkeuren, bepaalt wat de markt produceert. In dit systeem is er geen dictatoriale macht die ondernemers en werknemers dwingt te produceren wat van hogerhand goed wordt gevonden.

En datzelfde geldt voor de consument, die zelf uitmaakt welke producten hij wel en niet wil kopen. Een tweede kenmerk van het kapitalisme is dat (economische) vooruitgang sterk wordt gestimuleerd.

Immers, producenten moeten voortdurend nieuwe technieken introduceren om de concurrentie voor te blijven. Daarnaast zorgt de oneindige behoefte van de consument ervoor dat producten steeds worden verfijnd en nieuwe producten worden geïntroduceerd.

Flinke crisis

Oude producten, technieken en productiemethoden verdwijnen. Soms gaat dat met bruut economisch geweld gepaard en zien we een flinke crisis. Daaruit ontstaat dan weer nieuwe welvaartsgroei en vooruitgang.

Per saldo geen slecht systeem, zou u zeggen. De resultaten zijn dan ook indrukwekkend. Van een wat grotere afstand bekeken dan de dagelijkse krantenanalyses, zien we een westerse samenleving waarin een ongekende (materiële) welvaart heerst.

Veel van die welvaart is gebaseerd op technische vooruitgang. Denk eens terug aan het jaar 1969 dat nu zo in de belangstelling staat vanwege de eerste mens op de maan. In welke auto’s reden we destijds rond en hoe zag het openbaar vervoer eruit?

Andere systemen

Hoe vaak gingen we met vakantie en waarnaartoe? Hoe zagen onze dagelijkse maaltijden eruit en hoe vaak werd een bezoek aan de horeca gebracht? Wie had er een mobiele telefoon, een kleurentelevisie, internet? Ik kan zo nog wel even doorgaan.

Vergelijk dat eens met de successen van andere systemen waar het collectief over productie en consumptie beslist en beschikt. Met alle goede bedoelingen die er mogelijk achter dergelijke systemen zitten, dergelijke samenlevingen zijn in alle opzichten veel slechter af.

Dat geldt zowel voor (het gebrek aan) persoonlijke vrijheid als het ontberen van materiële welvaart. Dat neemt natuurlijk niet weg dat ook onze samenleving problemen kent die om oplossingen vragen.

Linksom of rechtsom

Die oplossingen zitten niet in goedkope retoriek van politici die bedrijven aansporen de lonen meer te verhogen. Als lonen te beperkt stijgen, terwijl de economie op volle toeren draait, moet er een analyse zijn waarom die lonen in tijden van arbeidskrapte niet stijgen.

Linksom of rechtsom voelen bedrijven kennelijk de krapte niet, die noodzakelijk is om een meer dan gemiddelde loonstijging te bewerkstelligen. Dat kan zijn omdat de arbeidsmigratie deze bedrijven voortdurend helpt de schaarste op te lossen.

Maar het is daarnaast zeer waarschijnlijk dat het veel te ruime monetaire beleid van de ECB de bedrijven in staat stelt te blijven functioneren. Minder goed functionerende ondernemingen kunnen blijven doordraaien, ook als minder bekwaam en laag betaald personeel in dienst wordt genomen.

Druk op lonen

Het ultraruime monetaire beleid blokkeert de reguliere reiniging van het systeem waarbij niet goed functionerende bedrijven verdwijnen en plaats maken voor nieuwe bedrijven. Onlangs werd bekend dat de productiviteit voor het eerst in decennia gedaald is.

Dat leidt dan weer tot druk op de lonen en brengt de gewenste loonstijging nog verder weg. De centrale banken zijn mede schuldig aan het gebrek aan economische dynamiek, met alle (negatieve) gevolgen voor de (arbeids)markt.

Overigens kunnen statistieken ook tot verkeerde conclusies leiden. Dat de loonstijgingen beperkt zijn, wil nog niet zeggen dat de individuele welvaart ook beperkt vooruit gaat. Werknemers maken in hun leven promotie, vinden andere banen of gaan verder als zelfstandige.

Schuld van de overheid

Dat is allemaal niet in de (CAO)-loonstijging te terug te zien. Bovendien, wat de werknemer koopt met 1.000 euro is een geheel ander pakket, technologisch veel hoogwaardiger, dan dat van 10 jaar, laat staan 20 jaar, geleden.

Anders gezegd, kijk voor de welvaartsstijging niet alleen naar de statistisch onderbouwde cijfermatige beschouwingen. Analyseer ook de werkelijke manier van leven van de gemiddelde consument nu, vergeleken met bijvoorbeeld 50 of 20 jaar geleden.

Voor zover de gebrekkige koopkrachtstijging van het afgelopen decennium in het geding is, kan beter naar de overheid dan naar het kapitalistische systeem worden gekeken.

Zelf gekozen

De collectieve lastendruk staat volgens het CBS zowel in de westerse wereld (34%) als in Nederland (38%) op recordhoogte. Het is de overheid die een gunstige koopkrachtontwikkeling van de individuele burgers blokkeert.

Het is een beetje raar om daar dan het kapitalisme op aan te spreken. Overigens is de sterk toegenomen collectieve lastendruk niet per se een slechte ontwikkeling.

De overheid doet allerlei uitgaven die we kennelijk belangrijk vinden. Als we dat anders zien, is er alle mogelijkheid een andere overheid te kiezen.

Disfunctionerende markt

De centrale banken zorgen er met hun beleid voor dat een andere markt, zo kenmerkend voor het kapitalisme, niet goed functioneert: de kapitaalmarkt. Aandelenkoersen worden tot grote hoogte opgepompt, de obligatiemarkt is totaal overspannen, overheidsobligaties genereren een negatieve rente.

In een dergelijke omgeving is het niet vreemd dat er steeds meer irrationaliteit in de financiële markten sluipt. Pensioenfondsen die massaal 10-jarige staatsleningen opkopen waarop met zekerheid flink verlies wordt gemaakt.

Het is maar één voorbeeld van een disfunctionerende markt met een groot risico dat dit op lange termijn misgaat.

Wel een succes

Mijn conclusie is dat het kapitalisme uiterst succesvol is. Het is uiteraard niet een van elk falen ontdaan systeem, maar het is verreweg te verkiezen boven alternatieve, op collectieve (vaak dictatoriale) besluitvorming gebaseerde stelsels.

Natuurlijk blijft het noodzakelijk voortdurend aanpassingen door te voeren. Deze aanpassingen moeten vooral gericht zijn op herstel van marktwerking waar deze door omstandigheden deels of geheel is weggevallen.

Ik denk dat overheden en monetaire autoriteiten, zeker in Europa, meer schade aan ons economische systeem toebrengen dan het vermaledijde kapitalisme.

Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Alternatieve beleggingen