Mary Pieterse-Bloem is lid van het ABN Amro Beleggingscomité en Bijzonder Hoogleraar Financiële Markten aan de Erasmus School of Economics. Zij schrijft deze column op persoonlijke titel.
Column

China is nu verplichte kost

Chinese aandelen en obligaties zijn verplichte kost voor beleggers wereldwijd, net als de spinazie die ik vroeger van mijn moeder moest eten. Alleen betwijfel ik of Chinese kost voor iedereen even gezond is, schrijft Mary Pieterse-Bloem.

Mary Pieterse-Bloem, IEX Investment Influential 2018 en lid van de raad van advies van IEXProfs is onze nieuwe columnist. Zij houdt u vanaf vandaag regelmatig op de hoogte van wat er gebeurt op de financiële markten. 


Het grote en machtige China heeft het na lang aandringen bij de belangrijkste aanbieders van indices voor elkaar gekregen dat het serieuzer wordt genomen. Dat heeft ertoe geleid dat MSCI vanaf maart meer Chinese A-shares in zijn indices heeft opgenomen.

Bloomberg doet dit vanaf nu ook met binnenlandse Chinese staats- en staatbankobligaties. Het gaat stapsgewijs, maar wel met flinke stappen. De MSCI aandelen en Bloomberg Barclays Global Aggregate obligatie-indices zijn de meest gevolgde indices in de financiële markten.

Er wordt voor biljoenen in belegd. Andere indexaanbieders, zoals Citi en JP Morgan, overwegen het voorbeeld te volgen, waardoor de kapitaalstroom naar China verder zal aanzwellen.

Niet te negeren

Toen Chinese beleggingen nog niet in indices waren opgenomen, konden ze gemakkelijk worden genegeerd. Nu niet meer. Beleggers die China links laten liggen, wijken al snel behoorlijk af van de benchmark. Of er moet een nieuwe alternatieve index komen, waar China bewust uitgelaten worden, MSCI ex-China, of zoiets.

Ik ken de beleggingsindustrie lang genoeg om te weten dat zo'n initiatief weinig zin heeft. Als China in de benchmark zit, dan is het min of meer verplichte kost. Het doet me denken aan spinazie. Die groente is rijk aan vitaminen, en ijzer bovendien, hoor ik mijn moeder nog zeggen om mij te overtuigen het groene goedje door te slikken.

Er is een heel koor van hapgrage beleggers die de opname van China toejuichen. Het land is inmiddels de twee-na grootste economie ter wereld met een voor ons jaloersmakende groeivoet, dus die mag niet langer ontbreken. Door het aparte economische model zit China ook ergens anders in de conjunctuurgolf dan wij, waardoor het een mooie diversificatie oplevert.

Chinese schaduwkant

Oké, dat snap ik. Maar laten we even een paar lagen dieper kijken. Dan constateer ik dat China een economie heeft die op een hele grote en groeiende berg schuld is gebouwd. Het is ook niet duidelijk in China wie de groei werkelijk maakt en bij wie de schuld zit.

De binnenlandse financiële markt is niet geheel vrij toegankelijk. Het lijkt erop dat het eenvoudiger is om geld naar China te brengen dan om het er weer uit te krijgen. Dat laatste geldt met name als er een crisis ontstaat, als er bijvoorbeeld partijen zijn die hun schuld niet langer kunnen dragen. Buitenlandse beleggers zullen dan ontdekken hoe zwak hun rechtspositie is.

Onderscheid naar wie de kost verteert, is geboden. Aandelenbeleggers zijn alles kwijt als de boel failliet gaat. Dat risico wordt willens en wetens genomen. Met China is het de gok dat de economie zo kan worden omgevormd, dat bedrijven groeien door een sterkere middenklasse die er stevig op los consumeert.

Als dat niet gebeurt, dan is het pech gehad. Obligatiebeleggers rekenen gemiddeld op een 40% hersteluitkering in het geval van pech. Ik denk dat buitenlandse schuldeisers dat kunnen vergeten als China implodeert. Dat is het risico op de lange termijn. Zeker is dat de verplichte Chinese kost lang niet voor iedereen even gezond is.

Mary Pieterse-Bloem is lid van het ABN Amro Beleggingscomité en Bijzonder Hoogleraar Financiële Markten aan de Erasmus School of Economics. Zij schrijft deze column op persoonlijke titel. De informatie in haar artikelen is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Alternatieve beleggingen